Column Jasper van Kuijk

We zijn te gast in ons thuisland en gaan straks terug naar huis in ons gastland

‘Heb je zin om te gaan?’, vraagt Ems de avond voordat we naar Nederland gaan. Op zich wel. Ik kijk ernaar uit om familie en vrienden weer even te zien. Aan de andere kant twijfel ik. Zes zei laatst: ‘Zij hebben op school geen basket, wij hier wel.’ Daarin was ‘zij’ de school in Nederland, en ‘wij’ zijn school hier in Zweden. Ikzelf kan eindelijk op routine door de supermarkt, in plaats van me het leplazarus te zoeken, en heb onlangs mijn sportieve draai gevonden in potjes unihockey op de universiteit. Nu alweer terug naar Nederland? We zijn juist net een beetje geland.

Ik ben ergens ook bang dat ik Nederland niet meer leuk ga vinden. Misschien was het slimmer geweest om wat langer weg te blijven, mezelf meer de kans te geven om het te gaan missen. Wat nou als ik straks aankom in Nederland en alles in mij zegt: weg hier?

Een van de redenen om even terug te gaan is omdat we mensen hebben gesproken die naar het buitenland zijn gegaan en voor wie een bezoekje aan het thuisland goed uitpakte voor de kinderen. Die maakten na een vakantie in Nederland echt een stap. Qua taal, maar ook qua thuis voelen in het nieuwe land. Bij ons kan vooral Vier het wel gebruiken. In tegenstelling tot zijn oudere broers is hij pas net een beetje begonnen met Zweedse woordjes en hij is nog best wel bezig met Nederland. Opa en oma, zijn kinderdagverblijf en – om een of andere reden – Diergaarde Blijdorp komen nog geregeld voorbij.

In tegenstelling tot voorgaande keren is het vliegtuig naar Nederland niet het vliegtuig terug naar huis, maar het vliegtuig naar, ja, naar wat eigenlijk? Maar Schiphol blijkt nog steeds Schiphol, de NS nog steeds de NS en Delft nog steeds Delft. Hoewel Ems als ze uit de trein naar een woonwijk kijkt wel uitroept: ‘Wat is het ongezellig hier, het is overal donker.’ Zo snel wen je dus aan de Zweedse gewoonte om in elk raam een lampje te zetten. En als we door Delft lopen zeggen Zes en Acht los van elkaar dat het toch wel érg druk is met al die mensen. Terwijl, Delft is niet bepaald grootschalig, en dan was het ook nog een miezerende maandagmiddag, zó druk was het niet.

Eigenlijk is alles nog gewoon hetzelfde, maar doordat we weg zijn geweest zijn wij veranderd. Waardoor alles wat hetzelfde is gebleven, anders is.

Wat wel echt veranderd is in Nederland, is dat we niet in ons huis kunnen, dat is verhuurd. We komen er ’s avonds langs en zien hoe een van de huurders de voorkamer in loopt. We duiken weg. Binnen staat een boek dat ik nodig heb en we zouden, nu we er toch zijn, de post kunnen ophalen. Maar ik wil niet naar binnen. Niet dat onze huurders geen aardige mensen zijn, integendeel zelfs, maar ik heb niet zo’n zin om in mijn eigen huis te gast te gaan zitten zijn.

Het vat de verwarring van deze hele vakantie wel zo’n beetje samen. We zijn te gast in ons thuisland en gaan straks terug naar huis in ons gastland. En het is fijn om weer terug te zijn, maar het is ook fijn om weer te gaan.

We zitten bij de gate te wachten. Vier kijkt naar de vliegtuigen en voorziet wat hij ziet van gebrabbeld commentaar. Als ik wat beter luister hoor ik dat het Zweeds is, met deels ver-Zweedste Nederlandse woorden. Dan draait hij zich om en roept met een enorme grijns: ‘Jag måste bajsa!’ Hij moet poepen.

Ik geloof dat we naar huis gaan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden