Column

We zijn volk noch elite

Het leuke en bijzondere aan Nederland is, dat het een middenklasse-samenleving is. Op het eerste gezicht kun je mensen niet indelen in rangen en standen, hoog of laag. Bijna iedereen zit er zo'n beetje tussenin. Of je nu in Amsterdam, Meppel, Goes of Geleen bent. Dat is een stil hoogtepunt van de beschaving. Vervelend nieuws is dan ook dat die unieke, naoorlogse middenklassesamenleving onder druk staat.

Nigel Farage en Jean-Claude Juncker in het Europees Parlement. Beeld epa

De geleerden zijn het er niet over eens wat daarvan precies de oorzaken zijn. Ligt het aan het neoliberale ongelijkheidsdenken in de afgelopen decennia? Aan de toegenomen ongelijkheid die gepaard gaat met de globalisering van economie en technologie? Aan de versobering van de verzorgingsstaat? Of zijn het de individualisering en de onbeperkte keuzevrijheid die het midden uit elkaar hebben getrokken? En welke rol speelt slecht begeleide immigratie, of het verdampen van het christelijk geloof?

Feit is dat in de meeste westerse landen nieuwe scheidslijnen ontstaan tussen hoog en laag, en dat het midden daarbij in het gedrang dreigt te komen. Een nieuwe, rijke bovenklasse maakt zich steeds meer los van het naoorlogse samenlevingsmodel, tegelijkertijd dreigt er een nieuwe onderklasse te ontstaan die honderd jaar sociale strijd van onze voorouders teniet doet. Maken we het begin van het einde mee van de christen-democratische en sociaal-democratische middenklasse-samenleving: 1945-2016?

Veel commentaren en analyses over de Brexit als anti-establishmentopstand hadden ongeveer deze teneur. In Vonk van vorige week stond een belangrijk stuk van Frankrijk-correspondent Peter Giesen. Strekking: de Brexit is veel meer dan een crisis in de Europese Unie. De Britse nee-stem symboliseert het einde van het neoliberale tijdperk, van een steeds onrechtvaardiger marktsamenleving. Hoog en laag moeten elkaar weer vinden. Het is van levensbelang dat de hoogopgeleide elites een nieuw compromis zoeken met de lager opgeleiden.

Ik ben het zeer met deze voorstelling van zaken van Peter Giesen eens, en niet alleen omdat ik in zijn stuk als bron werd opgevoerd. Toch heb ik er ook wel wat kritische kanttekeningen bij. Om een aantal redenen moeten we oppassen met dat simpele zwart/wit-schema van hoogopgeleiden tegenover laagopgeleiden. Ik ben misschien de laatste die dat mag zeggen, omdat ik me ook veel en vaak aan dat schema bezondigd heb - vooral in termen van hooggeschoolde 'globaliseringswinnaars' tegenover laagopgeleide 'globaliseringsverliezers' -, maar ik zou nu, wijzer geworden, willen waarschuwen voor deze standaard-analyse. Ze miskent het vertrekpunt, namelijk dat we in een middenklasse-samenleving leven. Als alles hoog of laag is, waar zit dan het midden? Pas op dat dit hoog/laag-denken geen self fulfilling prophecy wordt, omdat het midden steeds wordt weggedefinieerd.

Iets soortgelijks geldt voor de simplistische, populistische tegenstelling tussen 'volk' en 'elite'. Ook die is, als je er op inzoomt, nogal potsierlijk. Hoezo volk, hoezo elite? Wie zijn dat precies en waar leggen we de grens?

We hebben juist een representatieve democratie als mechanisme van vreedzame conflictoplossing en beslechting van belangenstrijd, omdat er godzijdank geen één en ondeelbaar volk bestaat, met één stalinistische volkswil. En dit al helemaal niet in een postmoderne, geïndividualiseerde samenleving.

Ook het idee dat hogeropgeleiden per definitie de elite zouden vormen, en nog wel een kosmopolitische elite, kan proefondervindelijk worden ontkracht. Veel academici veinzen om identiteitspolitieke redenen kosmopoliet te zijn, dat wil zeggen, geen 'eigen-volk-eerst-nationalist', maar zaag de gemiddelde hoogopgeleide niet door over internationale politiek of Europese cultuur, dan verdwijnt zijn schijn-kosmopolitisme als sneeuw voor de zon.

Er kleven dus nogal wat bezwaren aan het al te laconiek hanteren van het schema hoog tegen laag, volk versus elite, vooral omdat die tegenstelling zelf allesbehalve neutraal is. Hoog zou de wijsheid in pacht hebben, zou zich prima thuis voelen in de globaliserende wereld in wording. Laag zou zich daar met angst, boosheid en onderbuik tegen verzetten. Ratio tegenover gevoel. Feit tegenover drogreden. Wat een fact free, leugenachtige voorstelling van zaken.

Het compromis tussen de hoger opgeleide elite en de lager opgeleide non-elite waar Peter Giesen naar zoekt, moet gezocht worden in het midden. Daar zit de overlap. Daar bestaat het contact. We zijn volk noch elite. We zijn het juiste midden.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.