Opinie

'We staan echt niet op de rand van een apocalyps'

Wij koesteren de doem alsof we erover willen opsnijden getuige te zijn van de ondergang van het Westen.

Trump uitgedost als Hitler tijdens een demonstratie in Londen.Beeld AFP

Als lachebekje is de mens niet in de wieg gelegd. Sinds de Tweede Wereldoorlog hebben we toch zeker drie verloren generaties geteld. En wie de tekenen van de tijd ook maar enigszins verstond, zag het fascisme - in welke verschijningsvorm dan ook - opnieuw naderbij komen. 'De laarzen dreunen weer', stelde Vrij Nederland in de jaren zestig geregeld vast - ook om zichzelf als naoorlogse verzetskrant te profileren. Waarin het naoorlogs fascisme zich dan manifesteerde? In Duits revanchisme, al dan niet waarneembaar. In de dictaturen van Spanje, Portugal en, later, Griekenland. In het politieoptreden tegen student-activisten en provo's. In de BVD. En, uiteraard, in het Amerikaans optreden in Vietnam. Dat de jaren vijftig, zestig en zeventig vrolijk en onbezorgd waren, weten we pas sinds de jaren negentig. Zoals DDR-burgers achteraf welwillend naar hun politiestaat kijken omdat ze er jong en verliefd zijn geweest.

Het is dus niet zo gek dat we ook nu parallellen met de jaren dertig menen te zien. Heel veel benul van geschiedenis hebben we niet, maar met de jaren dertig, de vooravond van de grote apocalyps, zit je altijd snor. Want die hoorden toe aan wankelmoedige staatslieden en dictators. In de jaren dertig waren we onwetend van naderende rampen. In de jaren dertig bleven parlementaire democratieën het antwoord schuldig op de economische crisis. In de jaren dertig waren de mensen bang en onzeker. Net als nu. En zo is de cirkel weer rond.

Aan de benoeming van de beklemmende overeenkomsten tussen toen en nu wordt weliswaar steeds de bezweringsformule gekoppeld dat de geschiedenis zich niet herhaalt, maar daarvan gaat geen overtuigingskracht uit. Want wat heb je aan geschiedenis als je er geen vermaningen of boze voortekenen aan kunt ontlenen?

Sander van Walsum

Hooguit worden de jaren dertig af en toe verruild voor de jaren vóór de Eerste Wereldoorlog, toen de Europeanen, in de kenschets van Christopher Clark, als slaapwandelaars naar de 'oercatastrofe van de 20ste eeuw' zwalkten. In deze parallelle wereld figureert de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie als EU avant la lettre. En we weten hoe het daarmee is afgelopen. Niet alleen dat: we menen ook te weten dat de Dubbelmonarchie was gedoemd te verdwijnen. En zo kijken we ook naar oude foto's van walsende Habsburgers: zij miskenden de tekenen van hun tijd. In de waarneming van Christopher Clark, die het statistisch gelijk aan zijn kant heeft, was Oostenrijk-Hongarije echter een vitale veelvolkerenstaat met een bloeiende economie. Zeker geen rijk dat voor het noodlot was voorbestemd. Net zo min als de Eerste Wereldoorlog onontkoombaar was. Maar die opvatting geldt als tegendraads en - zeker in Duitsland, dat nogal aan zijn eigen schuld is gehecht - als controversieel.

Even ongebruikelijk is het om te betwijfelen dat de jaren dertig wel in de Tweede Wereldoorlog en de Holocaust móesten resulteren. Dat de democratie het moest afleggen tegen de dictaturen. En dat de Weimar Republiek wel moest falen. De Duitse fascismekenner Ernst Nolte, verguisd omdat hij heeft gesuggereerd dat Hitler schatplichtig was aan Lenin, heeft ooit een boek geschreven over de Weimar Republiek als bijna geslaagd experiment. Maar van dat revisionisme waren zijn vakgenoten - met name de Duitsers onder hen - niet gediend. Voor hen was het de lotsbestemming van Weimar om Hitler te baren. Dat is de mal waarin onze perceptie van de 20ste eeuw is geperst, zoals de Middeleeuwse mens niet beter meende te weten dan dat hij als bewoner van het laatste wereldrijk in het laatste tijdvak van de geschiedenis leefde.

De middeleeuwer bleef, naar verluidt, tamelijk opgewekt in het aangezicht van het einde der tijden. Maar een paar eeuwen later koesteren wij, westerlingen, de doem. Hem negeren, wordt gezien als een vorm van escapisme. Als een ontkenning van de onloochenbare realiteit. Terwijl die realiteit met het blote oog nauwelijks waarneembaar is. Ze ligt zelfs niet besloten in de actualiteit. Ze ligt hooguit besloten in de gangbare interpretatie van de actualiteit. Die behelst dat Nederlanders overwegend bang en rancuneus zijn. Dat Europa door populisten zal worden veroverd. Dat we het antwoord op autocraten en moslimextremisten schuldig blijven. Dat Europa in de Chinese eeuw tot marginaliteit is veroordeeld. Dat Donald Trump bezig is de democratische rechtsstaat te ontmantelen. Dat redelijkheid en matiging onherroepelijk deugden van gisteren zijn. Het zijn niet eens meer hypotheses, het zijn zekerheden die we met een grimmig genoegen omhelzen - alsof we er tegenover het nageslacht over willen opsnijden dat wíj getuige waren van de ondergang van het Westen.

Maar de realiteit die onze somberheid legitimeert, is een geconstrueerde realiteit die er niet is als we er geen kennis van nemen. En in die luxepositie verkeren we: we kunnen het nieuws negeren. Of we kunnen het zo interpreteren dat we er minder mismoedig van worden. Dat was de gemiddelde Rus of Duitser die omstreeks de vorige eeuwwisseling het levenslicht zag niet gegeven. Voor hem was er geen geïnterpreteerde werkelijkheid, maar de snoeiharde, onontkoombare werkelijkheid van oorlog, honger, revolutie en terreur. Hij werd dagelijks meegezogen in de maalstroom van de geschiedenis.

De Rus of Duitser van toen zou, als hij per tijdmachine naar het Nederland van 2017 zou worden verplaatst, niets ondervinden van de realiteit die wij menen waar te nemen. Hij zou een overvol, maar goed georganiseerd land zien met haastige maar per saldo redelijk opgewekte mensen die elkaar, ook zonder een strenge en alomtegenwoordige overheid, niet naar het leven staan. En hij zou niet begrijpen dat onze waarneming van de realiteit zo zou afwijken van de zijne.

Ter verklaring van de huidige malaise zouden we niet naar de jaren dertig of de jaren voor de Eerste Wereldoorlog moeten kijken, maar misschien naar 1989, toen we op de drempel meenden te staan van het einde der geschiedenis. Billy Joel bezong de euforie van die tijd in Leningrad: 'We never knew what friends we had, until we came to Leningrad.' De illusie van eeuwige vrede en wereldomspannende vriendschap is volkomen vervluchtigd. Zo beschouwd, is 1989 het 1918 van de naoorlogse generaties. Maar dit zegt meer over de verwachtingen van 1989 dan over de beroerde stemming van 2017.

Sander van Walsum is redacteur van de Volkskrant

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden