Column Harriët Duurvoort

We moeten de huisjesmelkers keihard aanpakken. De woningnood is te groot en de overlast ook

Aanvankelijk was ik, als verstokte multiculturalist, ­kritisch over Hugo de Jonges migratiepleidooi. Maar toen hij bij Jinek zat, zei de minister dat arbeidsmigratie bespreekbaar moest worden vanwege de druk op bijvoorbeeld zijn oude buurtje Carnisse in Rotterdam-Zuid, waar ik ook woon, moest ik hem toch wel een beetje gelijk geven.

Ik heb vaker over mijn super­diverse volksbuurtje geschreven, omdat ik er, ondanks alles, met veel plezier woon. In Carnisse wonen overwegend arme mensen, veel allochtonen, er is sociale woningbouw maar ook veel goedkoop privaat vastgoed. Dankzij de arbeidsmigratie tiert de huisjesmelkerij welig en dat zet de leefbaarheid van een toch al kwetsbare wijk onder flinke druk.

Op het eerste gezicht zie je vooral veel Polen, die zijn de afgelopen jaren eigenlijk goed geïntegreerd. Ze kwamen steeds meer als stelletjes en schoten wonderwel snel wortel. Om de hoek is een Poolstalig makelaarskantoor: steeds meer Polen hebben door dat ze voor de draconische ­bedragen die ze aan huisjesmelkers uitgeven ook gewoon huiseigenaar kunnen worden.

Maar daarnaast zijn de negatieve gevolgen van arbeidsmigratie wel merkbaar, vooral bij Bulgaren en Roemenen. Voor de achtergrond van sommige van mijn buurtgenoten stuitte ik op een oud interview met de toenmalige Rotterdamse wethouder Hamit Karakus, die in 2013 samen met burgemeester Ahmed Aboutaleb een werkbezoek bracht aan Roemenië. ‘Het schrijnendst was District 5, een wijk in Boekarest. Daar wonen twee, drie gezinnen op dertig vierkante meter in gebouwen zonder ramen. Ze hebben niks, moeten onder verwarmingsbuizen slapen. Als je hen vertelt dat ze hier in Nederland ten prooi vallen aan huisjesmelkers die ze met zijn twaalven naast elkaar op de grond laten slapen in een pand van zestig vierkante meter, vragen ze waar ze moeten tekenen. In zulke leefomstandigheden heb je het in Roemenië gewoon goed.’ Ik kan in mijn straat zo een paar ‘matraspanden’ aanwijzen.

Ik kan het sommige buren niet kwalijk nemen dat ze overlast geven. Als ik zo volstrekt werd uitgebuit, gedroeg ik mij misschien precies zo. Het enige lolletje in het leven is zo nu en dan compleet losgaan. Natuurlijk op straat: thuis in het matraspand is geen plek. En het is begrijpelijk als je weinig geeft om de plek waar je even bent neergestreken. Misschien woon je over twee weken weer op een camping in Maastricht. Dan liggen er weer vier matrassen naast de vuilcontainers. Die altijd overvol zijn, ­iedereen plempt zijn zooi neer en naar mijn weten betalen de uitzendbureaus noch de huisjesmelkers een afvalstoffenbijdrage. Overbewoning leidt gewoon tot overlast.

Dat ze worden uitgemolken en uitgebuit, beseffen de meeste arbeidsmigranten niet eens. Liefst 70 procent van hen is tevreden tot zeer tevreden over hun leefomstandigheden, constateerden onderzoekers van de Erasmus Universiteit een paar jaar geleden. ‘Zij hebben hun land niet verlaten om te genieten van zwevend toilet, privacy, of een etage in een gezellige buurt. Zij willen zo snel mogelijk zo veel mogelijk geld verdienen om naar huis te sturen.’ Ze vinden kennelijk 100 euro per persoon per week in een matras-pand een schappelijke deal.

Ik had een aantal jaar geleden een moeilijke periode. Freelancer, weinig werk, veel zorgtaken en problemen om mijn hypotheek op te brengen. Ik heb een groot huis en ik had bedacht dat ik misschien mijn benedenverdieping kon verhuren. Iemand adviseerde: als je echt wat wil verdienen, ga dan naar zo’n uitzendbureau voor paprikaplukkers. Het stikt in mijn buurt van dat soort uitzendbureautjes. De man die mij te woord stond, sprak slecht Nederlands, maar had wel een doeltreffende woordenschat. Zoals ‘stapelbedden’. Hoeveel kon ik kwijt? Ik kon meteen zaken doen.

Ik beken: als je in de overlevingsstand staat en bang bent om dakloos te worden, is het bijna verleidelijk. Een duister moment vergeet je bijna je fatsoen, je medemenselijkheid en je stevige sociaaldemocratische ­basis. Dan denk je: als ik nu mijn huis volgooi met de witte slaven van nu ben ik pardoes rijk. Kan ik een grachtenappartement in Amsterdam ­huren. Met zwevend toilet. Want zo krankzinnig lucratief is huisjesmelken en daarom is het ook zo’n plaag.

Maar ondanks stevige woorden heeft de politiek huisjesmelkers goeddeels ongemoeid gelaten. Ik ben voor keihard aanpakken. Bij overlast onteigenen, aan de woningbouw geven om op te knappen, klaar. De woningnood is te groot en de overlast ook.

Harriet Duurvoort is publicist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden