Opinie

We zijn niet met meer, maar we hebben wel meer macht

Een snuifje mondiaal perspectief, een onsje historie: ze kunnen geen kwaad in het terrorisme-debat.

Reddingswerkers op zoek naar overlevenden na de bomexplosie bij de Amerikaanse ambassade in Nairobi, augustus 1998. Beeld AFP/Getty Images

Onlangs kreeg ik het aanbod om Dr. Strangelove opnieuw te zien. Het aanbod kwam van Netflix, de club die u in Nederland al kent, maar die sinds kort in 190 landen en daarmee ook in mijn thuisland Kenia te volgen is. Mooi toch, dat we allemaal van hetzelfde kunnen genieten.

Dr. Strangelove kwam uit in 1964. Ik was toen te jong om iets te kunnen begrijpen van de manier waarop je met satire een angstaanjagende werkelijkheid nog sterker over het voetlicht kunt krijgen. De werkelijkheid van toen, van de Koude Oorlog en van de nucleaire wurggreep waarin het Westen en het Warschaupact elkaar hielden.

Het is allemaal geschiedenis, hoe kort geleden ook, en hoe dichtbij we soms ook lijken bij een nieuwe Koude Oorlog. Toen ik laatst Dr. Strangelove weer zag, genoot ik van een zwart-witfilm die nog steeds opvallend modern is, en natuurlijk van de drie rollen die Peter Sellers daarin voor zijn rekening neemt.

In een daarvan, die van Amerikaans president, zegt Sellers iets dat me de eerste keer helemaal is ontgaan. Hij praat over tegenstanders die mogelijk jaloers en wellicht gefrustreerd zijn over 'our way of life', onze manier van leven. Daarmee kreeg de film ineens een nieuwe dimensie voor me.

'Roze mensen'

Onze manier van leven. Je hoort de term weer regelmatig vallen. Alleen gaat het dan niet om de strijd tussen het 'vrije Westen' en 'het Oostblok', maar om die tussen 'wij' en 'zij'. Wij, dat zijn de weldenkenden, de beschaafden en de vrijheidslievenden. Zij, dat zijn de barbaren van nu, beter bekend als islamitische terroristen.

Onze manier van leven maakte van mij een expat. Ik hoor tot de 'roze mensen', zoals de Masai in Kenia deze wat bleekjes uitgevallen groep in onze wereld noemen. Als ik een ander kleurtje had gehad, zou ik natuurlijk als economische migrant bekend staan. Ik vertrok lang geleden uit het prachtige Nederland, omdat ik dacht het elders als vrij individu nog beter naar mijn zin te kunnen hebben.

Een maand voordat ik aan de slag zou gaan als Afrika-correspondent voor de Volkskrant, in augustus 1998, vond in de Keniaanse hoofdstad Nairobi, mijn latere woonplaats, een aanslag plaats. Bij de Amerikaanse ambassade in het centrum ging, bijna op hetzelfde moment als in het Tanzaniaanse Dar es Salaam, een verwoestende bom af. Meer dan tweehonderd mensen, onder wie een handjevol Amerikanen, kwamen om het leven.

Terreur is van alle tijden

De aanslagen bleken het werk van een tamelijk onbekende groep, Al Qaida, geleid door ene Osama bin Laden. Achttien jaar later, en vele aanslagen verder, kunnen we de gebeurtenissen in Nairobi en Dar beschouwen als de oerknal van het hedendaagse islamitisch terrorisme. Tot op de dag van vandaag geldt dat de meeste aanslagen buiten Europa plaatsvinden. Tot op de dag van vandaag geldt ook dat bij de aanslagen van radicale moslims, in Irak of Nigeria, vooral andere moslims de dood vinden.

Inmiddels hebben we, na Brussel en na Parijs, dicht bij Nederland meegemaakt voor welke ontwrichting dit terrorisme kan zorgen. En net als in 1964 wordt hierover gesproken, bijvoorbeeld door premier Mark Rutte, in termen van een aanval op 'onze manier van leven'. Niet satirisch, maar in volle ernst. Maar, zo lijkt Rutte er geruststellend aan toe te voegen, 'wij zijn met meer'. Daarop kom ik terug.

Terreur is van alle tijden. Wie Titans of History leest van Simon Sebag Montefiore, kan zich met terugwerkende kracht verbijsteren over de terroristische gruwelen die Grote Leiders op ons kleine luyden hebben doen neerdalen. Maar terreuraanslagen zijn weer iets anders en lijken meer van deze tijd. Ook dat klopt echter niet.

Premier Mark Rutte spreekt tijdens een herdenking bij de Belgische ambassade in Den Haag naar aanleiding van de aanslagen in Brussel. Beeld anp

Kolonialisme

Ruim zestig jaar geleden waren in Kenia de Mau Mau actief. Het ging vooral om leden van het Kikuyu-volk. Zij hielden zich met hun vaak primitieve wapens schuil in de bossen, van waaruit ze toesloegen. Onschuldige burgers waren meestal het slachtoffer, maar de terreuraanslagen van de Mau Mau waren vooral gericht tegen de mensen die Kenia bestuurden. We hebben het dan vooral over Britten.

De Britten lieten het er niet bij zitten. De laatste jaren is daar, dankzij boeken als Histories of the Hanged, veel meer over bekend geworden. De aanpak was vaak uiterst grof. Dat alles vanzelf omdat de Britten de stabiliteit van de samenleving in Kenia niet verder in gevaar wensten te laten komen.

Maar wacht even. Over welke samenleving hebben we het eigenlijk? De Britten in Kenia (of de Nederlanders in Indonesië) konden hun manier van leven daar natuurlijk enkel beschermen door niet te veel te denken aan de oerzonde waaraan zijzelf schuldig waren: het kolonialisme. Want daartegen was uiteraard de opstand gericht, of daarbij nu Kikuyu's of mensen uit Atjeh betrokken waren. Een opstand tegen dieven.

Opnieuw: het is allemaal geschiedenis. Maar wat de roze mensen daarbij iets te gretig vergeten, is dat het wel gaat om een geschiedenis die 'onze manier van leven' niet alleen mogelijk heeft gemaakt, maar tot op de dag van vandaag in stand houdt. Het oprakelen van de koloniale geschiedenis van westerse landen mag dan tegenwoordig al snel als gezeur worden neergezet ('Wij zijn immers niet als toen; het leven gaat door en is er voor iedereen beter op geworden'), feit blijft dat die geschiedenis van grote betekenis is voor de welvaart, waarvan ook anno nu nog maar een relatief kleine groep kan genieten.

Het Kikuyu-volk in Kenia in 2009. Beeld afp

Inclusieve samenleving

De belangrijke discussie over het 'witte privilege' is ook hiermee direct verbonden. En dan gaat het heus niet alleen over Afrikanen of mensen van Afrikaanse afkomst zoals in de VS, maar ook om burgers in het Midden-Oosten, om moslims dus ook, wier heden nog steeds deels wordt gedefinieerd door de absurditeiten van een imperialistisch koloniaal verleden.

Maar, zo zeggen we dan: 'Wij zijn met meer'. Dat klopt en klopt niet.

Ja, wij zijn met veel meer, als het gaat om de mensen in bijvoorbeeld Nederland die het terroristisch geweld van radicale moslims verafschuwen en daaraan zelf nooit zullen deelnemen. Dat geldt zowel voor mensen wier geschiedenis al eeuwenlang een Nederlandse is, als voor nieuwkomers - ook al krijgen die vaak, zoals de Volkskrant in haar redactioneel commentaar duidelijk maakte, nog steeds niet de 'handreiking' die hoort bij een samenleving die niet alleen 'open' is, maar ook inclusief.

Maar het klopt natuurlijk vooral niet. Jaren geleden was ik zo naïef om voor de correspondentendagen van mijn krant een memootje te tikken. Daarin maakte ik gewag van een observatie, ooit gedaan door de Poolse journalist Ryzsard Kapuscinski, dat maar zo'n 9 procent van alle mensen in de wereld 'blank' genoemd kan worden. De roze mensen vormen slechts een heel kleine minderheid. Mijn toenmalige chef, een fantastische collega, deed het af als mijn 'hartenkreet'. Terwijl het slechts een nuchtere constatering is.

'Wij' zijn in dat opzicht niet met meer mensen. 'Wij' hebben wel, vooralsnog, heel veel meer macht. Het lijkt me zinnig die twee zaken goed te onderscheiden. Want al doen we graag alsof, we kunnen nog lang niet allemaal van hetzelfde genieten.

Kees Broere is correspondent van de Volkskrant in Nairobi.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden