Column Peter Middendorp

We moeten van alles en we mogen niets meer, maar van wie eigenlijk?

Uit een vliegtuig op een eiland in een villa met een zwembad en uitzicht op een baai. Een wemeling van pleziervaart op het water. Kort geleden rukten de hulpdiensten uit met helikopters omdat ergens een olievlek was opgemerkt. De vlek bleek zwembadwater vol zonnebrandolie, door een cruiseschip geloosd. Milieurampje. Kwam wel vaker voor.

30 graden bij het opstaan, 70 procent luchtvochtigheid bij het ontbijt. ’s Middags even goed insmeren en dan een lauwe duik – tonnen zonnebrandolie verdwijnen zo in zee. ’s Avonds zegt de restauranthouder dat hij geen inktvis meer eet sinds hij weet dat ze zich voeden met de resten van verdronken vluchtelingen. Of waren het de octopussen? Achter ons zegt iemand: ‘Alle vissen uiteindelijk, toch?’

Als ik vanaf mijn vakantiebestemming met mijn moeder bel, zegt ze altijd op een toon alsof het een wetenschappelijke ontdekking betreft: ‘30 graden? 35? Maar dat is dan wel een ándere warmte, hè.’ Ze bedoelt: droger, beter uit te houden. Dit jaar had ik voor het eerst kunnen antwoorden: ‘Andere warmte my ass, mama, het is hier net de tropen!’ Maar ze belde zelf al om te zeggen hoe warm het was bij haar – 40 graden.

Thuis las ik over de dingen die gedaan zouden kunnen worden om de klimaatveranderingen te remmen. Ze werden opgenoemd in een nieuw VN-rapport. Minder uitstoten, minder intensieve veehouderij en veel bomen planten, heel veel, zo veel mogelijk. Het was eigenlijk heel duidelijk, als je dat zo las. Heel eenvoudig.

De kranten kopten over het VN-rapport: we moeten van het vlees af, wat mogen we nog? De woorden moeten en mogen worden veel gebruikt, we moeten van alles en mogen niks meer. Ik ben ook weleens gevoelig voor zulke koppen, vooral voor de wij-vorm, een vervelende, bemoeizuchtige vorm, de vorm van ouders, leraren, agenten. Wat zijn we aan het doen? Vinden we dit normaal? Wat hadden we nou afgesproken?

Maar in NRC Handelsblad stelde Floor Rusman een vraag die ik ook weleens beantwoord zou willen zien: wie is het eigenlijk van wie we niets meer mogen? Bestaat er soms een onzichtbare, morele instantie aan wie verantwoording moet worden afgelegd? Of zou het toch weer God zijn, vroeg ik me af. Femke Halsema misschien?

We moeten niets en we mogen alles, maar voor veel krantenmakers en mensen in de samenleving voelt het toch anders – daar doen de feiten niets aan. Misschien is de denkstap van ik naar wij soms een beetje aan de grote kant. Tijdens verkiezingen is eenzelfde manier van denken populair. Een verkiezingsuitslag is een uitdrukking van het wij, van miljoenen stemgerechtigden, toch willen veel kiezers hun eigen stem kunnen terugzien in de uitslag, anders voelt het niet democratisch en hadden ze net zo goed thuis kunnen blijven.

Klagen over wat we allemaal niet meer mogen, schrijft Rusman – uiteindelijk is het weinig meer dan weigeren na te denken over wat je zelf nog acceptabel vindt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden