Opinie

We zijn terecht gekomen in een vergeldingsspiraal, waarbij geen vragen meer worden beantwoord over hoe we criminaliteit kunnen voorkomen

Een echt ferme aanpak dient niet alleen vergelding, maar ook preventie. En met succesvolle preventie is vergelding helemaal niet nodig, betogen Malouke Kuiper en Benjamin van Rooij.

Een arrestatie in Rotterdam-Zuid. Sinds het invoeren van de avondklok is het 's avonds onrustig in het stadsdeel. Beeld ANP
Een arrestatie in Rotterdam-Zuid. Sinds het invoeren van de avondklok is het 's avonds onrustig in het stadsdeel.Beeld ANP

Een meerderheid in de Tweede Kamer heeft ingestemd met een taakstrafverbod na geweld tegen personen met een publieke taak, zoals politieagenten, brandweerpersoneel en hulpverleners. Tegen dergelijk geweld moet, ­zo luidt het aangenomen voorstel, stevig worden opgetreden, en een taakstraf zou onvoldoende zijn.

Deze nieuwe wet past in een tendens waarin voor allerlei vergrijpen, variërend van verkeersovertredingen tot doodslag, het strafmaximum wordt verhoogd. Dit is opvallend, omdat sinds het ontstaan van ons moderne strafrecht in de 19de eeuw, de hoogte van de straffen tot het begin van deze eeuw bijzonder stabiel zijn gebleven. Bij deze nieuwe wet op het taakstrafverbod wordt zelfs het strafminimum verhoogd, waardoor de rechter minder ruimte heeft om op een zo passend mogelijke wijze op overtredingen te reageren.

Bij elk van deze strafverzwaringen valt op dat de Nederlandse wetgever duidelijk oog heeft voor de slachtoffers. Hoger straffen moet recht doen aan het leed; het moet ook recht doen aan de ernst van de overtreding en de ernst van de schade die de misgreep berokkent. Onze wetgever heeft echter veel minder oog voor een even belangrijk doel: het voorkomen dat er nieuwe slachtoffers en leed ontstaat. Ons strafrecht dient immers niet alleen vergelding, het dient ook preventie. En met succesvolle preventie is vergelding helemaal niet nodig.

Door de sterke politisering van het strafrecht, waar de ene politicus nog meer roept om het geweldsmonopolie van de staat in te zetten tegen vormen van onrecht dan de andere, zijn we terechtgekomen in een strafinflatie. Bij ieder incident, na iedere moord, bij elke relschopper, en ieder schadelijk verkeersdelict, is de oplossing die wordt aangedragen telkens hetzelfde: meer en harder straffen.

Deze grote woorden klinken ergens ook best logisch: wie schade berokkent, moet op de blaren zitten. Dat is eerlijk voor het slachtoffer en het leert de dader een lesje. Het probleem is echter dat harder straffen zeker niet altijd effectief is en het soms alleen maar erger maakt. Decennia van criminologisch onderzoek laten zien dat er geen sluitend bewijs is dat strenger straffen een afschrikwekkende functie heeft. Ook weten we dat gevangenisstraf een criminogeen effect kan hebben, waardoor gedetineerden juist meer van het rechte pad af raken. En onredelijk hard straffen, zoals gebeurt als we de rechter onvoldoende ruimte bieden om maatwerk te leveren, leidt ook tot meer criminaliteit omdat het de legitimiteit van het strafrecht aantast.

Effectiviteit

Kamerleden Van den Berge (GroenLinks) en Van Nispen (SP) zetten bij de behandeling van het wetsvoorstel vraagtekens bij de effectiviteit van het taakstrafverbod. Deze terechte vragen werden echter door de coalitiepartijen afgedaan, door de focus te verplaatsen naar het slachtoffer en de roep van het volk. Het voorkomen van dit leed wordt nooit serieus besproken of onderzocht. Als de politiek echt wil optreden tegen wangedrag, moet ze verder gaan dan de roep om strenger te straffen. Een echt ferme aanpak zorgt ervoor dat criminaliteit en schadelijk gedrag voorkomen wordt. Maar dan moet onze wetgever wel de juiste vragen stellen.

Het is opvallend dat in de nieuwe trend tot strafverzwaring de vraag van preventie nauwelijks serieus aan bod komt. En als er wel aandacht aan wordt besteed, zoals nu bij het taakstrafverbod, onderzoekt de wetgever helemaal niet hoe dit dan het beste gedaan kan worden. Er wordt blindelings aangenomen dat strenger straffen effectieve preventie biedt, terwijl de wetenschappelijke basis daarvoor ontbreekt. En zo gaat het wet na wet, parlementair debat na debat.

Bij de aanpak van de coronapandemie luistert de politiek wel naar de wetenschap. Maar bij het aannemen van nieuwe wetten die straffen structureel verhogen lijkt dit soort kennis, of ook maar interesse in die kennis, bijna geheel afwezig.

Malouke Kuiper is promovendus Recht en Gedrag aan de Universiteit van Amsterdam.

Benjamin van Rooij is hoogleraar Law and Society aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden