We zijn niet in Afghanistan voor onze veiligheid

Gaat het om Uruzgan of om onze relatie met de VS als we in Afghanistan blijven

Het waren onvergetelijke, zowel komische als pijnlijke scènes. Na de invasie van Irak in maart 2003 gaf de Iraakse minister Sahaf een aantal persconferenties, waarin hij de Amerikaanse opmars glashard ontkende.

Val

De laatste ontmoeting met de pers vond plaats enkele uren voor de val van Bagdad. Terwijl de Amerikaanse troepen voor iedereen zichtbaar snel naderden, hield Sahaf zijn gehoor voor dat het alleen maar om propaganda ging en dat de Amerikanen hun graf in de woestijn zouden vinden.

De Engelse journalist Robert Fisk die hierbij aanwezig was, vertelt hoe de toehoorders zich in moesten houden om Sahaf niet te onderbreken en te vragen om te luisteren in plaats van te praten en om achterom over zijn rechterschouder te kijken. Te midden van dichte rookwolken vond daar met infanterievuur en bomontploffingen de finale opmars van de Amerikaanse voorhoede plaats.

Sahafs uitspraken staan sindsdien model voor een bewind dat door zijn van de werkelijkheid losgezongen uitspraken alle vertrouwen van zijn burgers verloren heeft. Zijn optreden zou typisch zijn voor een dictatuur. Maar het wordt langzamerhand een vraag of in onze vaderlandse democratie de politieke en militaire autoriteiten met hun uitspraken over onze aanwezigheid in Uruzgan ook niet stilletjes in de richting van de Iraakse minister aan het opschuiven zijn. Ik beperk mij tot de verwijzing naar twee recente voorbeelden.

In de Volkskrant van 25 september stond een lofzang op de Nederlandse militaire aanwezigheid in Uruzgan direct naast een verslag van een Afghaans rapport over dezelfde materie. De (eigen) lof was er voor de gedegen kennis van onze soldaten over de clanverhoudingen.

Dorp
De Nederlanders pretendeerden precies te weten wie in welk dorp aan de touwtjes trok en wie er met wie overhoop lag. Bovendien zouden de Nederlanders de uitstekende keus hebben gemaakt hun ontwikkelingsgeld voor Uruzgan te besteden via de Afghaanse overheid in Kabul – in tegenstelling tot de Amerikanen die hun hulpprojecten direct

voor de betrokkenen financierden. Door die omweg via Kabul zouden de Afghanen leren zelf structuren voor de opzet van onderwijs en gezondheidszorg te bedenken.
Dat klinkt allemaal uiterst positief. Maar het Afghaanse rapport vertelt een totaal tegengesteld verhaal. Er staat bijvoorbeeld in dat in ongeveer heel Uruzgan de taliban een ‘schaduwregering’ hebben opgezet. Daarmee onderhouden de lokale leiders ‘goede relaties’, terwijl ze tegelijkertijd ook de officiële regeerders te vriend willen houden. Maar bij geschillen verkiest de bevolking de rechtbanken van de Taliban boven de reguliere rechtspraak. Zij beschouwen die als ‘efficiënter en minder corrupt’.

Overigens onderstreept het Afghaanse rapport ook dat de regering in Kabul niet alleen uiterst corrupt, maar ook ‘bijna onzichtbaar’ is in Uruzgan. Daarom proberen de lokale leiders het liefst zaken te doen buiten het officiële regeringscircuit om. Wat dan met het vele ontwikkelingsgeld in dit circuit gebeurt, blijft onduidelijk. Of bereikt dat door de corruptie Uruzgan überhaupt niet?

Schaduwregering
En hoe zit dat nu precies met die schaduwregering van de Taliban? Staat die ook geschetst op de grote schema’s van relaties tussen stammen, substammen, clans en families waar de Nederlanders zo trots op zijn? Het lijkt er eerder op dat onze militairen geen enkel idee hebben van de dubbele politieke werkelijkheid in Uruzgan.

