Essaycoronamoe

We worstelen met frustratie omdat we het zo goed hadden

Er heerst onvrede omdat de overheid ons oude leventje nog niet kan teruggeven, signaleert Olaf Tempelman.

Demonstranten op het Museumplein in Amsterdam botsen met de ME. Beeld Joris van Gennip
Demonstranten op het Museumplein in Amsterdam botsen met de ME.Beeld Joris van Gennip

In wellicht de meest geciteerde uitspraak aller tijden stelt Blaise Pascal (1623-1662) dat mensen zich flink wat leed kunnen besparen door in hun kamer te blijven zitten. Zo beschouwd is een lockdown een heimelijk recept voor geluk. Wie de toestand van Nederland begin 2021 bekijkt, is geneigd Pascal af te vallen: pas als mensen in hun kamer moeten blijven zitten, zie je het ongeluk toeslaan.

Experts waarschuwen voor een epidemie van depressies, stoornissen en burn-outs onder jongeren. Diverse mensen die met jonge kinderen thuis zitten maken gewag van stress of zelfs overspannenheid. Alleenstaanden melden sterk toegenomen gevoelens van isolement. En dan zijn er ook nog mensen die het thuis in hun kamer simpelweg niet meer uithouden en hun woede koelen op winkeletalages.

Er zijn deskundigen die stellen dat de huidige lockdown weinig anders was dan een recept voor onlusten, en dat de avondklok de druppel was die de emmer deed overlopen. Het vermogen rustig in een kamer te blijven is ongelijk over mensen verdeeld. Ontzeg jonge mannen boordevol testosteron alle mogelijkheden in het dagelijks leven stoom af te blazen - stapavonden, voetbaltribunes, sportscholen, feesten, festivals - en je kunt erop rekenen dat de wrok een uitweg zoekt.

Problematisch aan elke ‘stoomafblaastheorie’ is dat stoom in mensen zich, anders dan in fluitketels, niet ophoopt volgens natuurkundige wetten. Frustratie kan van buitenaf worden gevoed, en dat gebeurde volop op sociale media die de organisatie van ‘stoomafblaasbijeenkomsten’ in winkelcentra ter hand namen.

Het zijn op die sociale media echter alles behalve alléén organisatoren van rellen die signalen afgeven dat hun frustratietolerantie op dit moment te zwaar op de proef wordt gesteld. Je kunt die avondklokrellen categoriseren als een ontsporing van een kleine minderheid, maar óók als een extreme uiting van een gevoel dat veel breder wordt gedeeld - een gevoel dat de huidige toestand onhoudbaar is en de pil die moet worden geslikt veel te bitter. Jaren voor corona repten sociaal wetenschappers al over afgenomen frustratietolerantie in welvarende landen als gevolg van een lange periode van vrede en voorspoed. Die coronacrisis is, zo bezien, de spreekwoordelijke vinger op de zere plek.

In augustus schreef Jan Derksen, hoogleraar psychodynamische therapieën, in de Volkskrant dat ‘langdurig tegenslag verdragen voor de naoorlogse generaties toenemend een probleem is geworden’.

Maar je kunt betogen dat het probleem voor veel mensen na bijna een jaar coronacrisis niet eens zozeer het verdragen van tegenslag is, als wel het gevoel afgesneden te zijn van de vele dingen die ze zouden willen doen, maar nu niet kunnen doen. Om een gevoel te hebben dat dingen je worden ontzegd, moet je met die dingen bekend zijn. Het zou kunnen verklaren waarom frustratie over coronamaatregelen in bevoorrechte landen over het algemeen zoveel groter is dan in de minder bevoorrechte stukken van de wereld.

Nergens anders kunnen mensen zich zo ‘aan banden gelegd’ voelen als in landen waar inwoners tot voor kort alle kanten op konden én alle kanten op gingen. Typisch voor minder welvarende landen is dat mensen daar het begrip ‘hobby’ niet kennen. Mensen hebben daar geen hobby’s: hun leven bestaat uit werken om te overleven en zorgen voor familie. Ze begeven zich buitenshuis voor noodzakelijke dingen, niet om iets leuks te gaan doen.

Bepaald anders was dat in de bevoorrechte delen van de wereld. Daar gingen mensen de deur uit om vele soorten hobby’s en sporten te beoefenen, om zich over te geven aan allerhande liefhebberijen en verre reizen te maken, vaak meerdere keren per jaar.

Je kunt beweren: nergens anders hadden mensen vóór corona een zoveel leuker leven dan sinds corona het dagelijks bestaan bepaalt - het is een contrast dat menigeen gedeprimeerd kan maken, of kwaad. Het typische van gevoelens van onbehagen en welbehagen is dat ze doorgaans vergelijkenderwijs tot stand komen.

Er is een groep Nederlanders - mensen met ernstig inkomensverlies, grote gezinnen in kleine appartementen, gehandicapten, chronische zieken - die het naar alle objectieve maatstaven op dit moment buitengewoon zwaar heeft. Er is óók een groep die op dit moment nog helemaal niet zo slecht af is, althans bekeken vanuit het perspectief van iemand uit een minder geprivilegieerd land, maar die dat wel zo ervaart, omdat de leden het zoveel beter en leuker gewend waren.

Illustratief voor de beleving van de coronacrisis in bevoorrechte landen is dat inwoners hun overheden voortdurend vragen om perspectief te bieden. Ze willen weten op welke termijn ze hun oude leven terugkrijgen.

Je kunt Nederlandse bewindslieden veel verwijten, maar niet dat ze niet hun best doen dat perspectief te bieden. Veel van wat Mark Rutte zegt komt neer op ‘nog heel even doorzetten, beste mensen’.

Helaas is in die coronacrisis onvoorspelbaarheid troef. Met zo veel onvoorspelbaarheid hebben we in dit stuk van Europa lang niet meer te maken gehad. Het gevolg is dat bewindslieden pogingen perspectief te bieden als een boemerang terugkrijgen: jullie zeiden dat het einde in zicht was, en in plaats daarvan wordt het alleen maar vervelender. Je hoeft in Europa maar een beetje oostwaarts te reizen of premiers doen helemaal geen moeite hun inwoners ‘perspectief’ te bieden, want die waren dat sowieso niet gewend.

Olaf Tempelman is journalist bij de Volkskrant.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden