Verslaggeverscolumn In Rotterdam en Bagdad

We schenden het Kinderrechtenverdrag, maar we schenden het humaan

Foto de Volkskrant

Het fouilleren van de kinderen deed pijn. Bij mij, en bij de militairen die het was opgedragen. In de catacomben, laat in de nacht: de celdeuren gingen open, de kinderen wreven in hun ogen en werden wijdbeens tegen de muur gezet. Hun schoenen gecontroleerd. De veters eruit. Zo kalm als ze dit ondergingen - ze zeiden geen woord, keken naar de grond, niet naar de marechaussees die boven hen uittorenden.

Iemand moet het doen, zeiden de marechaussees. Ze hielden zich groot. Ik ook. Op het moment dat het gebeurt, lijkt alles logisch.

Met fotograaf Joost van den Broek mocht ik het uitzetten van uitgeprocedeerde gezinnen volgen, van Rotterdam naar Bagdad, zeven jaar terug. Het was een pijnlijke reis. De kinderen waren in de leeftijd van de mijne. Wat er van ze geworden is, hoe ze leven met de gebeurtenissen - ik denk er regelmatig aan.

Op de radio vertelde orthopedagoog Carla van Os wat detentie en deportatie doen met kinderen. Het maakt veel kapot. Vluchten is traumatisch, ‘en daar ga je dan als overheid een immens trauma aan toevoegen’. Dat ging niet over Nederland, maar over Amerika, waar president Trump illegale gezinnen uit elkaar trekt en de kinderen opsluit in kooien. Iedereen boos op Trump, icoon van de harteloosheid. De premier van Nederland is opgedragen de president onze zorgen over te brengen, want zo ga je niet met kinderen om.

Het roept de vraag op hoe wij in Nederland omgaan met illegale kinderen.

Er is een verschil. Maar hoe groot is dat?

Te deporteren kinderen mogen in Nederland bij hun ouders blijven. Ze wonen vaak in een ‘gezinslocatie’. Daar leven ze met angst voor de politie. Margriet Oostveen schreef vorig jaar op deze plek over Maedeh Rahimi en haar zusjes: hoe ze het schreeuwen horen van degenen die verdwijnen. Slimme meiden met ambitie, hier veilig voor de orthodoxe godsdienstmaffia in Afghanistan. Maar ze moeten weg, omdat wij dat willen.

Irene de Zwaan schreef een veelzeggende reportage over de ‘gezinslocatie’ Katwijk. Daar slapen kinderen in hun kleren, bang te worden opgehaald. ‘Met mijn vrienden bleef ik elke nacht wakker’, vertelde Ibrahim Najm, uit Irak. ‘Op een dag wilde een van mijn vrienden niet komen, hij was moe. De volgende dag was hij meegenomen.’

Wat dat met kinderen doet. Weet niemand, want Nederland voelt zich niet geroepen dat te achterhalen. Weg is weg. De belangen van kinderen, zei Carla van Os, worden door onze immigratiedienst ‘in het beste geval genegeerd’.

Het verschil tussen de kooien in Amerika en onze detentiecentra en gezinslocaties is dat wij in Nederland ‘humaan’ deporteren. Dat is een belangrijk woord, ook voor de ambtenarendie het werk moeten doen. Ze beschikken over humane handboeien en worden getraind in menselijkheid. De muren van de cellen hebben humane kleuren. De gezinslocaties zijn bedacht als humaan alternatief voor een illegaal leven op straat.

We schenden het Kinderrechtenverdrag, maar we schenden het humaan.

In het moment is alles logisch. Het is logisch om kinderen te fouilleren - wie weet heeft hun vader een scheermesje in die schoenen verstopt. Voor Trump is het logisch gezinnen te scheiden, omdat ouders hun kinderen gebruiken als breekijzer. Uiteindelijk zijn de ouders verantwoordelijk voor wat ze hun kinderen aandoen - zo denken we ook in Nederland. Hadden ze maar niet moeten komen, of hier kinderen moeten krijgen tijdens het lange, lange wachten op een verblijfsvergunning.

Het is de gemakkelijkste manier van redeneren.

Klaas Dijkhoff, leider van de grootste politieke partij van Nederland, gaat binnenkort grappig doen over vluchtelingen in een Brabants café. Hij noemt dat stand-uppolitics. Er is bier en er zijn grappen, zegt hij in een grappig filmpje. En dat vluchtelingen na een jaar of drie moeten opzouten, want ze houden niet van onze normen en waarden.

Hij weet dat het omgekeerde waar is. Maar de bühne moet bediend. Met bier. Vluchtelingen komen voor een gratis borstvergroting, zei Klaas’ voorganger al in een filmpje. Ook dat was gelogen.

Het is niet grappig. Klaas was staatssecretaris voor de vluchtelingen, en weet hoe moeilijk het is mensen terug te sturen. Dat is al decennia bekend. De eerste die het me min of meer hardop vertelde was Piet Tieleman, de stoere politiebaas die achttien jaar geleden de opdracht van het kabinet kreeg vijfduizend illegalen naar huis te krijgen. Het lukte niet. Natuurlijk niet.

Daarna zag ik het vaak met eigen ogen. Uitzetten is een spel, de kinderen zijn altijd de dupe. Elke politicus die over uitzetten als oplossing begint, weet dat het gemakzucht is. Stand-uppolitics.

Dit gaat niet over kinderen. Dit gaat over ons: een extreem welvarende enclave in de wereld. En over de vraag hoe humaan zo’n enclave wil zijn.

Meer over