Column Onno Blom

We streven naar het oplossen van de raadsels rond Rembrandt, maar er is niets onbevredigender dan een opgelost mysterie

Rembrandt woonde de eerste 25 jaar van zijn leven in Leiden. Onno Blom werkt aan een biografie van die jaren en doet daarover hier een jaar lang verslag.

Onno Blom

Rembrandt is een mysterie. Veel van wat we van zijn leven en werk denken te weten, berust op veronderstelling en indirect bewijs. Soms wordt het mysterie nog eens vergroot door de overvloed aan interpretaties. Dat is het geval bij de pogingen die geleerde kunsthistorici hebben gedaan om het raadsel van zijn Leids historiestuk uit 1626 op te lossen.

In dat schilderij-met-de-vage-naam liet Rembrandt, 20 jaar oud en blakend van ambitie, zien wat hij in zijn mars heeft. Hij zette figuren en houdingen uit een schilderij van zijn leermeester Pieter Lastman naar zijn hand en leefde zich uit in de stofuitdrukking, de manier waarop hij licht laat vallen op een brokaten mantel en een glimmende schild. Spierballenvertoon.

Wat is er op het Leids historiestuk te zien? Een soldaat knielt voor een keizer die op een podium de scepter zwaait. De keizer wordt omgeven door een krijgsheer met een opgerolde kaart in de hand, een priester, een bebaarde man met een bontmantel en een nette burger. Wapentuig is aan hun voeten uitgespreid. Achter de knielende soldaat gaat een leger schuil. Een andere soldaat heft de handen met de palmen naar de keizer, een derde maakt het V-teken. De overgave, smeekbede of pleidooi voor een tribunaal – daar gaan we al met de verschillende interpretaties – speelt zich af tegen het decor van een antieke stad.

Is dit: Saul wapent David? De rechtspraak van Brutus? De clementie van keizer Titus? De grootmoedigheid van Alexander? De overgave van de Duitse steden aan Karel V? Of de beschuldiging van Piso?

Rembrandt, Leids historiestuk, 1626. Beeld Museum de Lakenhal

Ik zou het niet durven zeggen. De kunsthistorici durven het wel, maar die spreken elkaar dus tegen. Eén interpretatie is mij – vanwege de interpretatie zelf – het liefste: ‘Palamedes voor Agamemnon’. Palamedes was een Griekse held die tijdens de belegering van Troje voorstelde om de wapens neer te leggen. Hij werd er ten onrechte van beschuldigd door de Trojanen te zijn omgekocht en werd door de Griekse koning Agamemnon ter dood veroordeeld.

Als deze scène uit Vergilius’ Aeneis uitgangspunt is geweest voor het Leids historiestuk, dan verwijst Rembrandts schilderij óók naar Palamedes of vermoorde onnozelheid van Joost van den Vondel uit 1625. Dat toneelstuk werd verboden omdat Vondel verkapte, maar o-zo-herkenbare kritiek leverde op prins Maurits, die landsadvocaat Johan van Oldenbarnevelt had laten oppakken op beschuldiging van landverraad. Van Oldenbarnevelt was op 13 mei 1619 onthoofd op het Binnenhof.

Palamedes spreekt in Vondels toneelstuk bijna dezelfde laatste woorden als de landsadvocaat op het Haags schavot:

’k Heb, volgens mijnen plicht,

Gants vroom en ongeveinsd en opentlijk gehandeld,

En sterf een oprecht Griek, gelijk ik heb gewandeld.

Rembrandt, Portret in de spiegel. Ca 1627-1628. Beeld Indianapolis, Museum of Art / Courtesy of The Clowes Fund

Als Rembrandt verwees naar het toneelstuk, dat in het geheim van hand tot hand ging, dan was dat niet ongevaarlijk. Vondel werd veroordeeld tot het betalen van 300 gulden, maar kwam er daarmee genadig af. ‘Een geseling met een vossenstaart’, werd de straf genoemd.

Omdat Rembrandt de verwijzing naar Vondel moest verhullen, maakt hij het ons tot op de dag van vandaag moeilijk. Dat is de paradox: we streven naar het oplossen van de raadsels rond Rembrandt, maar er is niets onbevredigender dan een opgelost mysterie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.