Opinie Kernafval

We weten wél wat kernafval doet

Kerncentrale in Borssele. Beeld ANP

We overzien de gevolgen van kernenergie niet, betoogde Ariejan Korteweg in de Volkskrant (Opinie en Debat, 13 november). Na een stroom van positieve berichten over kernenergie is daarmee het bekende ‘Frankenstein-frame’ terug: kernenergie is een technologie die we niet in de hand hebben, met risico’s en gevolgen die we niet kunnen overzien.

Het frame herinnert ons aan een diepgewortelde menselijke angst voor het onzichtbare en het onbekende. Zoals afval uit kerncentrales: we zien het niet, we kennen het niet, het blijft honderdduizenden jaren gevaarlijk. Zover kan niemand in de toekomst kijken en dat maakt het eng. De onmiddellijke reflex is dan ook dat we ‘toekomstige generaties daar niet mee mogen opzadelen’.

Maar wat zijn de gevaren van kernafval precies? Dat horen we zelden.

Industrie en wetenschap vertellen ons slechts dat het afval, eenmaal opgeborgen in diepe aardlagen, ‘daar voor altijd veilig blijft liggen’. Nooit komt er antwoord op de vraag: maar wat als het dan tóch zou gaan lekken? Doordat dit antwoord uitblijft, kan ieders fantasie over wat er zou kúnnen gebeuren voortbestaan.

Het is belangrijk om de gevaren van kernafval terug te brengen tot de juiste proporties. Om te beginnen is er de eindeloos lange tijd dat afval radioactief blijft: het duurt inderdaad een eeuwigheid voordat het helemaal is uitgestraald. Maar het betekent niet dat het al die tijd even gevaarlijk blijft. De stralingsintensiteit van het afval neemt snel af en dat kunnen we exact berekenen.

Dan het idee dat we geen weet hebben hoe dat radioactieve materiaal, diep in de grond, zich ver in de toekomst zal gaan gedragen. Het punt is dat we dat wel degelijk weten. De wereld heeft namelijk plekken met gesteente, diep onder de grond, die van zichzelf zeer radioactief zijn. De radioactiviteit blijft ‘hangen’ in de buurt – en dat doet het al miljoenen jaren. Stel dat het afval zich toch, door een of andere nieuwe natuurwet, naar de oppervlakte zou gaan bewegen.

Een Finse studie uit 2009 werkte dat scenario uit, op basis van de aanname dat alles misgaat wat er mis kan gaan. De Finse auteurs Rauli Partanen en Janne M. Korhonen beschrijven het in hun boek The Climate Gamble: stel dat je boven de plek van zo’n lek woont, dat je alleen maar water drinkt dat daar uit de grond komt en dat je alleen maar voedsel eet dat ter plekke is geproduceerd. Dan krijg je per jaar evenveel radioactiviteit binnen als bij het eten van twee bananen.

Het is goed dat er discussie is over de gevolgen van het opslaan van afval uit kerncentrales.

De wetenschap mag mensen echter niet in slaap sussen met de simpele bezwering dat het echt veilig is. In plaats daarvan moeten ze ons serieus informeren over hoe die risico’s er precies uitzien. Pas dan kunnen fantasiebeelden over de gevolgen van kernafval plaatsmaken voor een realistisch verhaal.

Mirjam Vossen is mediaonderzoeker en deed voor Urenco een studie naar de framing van kernenergie.

Jules Lavalaye is nucleair geneeskundige.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.