Een tweede voorbeeld: In de heftige discussies over de reden voor (de verlenging van) de aanwezigheid van de NAVO in Afghanistan wordt de laatste tijd steeds meer benadrukt dat het hier voor een belangrijk deel om onze eigen veiligheid gaat. Dat was van meet af aan natuurlijk het geval: naties zijn geen humanitaire instellingen en treden alleen maar humanitair op als dat met de verdediging van hun belangen kan samengaan. Maar terwijl aanvankelijk de nobele doelen overheersten in de legitimatie van de NAVO-interventie, wordt recentelijk, nu die mooie doelen wel heel erg uit het zicht verdwijnen, het eigenbelang weer benadrukt.

Kampen
Wanneer de Taliban het opnieuw voor het zeggen zouden krijgen in Afghanistan zou Al-Qaida er weer trainingskampen opzetten om terreurdaden tegen het Westen voor te bereiden. De harten en geesten van de Afghanen moeten vooral gewonnen worden om dat laatste te voorkomen. Daarvoor moeten er ook meer troepen worden gestuurd en moet Nederland militair in Uruzgan aanwezig blijven.

Dat klinkt weer positief en overtuigend. Tot je de krant verder leest en ziet dat het tegenovergestelde weer het geval lijkt te zijn. Op 19 september deed de Volkskrant verslag van de succesvolle Amerikaanse strijd tegen Al-Qaida. Overal ter wereld werden met behulp van tomahawkkruisraketten, onbemande predatorvliegtuigjes en directe commandoacties belangrijke terroristen uitgeschakeld. Alleen in Afghanistan had men nauwelijks succes. ‘Ironisch genoeg is in het land waar de jacht werd geopend, Afghanistan, het kleinst aantal kopstukken uitgeschakeld.’

CIA
Als dat zo is, mag je concluderen dat de massale militaire aanwezigheid, die in Iran waar het terrorisme opbloeide ook contraproductief bleek te werken, niet een goede methode is om terroristen uit te schakelen. Dat werd beaamd door Paul Pillar, voormalig inlichtingenofficier van de CIA voor het Midden-Oosten in een interview in NRC Handelsblad. Terroristen kunnen volgens hem voor hun training ook elders – Pakistan, Jemen, Somalië – terecht, maar belangrijker is dat ze voor de voorbereidingen van hun aanslagen dit soort training helemaal niet nodig hebben.

Terreurdaden worden bedacht en gepland in appartementen en huiskamers, die zich meestal in het Westen bevinden. De hamvraag – waarom zijn we nog steeds in Afghanistan? – kan niet met een beroep op ons veiligheidsbelang worden beantwoord.

Hamvraag
Bij Pillars voorzichtige beantwoording van deze hamvraag komt een tragische dimensie naar voren. Met zijn ontkenning van de evidente werkelijkheid was Sahaf vooral komisch, rond Afghanistan blijkt bij deze ontkenning sprake te zijn van een klassieke tragiek. Pillar wijst erop dat Obama in zijn verkiezingscampagne het voorgenomen vertrek van de Amerikaanse troepen uit Irak verdedigde door erop te wijzen dat de strijd in Afghanistan tegen Bin Laden alle aandacht verdiende. Hij kon het zich niet veroorloven om soft over te komen en noemde de strijd in Afghanistan herhaaldelijk ‘een noodzakelijke oorlog’.

Onmogelijk
Nu zit hij eraan vast. Terugkrabbelen lijkt onmogelijk, omdat daarmee ook heel Obama’s binnenlandse beleid, om te beginnen de hervorming van de gezondheidszorg, extra onder vuur zou komen te liggen. Om deze volstrekt extrinsieke, maar politiek uiterst belangrijke reden zal Obama waarschijnlijk ook de roep om meer troepen te sturen, niet kunnen weerstaan. Deze reden zal echter nooit openlijk een rol in de discussie kunnen spelen.

En de Nederlandse redenen om al dan niet te blijven? Hebben die niet eerder te maken met onze verbondenheid met de VS en Obama dan met de werkelijkheid in Uruzgan? Dat het om tragische redenen gaat die nauwelijks in de politieke discussie erkend zullen worden, zal ook hier duidelijk zijn. Of het goede redenen zijn die het waard maken de werkelijkheid te ontkennen, om voor te sneuvelen en te doden, blijft de grote politieke vraag waar wij voor staan.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden