VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Overasselt

We schaatsen, maar niet zoals we schaatsten: we klampen ons alleen maar vast aan herinneringen

null Beeld

Omdat het de laatste keer kan zijn, ga ik met mijn moeder naar de plek waar ik leerde schaatsen. Mijn vader is er al. Het ijs op de vennen is niet geweldig maar dat was het nooit, en daar ging het ook niet om, het ging om de rietpollen waar je op kon zitten (veenpluis, zei mijn vader), het doelloos rondjes draaien met vrienden, de koude oorlellen, de lange korte onbezorgde dagen.

Er was niets anders dan schaatsen, en het ijs hield soms weken stand. En nu zijn er duizend zwaarwegender onderwerpen om een column over te schrijven, het kost moeite die weg te duwen, tijd en ruimte te maken voor iets wezenlijks.

Parkeer de auto op de plek waar pa de auto parkeerde (alles is vol maar voor ons is wonderlijk genoeg de beste plek beschikbaar), en een verslaggever van De Gelderlander duikt op: het nieuws is dat de gemeente foutparkeerders massaal beboet, en dat daarover wordt gemord, dank voor de waarschuwing. Ons nieuws, dat het mogelijk is te schaatsen op de plek waar ik leerde schaatsen, onder toeziend oog van mijn vader die zich vestigde aan de voet van een boom, onder het ijs, heeft geen belang.

null Beeld Toine Heijmans
Beeld Toine Heijmans

Het ven is zonovergoten maar De Telegraaf heeft het al over ‘zwarte zaterdag’: te druk, blijf weg. Wie wil schaatsen moet met de dageraad beginnen, je moet een fiets in de achterbak leggen, schrijft mijn eigen krant, vluchtroutes bedenken en rekening houden met het ergste. Zonder degelijke planning valt er niet te schaatsen in de spreadsheetsamenleving, waar de treinen stilstaan met het vallen van de eerste sneeuwvlok.

Het spectaculairste schaatsweekend van de eeuw gaat gepaard met noodverordeningen, wegafsluitingen, een minister van Justitie die ons tot kalmte maant (zou er een crisiscentrum zijn ingericht?), met zorgelijke liveblogs, alerte veiligheidsregio’s, onnodige reisbewegingen en een burgemeester die er niet voor terugdeinst het ijs te sluiten als wij ons niet aan zijn regels houden.

Dat je het voorjaar al kunt ruiken in het veenpluis, dat mijn rechterschaats snerpt als ik mijn been terughaal voor de volgende slag, dat mensen die nooit eerder schaatsten elkaar helpen en dat de rest daar rekening mee houdt, dat het tegelijk koud en warm kan zijn, dat iedereen hetzelfde voelt op dit ven, noem het vrijheid en verbroedering (er zijn vast betere woorden voor), dat  kinderen koninklijk op een slee zitten, voortgetrokken door hun vaders’ brede ruggen, een ongekende lichtheid, dat is geen nieuws.

Acht jaar geleden stuurde de krant me naar het natuurijs en ik stribbelde nog tegen want wat was er te schrijven, het was gewoon maar ijs, en via sluipwegen om de kilometers file te ontwijken bereikte ik een oever. De eerste die ik er tegenkwam was Bart Veldkamp met zijn ouders (verslaggeversgeluk), en hij zei dat bij het schaatsen leegte hoort, en die was hier niet, maar goed, wat moest je dan, misschien kreeg je nooit meer zo’n ijsvloer cadeau.

‘Iedereen wil Nederland altijd zo’ was de kop, overdreven maar met een kern van waarheid.

Het vreemde is dat wat we willen niet overeenkomt met wat we doen. De kans om ergens wat onbezorgdheid te vinden is inmiddels net zo groot als de kans op een parkeerplaats bij de bevroren vennen.

Het was acht jaar wachten en we schaatsen niet, we klampen ons vast aan herinneringen. Iedereen die dit weekend schaatst houdt vast aan wat er was en probeert zijn kinderen het schaatsen bij te brengen, niet de techniek maar het gevoel, een ijdele onderneming.

Mijn moeder is te voet, ze kocht witleren schaatsen van haar eerste salaris als verpleegkundige, zestig jaar geleden, maar durft niet meer.

Mijn vader is te vinden bij de boom aan de rand van het spiegelven, in het mooiste natuurgebiedje van Nederland (waar tot zijn toorn toch maar even een snelweg naast werd gelegd, als bewijs voor wat de Nederlanders echt belangrijk vinden).

Zijn boom kijkt uit over het verleden: mensen onder een winterzon, even losgekomen van hun problemen. Iedereen weet dat de dooi snel komt en daarna kantelt het seizoen.

Dus schaats ik over mijn vaders as. Ik schaats tot het niet meer gaat en negeer de avondklok – dat had hij ook gedaan.

Meer over het schaatsplezier

Verslaggever Tjerk Gualthérie van Weezel zoekt het ijs op en vraagt zich met dekentje over zijn benen af: waarom houden wij hier zo van?

De Ankeveense Plassen zijn onweerstaanbaar, en dat is ook meteen het probleem

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden