Weblog

We moeten banger zijn voor sigaretten dan voor Ebola

Ebola, IS en neerstortende vliegtuigen, we zien het op televisie en daarom zijn we er bang voor. Maar de gevaren worden door ons brein overschat. We kunnen beter de iPad uitzetten en kranten wegleggen en ons zorgen maken over roken en klimaatverandering, schrijft evolutionair psycholoog Mark van Vugt.

Een nabestaande veegt haar tranen weg tijdens een herdenkingsdienst voor Thomas Eric Duncan, die op 8 oktober in de Amerikaanse staat Texas aan Ebola overleed.Beeld ap

We leven in een steeds gevaarlijker wereld volgens de politiek en de media. Hoe groot schat u de kans dat u bij een bezoek aan een Nederlands ziekenhuis besmet raakt met het Ebola-virus? Hoe groot acht u het risico dat Nederland binnenkort door een terroristische aanslag wordt getroffen? Stapt u het vliegtuig in met de verwachting dat het zou kunnen neerstorten?

De psychologische wetenschap laat zien dat we sommige risico's veel hoger inschatten dan ze in werkelijkheid zijn, terwijl we het gevaar van andere gebeurtenissen die juist meer voorkomen lager inschatten. Als we een objectieve kansberekening van bijvoorbeeld de kans op Ebola zouden maken, dan zou die afgerond precies nul procent zijn. Toch heeft ons brein daar geen boodschap aan. Ons brein (om precies te zijn, de amygdala die reageert op zintuigelijke informatie en daar een emotie aan koppelt) is namelijk een primitief instrument dat gespecialiseerd is in het opsporen van gevaar en het vermijden van gevaarlijke situaties.

Bij onze voorouders waren de gevaren die we met onze zintuigen waar konden nemen reëel. Als we iets hoorden ritselen in het struikgewas dan zou dat wel eens een slang kunnen zijn en als we bloed zagen dan was er iemand in de buurt gewond geraakt. Kortom ons brein is aangepast aan gevaren in onze voorouderlijke omgeving en heeft erg veel moeite om goede inschattingen te maken van risico's die evolutionair nieuw zijn of die ergens ver weg op deze planeet plaatsvinden. De veelheid van bedreigende informatie over epidemieën, aanslagen, en overstromingen die ons dagelijks bereikt via krant, de televisie en het internet zorgt dat onze amygdala voortdurend in de overdrive zit. Daardoor schatten we sommige risico's veel hoger in dan objectief het geval is. Bij wat voor soort gevaren treden deze vertekeningen vooral op?

De giftige gele cobra die op 6 september uit een terrarium in het Nederlandse Made ontsnapte.Beeld epa

Allereerst zijn we banger voor gevaren die er in de oertijd ook al waren. Ons brein is geëvolueerd om daar veel aandacht aan te besteden. In een klassiek experiment lieten onderzoekers mensen kijken naar foto's van primitieve gevaren, zoals slangen en spinnen, of moderne gevaren, zoals auto's, elektrische apparaten, en pistolen. Bij elke foto kregen ze eerst een klein schokje toegediend zodat ze de foto met gevaar en angst associeerden. Vervolgens keken ze opnieuw naar de foto's maar dan zonder een schokje te krijgen. Wat bleek? Hun angst, gemeten via het zweet in de handpalmen, hield langer aan bij het kijken naar de foto's van slangen en spinnen en was eerder weg bij het kijken naar de moderne, gevaarlijke objecten.

Controle

Ook schatten we de risico's hoger in van zaken waar we geen controle over ervaren. De kans op het krijgen van een longziekte door blootstelling aan asbest wordt door bouwvakkers waarschijnlijk hoger ingeschat dan het gevaar van roken, terwijl dat vele malen groter is. Over roken ervaar je een gevoel van controle - ik kan ermee stoppen wanneer ik dat wil - terwijl blootstelling aan asbest, wat veel gebruikt werd in de isolatie van gebouwen, oncontroleerbaarder is en dus als ernstiger wordt gezien.

Zo verwacht je ook verschillen in Groningen tussen huizenbezitters en huurders in hoe men de kans op aardbevingen inschat. Aangezien huurders makkelijker kunnen verhuizen, dus meer controle ervaren, zouden ze de kans op een aardbeving minder hoog achten dan de huiseigenaren die vast zitten. Overigens is er ook een risicotheorie die het omgekeerde voorspelt. De cognitieve dissonantie theorie zou juist voorspellen dat huiseigenaren er meer bij gebaat zijn om het risico van een aardbeving te verkleinen aangezien ze een flinke investering hebben gedaan om in Groningen te gaan wonen. Ik laat graag aan de risico-experts over wat aannemelijker is.

Daryl Cura demonstreert het gebruik van de elektronische sigaret in een Vape store in Chicago.Beeld ap

Interessant is verder dat hoe meer controle we mensen geven des te meer risico's ze gaan nemen. Dit wordt ook wel het risico homeostase effect genoemd. Naarmate we onze auto's veiliger maken gaan we harder rijden, naarmate vliegen veiliger wordt gaan we meer vliegen, en naarmate roken minder ongezond wordt, bijvoorbeeld door de e-sigaret, gaan we wellicht weer meer roken.

Verder worden gevaren waar de resultaten onmiddellijk zichtbaar van zijn als riskanter ingeschat dan gevaren waar de consequenties zich pas op de lange termijn openbaren. Men ervaart een lokale waterschaarste dankzij een periode zonder regen waarschijnlijk als ernstiger dan het probleem van mondiale klimaatverandering dat uiteindelijk kan leiden tot een gebrek aan zoet water voor heel veel mensen wereldwijd. Het lege waterreservoir geeft een onmiddellijk gevoel van urgentie.

11 september

Ook worden risico's hoger ingeschat van gebeurtenissen waar veel mensen tegelijk het leven bij verliezen. Een mooi voorbeeld zijn de gebeurtenissen van 9/11. Door deze terroristische aanslag waar vliegtuigen als wapens werden gebruikt besloten veel Amerikanen om voortaan maar per auto te reizen, ook voor de langere afstanden. Het gevolg was dat er in het jaar na 9/11 duizend meer verkeersslachtoffers vielen dan normaal. Deze hadden voorkomen kunnen worden door een juiste afweging van risico's.

Ten slotte overschatten we risico's die niet goed passen binnen onze cultuur, onze normen, en ons waardenpatroon. Zo overschatten we waarschijnlijk de kans dat iemand door een besnijdenis verminkt raakt, wordt ontvoerd door een Somalische piraat, of onthoofd wordt door een IS strijder.

In het algemeen geldt dat we de risico's hoger inschatten van gevaren die we met onze eigen zintuigen kunnen waarnemen. Ons brein besteedt daar automatisch, en zonder dat we ons daarvan bewust zijn veel aandacht aan. Ook al lezen en horen we over klimaatverandering, zolang onze tuin nog mooi groen is, er water uit de kraan komt, het vuil netjes wordt opgehaald en we naar de dierentuin kunnen gaan, zullen we het effect van klimaatverandering op ons welzijn onderschatten.

De oplossing ligt voor de hand. We moeten de risico's dichterbij halen van gedrag dat riskant is, bijvoorbeeld het laten zien van de gevolgen van ongezond eetgedrag voor ons hart en vaatstelsel. Daarentegen moeten we de ver van ons bed-gevaren die dikwijls worden uitvergroot in de media zoals het Ebola virus of een terreur aanslag leren te negeren. Dus leg je iPad weg, zet die TV uit, en gooi weg die krant!

Mark van Vugt (1967) is evolutionair psycholoog en hoogleraar aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Voor Vonk, het zaterdagse achtergrond- en opiniekatern van de Volkskrant, blogt hij geregeld over de 'vreemde, buitenissige en saillante aspecten van menselijk gedrag'. Hij is op Twitter te volgen via @ProfMarkvugt.

Mark van VugtBeeld Els Zweerink
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden