We nemen schoonheid snel in ons op en willen dan weer verder

Filosoof Alain de Botton over de voordelen van thuisblijven en dagdromen

Als we 's avonds laat in bed liggen, mogen we graag dagdromen over waar we zoveel liever zouden willen zijn Foto anp

Als we 's avonds laat in bed liggen of op het perron staan te wachten op onze forensentrein, mogen we graag dagdromen over waar we zoveel liever zouden willen zijn: wellicht op een strand in Goa aan de westkust van India, in een restaurantje aan een rustig grachtje in Venetië, op de kustweg bij Big Sur in Californië of misschien op de Faeröer-eilanden.


Ons verlangen op reis te gaan wordt bijna altijd geprikkeld door enkele beelden: een paar mentale kiekjes die alles bevatten wat een reisbestemming aanlokkelijk maakt. Een reis van vele uren die misschien een klein vermogen kost, kan in gang worden gezet door zoiets simpels als een paar in onze fantasie eindeloos bekeken ansichtkaarten.

We reizen vanuit de overtuiging dat de werkelijkheid van zo'n plek nog fijner is dan de mentale beelden die ons doen afreizen. Maar we zouden beter eens kunnen kijken naar hoe ons brein werkt: mentale beelden duren hoogstens 3 seconden. Als we ons een plek voorstellen, zien we geen film, maar een plaatje. We kennen dit verschijnsel allang van de bioscoop. Stel u voor dat op het filmdoek in de loop van een verhaal een schitterend beeld verschijnt van oceaangolven die stukslaan op een rotsige landtong. U slaakt wellicht een zucht van verlangen. Als de camera echter zou blijven hangen bij deze scène, zouden we onrustig worden. Wat in brokjes van seconden geweldig is, kan na een halve minuut behoorlijk irritant worden. Na twee minuten ergeren we ons zo gruwelijk dat we geneigd zijn de zaal te verlaten.


Dat komt niet doordat we ondankbaar of oppervlakkig zijn, maar doordat we schoonheid snel in ons opnemen en dan verder willen. Schoonheid is als een mop: we lachen erom, maar we hoeven hem niet opnieuw te horen.


De heerlijke mentale beelden die ons tot reizen aanzetten, zijn bewerkte versies van wat we feitelijk op welke bestemming dan ook aantreffen. We krijgen die beelden zeker te zien, maar ook veel andere; pijnlijk of saai, ontmoedigend of banaal.

Bovendien zit er altijd iets op de lens tussen ons oog en de plek waarvoor we gekomen zijn, namelijk: wij zelf.

Door een onvermijdelijke dwaling nemen we onszelf mee naar iedere bestemming waar we zo graag heen wilden. En dat betekent dat we al die geestelijke bagage die het iedere dag zo onverdraaglijk problematisch maakt om onszelf te zijn met ons meezeulen: alle angst, spijt, verwarring, schuld, geïrriteerdheid en vertwijfeling. Dat vertroebelende zelf-filter zit nooit voor de lens als we ons thuis de reis voorstellen. In onze verbeelding genieten we van uitzichten, maar daar, aan de voet van die tempel of hoog op die berg, merken we pas hoeveel van 'onszelf' zich tussen ons en het uitzicht dringt. We verpesten onze reizen door onze gewoonte onszelf mee te nemen.

Hier openbaart zich de ironie: de inspanningen om onszelf naar een plek te verplaatsen, brengen ons niet persé dichter bij de essentie van wat we zochten. Want wat de luchtvaartmaatschappijen, hotels en tijdschriften ons nooit vertellen, is dat we door te dagdromen van de bestemming al ruimschoots genoten hebben van het beste wat een plek ons te bieden heeft.

Vertaling: Leo Reijnen.
Zie ook: thebookoflife.org

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.