Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Kranenburg

We stemmen ons dagprogramma graag op de benzineprijs af

Wat de benzineprijs toch zo belangrijk maakt.

Beeld de Volkskrant

De benzineprijs is alweer historisch hoog. Dat houdt de mensen bezig. Zo levensbelangrijk is de benzineprijs – daar stemmen we ons dagprogramma graag op af.

Bij de Aral is het veertien cent goedkoper, hier vijftien cent, daarom staat Kevin Eichelstein nu bij de Tank und Shop. Het is een warme, doordeweekse middag. ‘Wat we kunnen besparen’, zegt Kevin, ‘kunnen we besparen’.

Zo is het.

‘De mensen rijden voor een cent’, zal Magnus later zeggen.

Dit dorp dijt uit als deeg. Het gevolg van een van de belangrijkste Nederlandse karaktereigenschappen, een die klassen en generaties verbindt en daarmee de diepste laag raakt van onze nationale identiteit: het plezier van het voordeeltje. Willi zag het gebeuren. Het was 1969. Daar kwamen ze, de Nederlanders, en rekenden tevreden af. De wederopbouw had ze van auto’s voorzien, van doorzonwoningen en vrije dagen, en nu was er tijd en ruimte beschikbaar om energie te steken in het wegen van de brandstofprijzen.

Het werd nooit meer anders.

Willi groeide op in Gasthof Haus Hünnekes. Zijn broer nam het restaurant, voor hem bleef in 1957 de benzinepomp over. Het leek een troostprijs. 1969 is het jaar waarin de brandstofprijzen kantelden te zijnen gunste. Het bracht hem zoveel Nederlandse klanten dat Willi zijn Tank und Shop groots kon verbouwen tot wat het nu is: drie vulpunten met een winkel vol koud bier en luiers en whisky en wat een mens maar nodig heeft.

Brandstof in Duitsland is goedkoop omdat het duur is in Nederland, zegt Willi. De accijnzen. Het kwartje van Kok woont bij de tanktoeristen nog stevig in de ziel. Het is bijna drie decennia geleden en nóg prachtig materiaal voor populisten.

Acht jaar was Wim Kok premier en de herinnering slijt, totdat alleen het kwartje overblijft.

De brandstof is ook goedkoop omdat de Duitse pomphouders harder concurreren dan de Nederlandse, die vastgebonden zijn aan een duur merk. Soms past Willi zijn prijzen twaalf keer per dag aan. ‘Nederlandse klanten houden elke daling scherp in de gaten.’ Daar zijn uitstekende websites voor.

De tijd zet stappen: Willi stopt en gaat met pensioen en doet zijn vergunning over aan een bedrijf dat hier nu een supertankstation bouwt, een Grosstankstelle met tien vulpunten voor de tanktoeristen.

Nog even, en dit dorp is een wereldstad.

Na de benzine kwamen ze voor de sigaretten en de drank, en daarna voor de drogisterijartikelen. Ook de shampoo is hier wonderlijk goedkoper. Het dorp beschikt nu trots over een Einkaufsarena. Die ligt aan een rondweg; de oude straat door het centrum is autovrij gemaakt, en verderop voorzien van stevige rotondes.

Met smaak zien ze de btw-verhoging tegemoet die de Nederlanders voor de kiezen krijgen. Ook hiervoor wordt de Einkaufsarena alvast uitgebreid.

De Nederlanders houden van voordeel, zegt Willi, ‘maar ook van een dagje uit’.

Zijn dochter Josee, terug uit Australië waar ze promoveert in de antropologie, ziet een ‘spannende ontwikkeling’. Het dorp stulpt almaar verder uit. Dorpelingen mijden op zaterdag hun eigen winkels en doen de boodschappen bij de Netto in Nutterden, een geheimtip.

En de Nederlanders kopen dus de huizen. Die zijn ook voordelig.

De Grundschule is inmiddels tweetalig, de Kindergarten ook, al brengen de meeste Nederlanders, zegt Josee, hun kinderen het liefst elke dag veilig over de grens. Punt blijft dat Nederlanders zich anders gedragen. ‘Duitsers zijn minder amicaal, maar hun vriendschappen zijn dieper.’ Ze houden van zondagsrust, terwijl Nederlanders dan vrolijk het gazon gaan maaien.

Het voordeel. Arie Mettes topt zijn Ford af; hij komt uit Wijchen rijden, het verschil is 17 cent per liter. ‘Daar rij ik wel voor heen en weer.’ Staan we even te rekenen, want dat rijden kost ook wat, concludeert Arie: ‘in principe zal het niet veel schelen’.

Waar hij dan wel voor komt: ‘het gevoel hè’.

Tanken bij het goedkoopste tankstation voelt sowieso als een overwinning. Op zaterdagochtend in de voetbalkantine hebben ze het er al over, wie waar gaat winkelen en tanken. Als de Aral een cent goedkoper is, gaan ze daar. Arie: ‘Da’s in principe genoeg voor een goed gevoel.’

Aan de andere kant van de grens, in het dorp Berg en Dal, is Magnus Poos gestopt met de brandstofverkoop. Zelfstandige pomphouders zoals hij, zijn opgelost in de berekeningen.

Magnus gaat ook naar Duitsland. Een fles Metaxa, zegt hij, ‘drie sterren’, kost hier bij de slijter zestien euro tachtig. ‘In Kleef koop ik dezelfde fles, ook drie sterren, voor acht euro negentig.’

Doet ie een jaar mee, met die fles. Gaat het niet om. ‘Net wat ik zeg: het gaat om het gevoel.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.