column Diederik Samsom

We mogen dan veel buitenland hebben, Nederland heeft het altijd buitengewoon druk met zichzelf

In 1952 raakte de formatie tussen de toenmalige KVP en de PvdA in een impasse, omdat beide partijen elkaar de ministerspost voor Buitenlandse Zaken niet gunden. In een, toen al, typisch Nederlandse polderoplossing werden er uiteindelijk twee ministers van Buitenlandse Zaken benoemd. Eén van hen, Joseph Luns, gaf daarvoor tegenover koningin Elizabeth de beroemd geworden verklaring: ‘Omdat wij als klein land zoveel buitenland hebben.’ Treffende zelfspot. Nederland kan zijn belangen het best dienen door goed over de grens te kijken.

De afgelopen Politieke Beschouwingen was daar heel weinig van te merken. Niets eigenlijk. Eén vraag over het buitenland kreeg de premier. Veertien fractievoorzitters, twintig uur debat, één vraag, over Iran, afgedaan in minder dan 1 minuut. Toegegeven, dat is al vele jaren zo. We mogen dan veel buitenland hebben, Nederland heeft het altijd buitengewoon druk met zichzelf. En de dynamiek van Prinsjesdag versterkt dat nog eens. Hoe wrang ook, in de Algemene Beschouwingen is een half procent koopkrachtdaling voor de middengroepen een grotere ramp dan een van ergste humanitaire crises in vijftig jaar. Op dit moment gaande. In Jemen.

Ik vond het ook altijd hondsmoeilijk om het buitenland de plek te geven die het verdiende. De urgentie van de situatie in het Midden-Oosten legde het kansloos af tegen een premier die ‘rot op’ had geroepen op televisie. Slechts een keer speelde het buitenland een prominente rol rond Prinsjesdag. In het najaar van 2015 wandelden een miljoen vluchtelingen vanuit Syrië desolaat door Europa en zetten ons asielsysteem volledig klem. Ging het toch weer over onszelf.

Hoelang nog? Terwijl wij hier het grootste welvaartsfeest in de geschiedenis van de mensheid vieren, bevindt zich ten zuiden van ons een werelddeel waar een explosieve mix van radicalisering, conflict, razendsnelle bevolkingsgroei, klimaatverandering, uitputting van natuurlijke hulpbronnen en geopolitieke interventie door China, Rusland en Saoedi-Arabië een tijdbom creëert die ieder moment kan afgaan. En voor wie denkt, ach, dat zeiden ze veertig jaar geleden ook: laat de verschillen eens tot u doordringen. In 1980 had Afrika 450 miljoen inwoners, Europa 700 miljoen. In 2050 zijn er 2,5 miljard Afrikanen en wonen er, nog steeds, 700 miljoen mensen in Europa. Steden als Lagos, Kin-shasa of Dar es Salaam hebben in 2050 meer dan 30 miljoen inwoners. Per stad.

Op die aantallen hebben we maar zeer weinig invloed. Op de manier waarop deze mensen leven en de relatie die we met hen hebben des te meer. Grofweg zijn er twee mogelijkheden. We modderen voort met een beetje ontwikkelingshulp, een beetje interventie, veel wegkijken en vooral heel veel verontwaardiging als boten vol jonge mannen uit wanhoop een beter leven komen opzoeken bij ons. Of: Europa ontstijgt zijn obsessie met migratie en zijn naïviteit over de grondoorzaken ervan en gaat Afrika nemen voor wat het is: een ontzagwekkend continent met enorme potentie, waarmee een volwassen relatie het wederzijdse belang dient.

Afrika is namelijk ook het werelddeel waar het opleidingsniveau en productiviteit van de bevolking razendsnel stijgen. Het beeld van een hulpeloos continent dat we slechts in termen van ontwikkelingshulp moeten benaderen, is volstrekt achterhaald. Landen als Ethiopië, Ghana en Oeganda groeien al enige tijd met 8 procent per jaar.

Het wordt tijd voor echte partnerschappen. Op het gebied van energie liggen er enorme kansen voor beide werelddelen als we de potentie van de Noord-Afrikaanse zon weten te ontginnen met investeringen en technologische samenwerking. De basis van de groene waterstofeconomie kan daar worden gelegd. Hetzelfde geldt voor de voedselproductie, mits we de neokoloniale verhoudingen, waarin we de Afrikaanse landen dwingen onze (te) goedkope producten te accepteren, openbreken. En er is nog veel meer mogelijk als we inzien dat ons lot uiteindelijk verbonden is aan dat van hen.

Maar wie neemt Europa op sleeptouw? De traditionele motoren van het Europese buitenlandbeleid lijken stilgevallen. Het Verenigd Koninkrijk heeft een Brexit-psychose; Italië en Spanje zitten al tien jaar klem in eindeloos opeenvolgende verkiezingen; Duitsland dobbert zielloos naar het einde van het Merkel-tijdperk en Macron worstelt met de gele hesjes. Hoogste tijd voor Nederland om zich te herinneren dat we heel veel buitenland hebben.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden