Column

We zijn er bijna! toont een universum zonder narigheid

Tot filosofische essays of wetenschappelijke beschouwingen heeft het programma nog niet geleid - althans, voor zover mij bekend. Maar lang zal dat vermoedelijk niet meer duren. Zodra immers een televisieformat torenhoog scoort, voelt intellectueel Nederland de behoefte het onbegrijpelijke succes van diepere betekenis te voorzien.

Dat gebeurde rond Idols en Boer zoekt Vrouw, het zal vermoedelijk gebeuren rond het MAX-programma We zijn er bijna!. De twee laatste afleveringen trokken respectievelijk ruim 2,1 en ruim 1,6 miljoen belangstellenden. En dat midden in de zomer.

Mocht u niet tot die kijkersschare behoren en ook vanavond gewichtiger zaken te doen hebben: het programma volgt zo'n vijftig landgenoten op campingreis door Europa. In eerdere jaren bezochten de deelnemers Frankrijk, Zuid-Spanje, de Balkan, Griekenland en Italië. In dit zesde seizoen trekt de karavaan naar Zuid-Portugal. De organisatie is in handen van de ANWB, de presentatie in die van de immer goedgemutste Martine van Os.

Uiteraard heeft de journalistiek zich al wel over het programma gebogen. Steevast wemelt het in die stukjes van termen als 'grijze golf' dan wel 'grijze tsunami', de deelnemers heten er 'oudjes' dan wel 'vitale bejaarden', en zelden blijven 'de fleecejacks' en het 'kort pittig kapsel' waarmee ze zich tooien ongenoemd, noch de schotelantennes en de klaptafeltjes die ze bij zich hebben.

Lees ook de tv-recensie:
We Zijn Er Bijna! geeft een joekel van een levensles (+)


Deels slapstick, deels reisprogramma, deels antropologisch fenomeen. Maar wat We Zijn Er Bijna! precies is, weet niemand.

Het doet me denken aan hoe de kranten nogal eens schrijven over de jaarlijkse Huishoudbeurs in de Rai of de jaarlijkse Libelle Zomerweek te Almere. Opdat wij lezers, geloof ik, vooral begrijpen dat de scribent zelve uit héél ander hout is gesneden.

Gelukkig zijn er ook journalisten die werkelijk trachten te duiden. Terecht concluderen zij dat de aantrekkingskracht van We zijn er bijna! schuilt in het feit dat het programma elk cynisme ontbeert. Of, zoals de Volkskrant vorig jaar zomer schreef: 'Niemand wordt geëxploiteerd of te kijk gezet, iedereen wordt in zijn waarde gelaten.'

Afgelopen weekend was het de beurt aan Het Parool. Volgens deze krant appelleren zulke tv-programma's 'met hun herkenbare kneuterigheid' aan nostalgiegevoelens bij de doelgroep van vijftigplus. Dat ook vijftigminners graag naar het programma kijken, liet de krant maar verklaren door MAX-directeur Jan Slagter. 'Het is voor hen misschien een beetje cult, maar waarschijnlijk vinden ze het ook oprecht leuk. Ze zijn drukke programma's gewend, met bewegende camera's, harde muziek en snelle montage, en dan is dit een prachtig schilderij dat voorbijkomt.'

Het klopt ongetwijfeld. Maar wat mij ook in dit nieuwe seizoen vooral treft is iets anders.

Bijvoorbeeld dat de vrouwelijke deelnemers nog Coby, Conny of Nel heten, de mannelijke Bert, Henk of Ger - namen die geen hedendaagse baby meer krijgt. Dat de rolverdeling nog zo overzichtelijk is: de vrouwen zijn zonder uitzondering in de weer met de was, de mannen met de kampeerapparatuur. En dat alle echtparen in hun werkzame leven meer dan goed hebben geboerd.

Het is een universum zonder terrorismedreiging, economische crisis of andere narigheid. Het is dit rap verdwijnend Nederland dat het programma als geen ander in kaart brengt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden