Opinie

We moeten breken met beleid Blok

Minister Stef Blok van Volkshuisvesting heeft de problemen met de woningmarkt vergroot.

Minister Stef Blok bij aankomst op het Binnenhof voor de wekelijkse ministerraad. Beeld anp

Minister Stef Blok (VVD) heeft het Woonakkoord (2013) van VVD, PvdA, D66, Christen-Unie en SGP grotendeels uitgevoerd. En dan zeuren we niet over de aangekondigde Blokhypotheek die door geen enkele bank werd aangeboden.

Maar heeft het kabinet-Rutte II nu ook actuele woningmarktproblemen opgelost? Antwoord: nee. Er zijn wel enkele problemen aangepakt (zoals het administratief scheiden van sociale en marktactiviteiten van woningcorporaties), maar er zijn vooral veel problemen vergroot of gecreëerd.

Zo zijn de lasten van de crisis vooral betaald door huurders, terwijl bewoner-eigenaren hun uitgaven zagen afnemen door de lage hypotheekrente. Veel huurders zakten onder de armoedegrens. De verhuurderheffing reduceerde de investeringen van corporaties en maakte het wonen voor vele huurders onbetaalbaar.

Voor speculanten werden sociale huurwoningen aantrekkelijk. Beleggers namen duizenden corporatie-woningen over en boeken straks twee keer een vermogenswinst: bij de transformatie van sociale huur naar vrijesectorhuur (dan valt de verhuurderheffing weg) en bij de transformatie van huur naar koop (dan neemt het vermogen nog eens met ruwweg 20 procent toe dankzij de hypotheekrenteaftrek nu en in de toekomst). De woningtekorten liepen op, vooral in de steden. Met de huisvesting van vluchtelingen wist het kabinet geen raad. De woningvoorraad bleef zoveel broeikasgassen uitstoten dat het Nederlandse Energieakkoord bij lange na niet werd gerealiseerd.

Een volgend kabinet staat voor grote opgaven in het woondomein. Dat vergt de volgende beleidsprioriteiten.

Hugo Priemus

1 Afschaffing van de verhuurderheffing en herstel van een gelijk speelveld tussen sociale huur, markthuur en koopsector. De verhuurderheffing transformeren tot een instrument ter cofinanciering van de huurtoeslag door eigenaren van gereguleerde huurwoningen.

2 Aanvaarding door het Rijk van medeverantwoordelijkheden voor het woningbouwinvesteringsbeleid: meer nieuwbouw (inspelend op de veranderende en groeiende woningvraag, inclusief die voor statushouders), en een dynamische transformatie van de gebouwenvoorraad die de energietransitie aanzienlijk versnelt. Vooral in en om de steden zijn meer huurwoningen nodig die passen bij flexibele arbeids- en relatiemarkten.

3 Reductie van schulden en risico's voor burgers en banken. Anders dan het Woonakkoord bedoelde, neemt de hypotheekschuld nu weer toe. Versnelde afbouw van de hypotheek- renteaftrek is nodig, waarbij de hypotheekrenteaftrek wordt gereduceerd tot 30 procent en verhuist van inkomens- naar vermogensbox.

4 Geleidelijke ontwikkeling naar marktgeoriënteerde huren, waarbij per huishouden de jaarlijkse huurverhoging wordt gemaximeerd. Gelijktijdig is een grondige herziening van het huurtoeslagbeleid nodig: fraudebestendig maken van dat beleid, waarbij de hoogte van de toeslag wordt gerelateerd aan het huishoudeninkomen en het regionale huurniveau. Dat activeert de eigen verantwoordelijkheid van bewoners, introduceert een regionale differentiatie van netto-woonlasten en lost de dure scheefheid op.

5 Afschaffing van het paternalistische scheefheidsframe waardoor corporaties en huurders steeds meer worden gestigmatiseerd. Vergroting van de beleidsruimte van woning-corporaties, zodat zij in regio's waar vastgoedbeleggers zich niet of nauwelijks vertonen, ook huurwoningen voor middeninkomensgroepen (zonder staatssteun) kunnen exploiteren. In prestatieafspraken moeten gemeenten meer kunnen bouwen op de kennis, de creativiteit en de sociale inslag van corporaties.

6 Bekostiging door de corporaties zelf van de financiële voordelen van de publieke achtervang bij geborgde corporatieleningen. Staatssteun verdwijnt dan en maakt plaats voor onderlinge solidariteit en verzekering. Actieve interventies door Europa zijn dan niet meer nodig.

7 Ontbureaucratisering van het woonbeleid over de hele linie.

8 Herwaardering van de ruimtelijk ordening. Versterking van de stedelijke woon- en werkfunctie. Verbetering van de integratie tussen stedelijke dynamiek en de ontwikkeling van groene en blauwe netwerken, ict- en energienetwerken, pijpleidingen en transportnetwerken.

9 Ontwikkeling van werkbare formules waarbij woningfinanciering, pensioenen en zorguitgaven beter met elkaar worden verbonden.

Een effectieve aanpak van de hier genoemde prioriteiten van woonbeleid vergt een nationaal beleid dat breekt met Blok.

Hugo Priemus is emeritus hoog-leraar Volkshuisvesting aan de TUDelft.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden