Column Sylvia Witteman

We moeten trots zijn op de ‘kokkin’ en de ‘schrijfster’

Onlangs las ik in de Volkskrant de uitdrukking ‘vrouwelijke schrijver’. Mijn brein schotelde me prompt het beeld voor van Maarten ’t Hart in een jurk. Gelukkig begreep ik na die kleine kortsluiting toch dat hier gewoon sprake was van een schrijfster. Een handig, duidelijk woord was dat toch, ‘schrijfster’, korter dan ‘vrouwelijke schrijver’ ook. Alleen wil de Volkskrant het niet meer gebruiken.

De redenen liggen voor de hand: het zou mooi zijn als mensen bij bepaalde beroepen niet meer aan een man of vrouw denken. We zijn wat dat betreft trouwens aardig op weg: rechters en artsen, bijvoorbeeld, zijn inmiddels zo vaak een vrouw dat niemand die beroepen meer als typisch mannelijk zal zien. (Behalve mijn oude vader, Neerlands grootste nog levende seksist, die zich maar het lazarus blijft schrikken van elke vrouwelijke dokter en spreekt van een ‘zorgelijke ontwikkeling’. )

Nu hebben we in het Nederlands ook geen vrouwelijke variant van ‘arts’ of ‘rechter’. Van een hoop andere beroepen wél. Dat zijn, logischerwijs, beroepen die al heel lang door zowel mannen als vrouwen worden uitgeoefend : acteurs en actrices, zangers en zangeressen, dieven en dievegges. Schrijven en koken behoren daar trouwens ook toe, vandaar dat we schrijvers en schrijfsters hebben, koks en kokkinnen.

Maar daar doet zich een interessant probleem voor: ‘Het woord schrijfster heeft iets minderwaardigs’, zei een collega van me (nee, ‘collegaatje’ wil me echt niet uit de pen), ‘alsof je flutromannetjes schrijft. Daarom noem ik mezelf schrijver.’ Ieder haar meug, maar zelf blijf ik liever schrijfster. Bij een schrijver denk ik aan een man in een slobberige ribfluwelen broek, die redactrices van zijn uitgeverij probeert te betasten op boekpresentaties.

Een andere collega wilde het woord ‘kokkin’ niet gebruiken. Bij een kok denkt ze aan ‘mooie grote handen die soepeltjes een kabeljauw fileren met een Japans mes’. Bij een kokkin denkt ze aan ‘dikke preisoep’. Nu is dikke preisoep zowat het lekkerste eten dat er bestaat, maar ik begrijp wel wat ze bedoelt.

Zou het vermijden van woorden als ‘kokkin’ en ‘schrijfster’ nu een eind maken aan die ongelijkheid? Moeten wij, vrouwen, ons beroep onder een mannelijke vlag (kok, schrijver) uitvoeren om serieus genomen te worden? Daarmee verloochen je toch júíst dat vrouwen meetellen in die beroepsgroepen? Nee, we moeten trots zijn op die vrouwelijke variant.

Neem nou het woord loodgieter. Daarbij denk ik nooit aan een vrouw. Maar bij ‘loodgietster’ zie ik meteen voor me hoe die vrouw in kwestie met haar kont omhoog in mijn gootsteenkastje ligt te sleutelen. En dat ik haar dan een kop koffie inschenk. Of een kommetje dikke preisoep.

Hè, wat zou dat gezellig zijn. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden