ColumnSylvia Witteman

We moeten het hebben over de bamischijf, het kloppend hart van onze vaderlandse cultuur

We moeten het hebben over de bamischijf. Omtrent deze populaire paneerfantasie ontstond een piepklein ophefje toen een kopstuk van de PVV op Twitter klaagde: ‘Het is de drammers gelukt. Gouden koets naar het museum. Eerst Zwarte Piet, toen de negerzoen en daarna de moorkop. En ook de bamischijf en de zigeunersaus worden in hun voortbestaan bedreigd. Stop de vernietiging van de Nederlandse cultuur.’

Jeetje! Nee, negerzoenen of zigeunersaus lust ik niet, moorkoppen kan ik ook prima missen, en aan het sinterklaasfeest heb ik zelfs een grote hekel, inclusief pieten in welke kleur dan ook. De gouden koets is een bespottelijk rococo-onding; wat mij betreft mag de koning minzaam gaan zitten wuiven in een stokoude, pisgele Opel Ascona met pornovelgen en een pluchen reuzedobbelsteen aan het spiegeltje.

Maar de bamischijf? De bamischijf is het kloppend hart van onze vaderlandse cultuur, de krokante, sappige belichaming van Hollandse deugden als zuinigheid, vlijt, reislust en inventiviteit!

Uiterst vage culinaire herinneringen aan onze koloniën indachtig (waar we ons trouwens helemaal niet netjes gedragen hebben, haast ik me eraan toe te voegen) verbasterde men in de Hollandse jaren vijftig reeds de verrukkingen van de échte Indische rijsttafel tot die spotgoedkope Hollandse ‘bami goreng’ (tevens in blik verkrijgbaar, van het merk Kung Fu, ik verzin dit niet): natte deegslierten, een handje soepgroente en wat brokjes vleesresten of afgeprijsde boterhamworst, opgewarmd in de braadpan, verrijkt met een vierkante plak natte ham, een in de Croma gestorven ei en een flinke scheut maggi.

Van zo’n pan vol bami schoot weleens een restje over. Welke geniale huisvrouw bedacht dat men daar wel schijven van kon maken en die door paneermeel rollen? Paneermeel, ook al zo’n zuinig ingrediënt, immers van oud brood gemaakt! En voilà, daar had je hem, een restje van een restje, gepaneerd in een laag restjes, gefrituurd in slaolie: die onweerstaanbaar lekkere bamischijf.

U kent trouwens die grote, pastelgroene blikken slaolie toch wel, die vaak naast een Chin. Ind. Sur. Spec. Rest. aan de stoeprand staan? Met dat mooie, lachende oosterse meisje erop, ravenzwart haar, strakke rode sarong? (Leuk weetje: het meisje, dat al veertig jaar wereldberoemd op die blikken staat, is een Rotterdamse. Zij is inmiddels zestig en woont nog steeds op Katendrecht.)

Die charmante lieverd steekt ons, op dat blik, uitnodigend een wok toe; we kunnen nét niet over de rand kijken, maar ik weet zeker dat de bruisende olie in die wok vol ligt met gezellig ronddobberende bamischijven, klaar om zich giechelend van genoegen door de chilisaus te wentelen.

Nee, zoiets heerlijks laat ik me niet afnemen. Zeg nou zelf: anders is die hele VOC toch voor niks geweest? 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden