ColumnMax Pam

We moeten het samen doen, terwijl we eenzaam thuis moeten blijven

null Beeld

Omdat ik plastic mapjes nodig had om papieren in op te bergen, fietste ik aan het eind van de middag naar de kantoorboekhandel. De lockdown moest door de minister-president nog worden aangekondigd, maar kennelijk had het nieuws zich al op morfogenetische wijze verspreid, ongeveer zoals zwaluwen in Spanje ineens het gedrag overnemen van hun Schotse soortgenootjes. Tot om de hoek stond een lange rij mensen. De wachtenden droegen mondkapjes, minder eufemistisch gezichtsmaskers genoemd. Bij de invallende duisternis was dit tafereel een danse macabre, waarbij af en toe een stap werd verzet en de voorste in de rij de verlichte winkel binnentrad, alsof zich daarachter de hel bevond.

Ze moesten nog iets kopen voordat het te laat was. Even verderop, voor de parfumerie, stond een soortgelijke rij en dat gold zelfs voor de boekwinkel daar weer naast. Ik besloot niet aan te sluiten. Voorlopig zou ik het wel uitzingen zonder plastic mapjes. Op mijn leeftijd begeef je je niet graag tussen de menigte.

Eerlijk gezegd heb ik dat nooit graag gedaan. Een fenomeen als een festival is mij vreemd en het kost mij moeite te begrijpen dat sommige mensen hunkeren er weer onderdeel van te zijn.

De afgelopen maanden, terwijl buiten de ziekte rondwaarde, is mijn huis veranderd in een schuttersputje. Ik herinner me lang geleden een boek te hebben gelezen – titel en auteur zijn me ontschoten – waarin wordt beschreven hoe bij de Olympische Spelen ‘oorlog voeren’ als sport wordt opgenomen. Alle deelnemende landen vaardigen legertjes af, die tegen elkaar ten strijde trekken en vechten tot de laatste man. Uiteraard wordt dit alles wereldwijd op primetime uitgezonden. De winnaar, zo blijkt na dagenlange strijd, is de soldaat die zich bij de eerste de beste schermutselingen in een schuttersputje heeft teruggetrokken en af en toe door zijn kijkgat waarneemt wat er gaande is. Pas als het gebulder is verstomd en het helemaal stil is geworden, waagt hij zich naar buiten. Iedereen om hem heen is dood. Hij is de winnaar, maar omdat de hele wereld getuige is geweest van zijn weinig heldhaftige strategie, krijgt hij geen heldenstatus maar wordt hij overal met de nek aangekeken.

Ongeveer zoals die soldaat in dat schuttersputje voel ik mij: de ultieme thuiswerker, die alleen nog opendoet als een gemaskerde aanbelt om een pak munitie af te leveren. Inderdaad, die plastic mapjes kan ik gewoon bestellen, daar hoef ik evenmin het huis voor uit. Verder is er de spleet van de brievenbus, waardoor de krant valt. Die meldt dat een onzichtbare instantie ‘anderhalvemetersamenleving’ tot het woord van het jaar heeft uitgeroepen.

De televisie is in deze lockdown het kijkgat met bewegende beelden. Het kijkgat zegt dat we de komende tijd veel ‘samen’ moeten doen: samen de problemen oplossen en samen onze verantwoordelijkheid nemen. Daar schort het de laatste tijd nogal eens aan. Een politicus zegt dat ‘we samen iets met elkaar hebben afgesproken’. Dat blijkt altijd iets te zijn waarvan die politicus zelf een warm voorstander is.

Het woord ‘samenleving’ beleeft een enorme opleving, sinds de helft van de bevolking zijn hand moet ophouden bij de staat. Zelfs ondernemers vinden ineens dat wij het allemaal samen moeten doen. Over zelfredzaamheid der burgers hoor je weinig meer. Die komt terug, zodra het vaccin er is, de ondernemers weer flinke winst maken en de aandelen verder stijgen. Alleen de overheid zal groot blijven.

Vanuit mijn schuttersputje neem ik waar hoe het aanprijzen van de samenleving boven het individu druipt uit alle kieren. We moeten het samen doen, terwijl we eenzaam thuis moeten blijven. In Buitenhof zaten twee gerenommeerde CDA’ers enorm op te scheppen over hun partij en over hun nieuwe aanvoerder Wopke Hoekstra, die overigens op een typische CDA-manier aan de macht is gekomen. In mijn ideale samenleving zou dat nooit op zo’n manier zijn geschied. De ene CDA’er, rector-magnificus te Tilburg, uiteraard, de andere een christendemocratische journalist met kennis, empathie en een bekakte stem.

Twee keurige heren, die elkaar heel goed kennen, uiteraard, en die in elke zin wel het woord ‘samenleving’ gebruikten, vooral om te laten zien hoe verantwoordelijk zij zelf in het leven staan.

De rector-magnificus zei nog vroom dat ‘zijn eigen Brabant’ het goede voorbeeld heeft gegeven door ‘in warme verbondenheid van hightech en hightouch lange termijn te kunnen maken’.

Wat dat precies mag betekenen, dringt niet onmiddellijk tot mij door, maar ik hoop wel dat de rector in zijn Brabantse verbondenheid de volgende keer niet alleen een kilootje wiet of crystal meth meeneemt, maar dat hij ook nog eens flink op de trom slaat over de geneugten van het carnaval. Want daarmee zijn al die lockdowns begonnen. Vanuit mijn schuttersputje: nog dank daarvoor.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden