OpinieRacismedebat

We moeten oude dooddoeners opzij zetten die het gesprek over racisme zo lang hebben bemoeilijkt

Met historische dooddoeners en jij-bakken komen we niet tot het noodzakelijke gesprek over racisme, betoogt Karwan Fatah.

Het standbeeld van Piet Hein in Rotterdam-Delfshaven wordt schoongemaakt nadat het was beklad en besmeurd.Beeld ANP

In tv-programma Op1 stelde cultuurhistoricus Nancy Jouwe onlangs voor Nederland ‘marktleider’ te maken in kritische analyses van de slavernijgeschiedenis. Nederland was immers ook marktleider geweest in de slavenhandel, zei ze. Een mooie uitdaging, maar ook een die haar op veel commentaar kwam te staan. Boze twitteraars merkten op dat slavernij onbelangrijk was voor de Nederlandse economie, dat Afrikanen zelf in slaven handelden en dat er geen verband is tussen slavernij en hedendaags racisme. Terwijl de Black Lives Matter-beweging blootlegt dat racisme nog niet is verdwenen, blijft onze kennis van de Nederlandse slavernijgeschiedenis beperkt doordat hetzelfde riedeltje dat de verdieping van het debat steeds bemoeilijkt.

Want die relativerende benadering, die ook sommige historici voorstaan, staat bol van feitelijke onjuistheden en leidt niet tot historisch inzicht en nuance. Hij stut vooral een geschiedverhaal dat draait om ‘witte onschuld’, zoals antropoloog Gloria Wekker het heeft genoemd. Maar de discussie gaat niet, ook niet voor Wekker, om schuld of onschuld, zoals de relativeerders doen voorkomen en belemmert het zicht op waar het wel om gaat: de doorwerking in deze geschiedenis. En daarover zijn de VN en de EU onverbiddelijk: de structurele achterstelling van mensen van Afrikaanse afkomst is het gevolg van racisme, voortkomend uit slavernij en kolonialisme. Een bittere pil, voor een land dat trots is op de tijd dat het een wereldrijk was. Om het verband tussen heden en verleden te begrijpen, móéten we de veranderingen in het denken over ras en slavernij traceren.

Nederland kende eind 16de eeuw geen slavernij. Maar wel kreeg de Verenigde Oostindische Compagnie (VOC) in Azië de verantwoordelijkheid voor gebieden waar slavernij bestond. De Westindische Compagnie (WIC) keek jaloers naar het Portugese systeem met slavenforten in Afrika en plantages in Brazilië. De WIC wilde dit systeem overnemen. Piet Hein werd erheen gestuurd en werd zo de punt van de Nederlandse speer in West-Indië. Die eerste poging om Brazilië te veroveren mislukte, maar later kreeg men alsnog slavenforten en plantagegebieden in handen.

Wat deed dit met het zelfbeeld van Nederland? Terwijl mensen van Afrikaanse afkomst eerst vooral werden gezien als exotische medemensen (waarvan sprekende voorbeelden te zien zijn in de tentoonstelling HIER in het Rembrandthuis) veranderde dit eind 17de eeuw. Bezit van slaven en zwarte onderwerping werden een bron van witte trots.

Die onderwerping was overigens een beperkt succes: slavernij leidde op de plantages tot verzet. Historisch antropoloog Michèle Duchet stelt dat opstanden, vluchtpogingen en revoluties de Verlichtingsdenkers in twee denkrichtingen duwden. Sommigen, zoals Voltaire, herkenden het onrecht. Anderen trokken, zeker toen de opstanden succesvoller werden, racistische conclusies. Harvard-historicus Vincent Brown liet recent zien hoe de opkomst van het biologisch racisme in de late 18de eeuw samenviel met een golf van opstanden in Berbice, Jamaica en St. Domingue.

Na de afschaffing van slavernij was het racisme niet weg. Sterker, het verdwijnen van het formele onderscheid tussen vrije en slaaf leidde bij witte mensen tot zulke onzekerheid, dat ze met geweld en ridiculisering de mensen van Afrikaanse afkomst op hun plek probeerden te houden. In zijn geschiedenis van blackface-theaters schetst Robert Hornback hoe het belachelijk maken van een vrije, zwarte Shakespeare-acteur in New York leidde tot blackface-acts die ook de oceaan overwaaiden. Dergelijke acts, ontdekte Elisabeth Koning onlangs, droegen in Nederland bij aan het vormgeven van Zwarte Piet.

In plaats van dit alles, letterlijk, weg te maken met (economisch) cijferwerk of jij-bakken als ‘de Arabieren deden het ook’, hebben we omvattender analyses nodig. Niet alleen van de achtergrond van Zwarte Piet, ook van koloniale standbeelden.

De laatste zijn geplaatst om een verdeeld politiek veld (óók in die tijd was er verzet tegen de beelden) in de late 19de eeuw te overtuigen van de juistheid van koloniale oorlogspolitiek. Met historische, raciale en nationalistische argumenten motiveerde Nederland zo de gewelddadige overheersing in Azië. De beelden ademen de superioriteitswaan waarin racisme kan gedijen, tot op heden. We moeten de oude dooddoeners opzij zetten die het gesprek over racisme zo lang hebben bemoeilijkt.

Karwan Fatah is historicus aan de Universiteit Leiden en werkte mee aan de herziene Canon van Nederland.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden