Column Eva Posthuma de Boer

We lieten haar barsten, daar in het verre, vreemde Landsmeer

Amsterdam, 3 september 2018. Schrijver Eva Posthuma de Boer Beeld .

Het leven door de ogen van de Posthuma de Boers - een foto uit het rijke naoorlogse archief van vader Eddy, met een tekst van dochter Eva. Deze week: dorpsschool van de grachtengordel. 

Het gymnasium waar ik op mijn 11de terechtkwam, laat zich het best omschrijven als de dorpsschool van de grachtengordel. Het ons-kent-onsgehalte was hoog: met veel kinderen had ik ook al op de lagere school gezeten, ouders waren bevriend, leraren woonden in de buurt. Het schoolgebouw stond aan de rand van het Leidseplein en de meeste leerlingen woonden binnen de cirkel van de grachten. Maar er waren uitzonderingen, kinderen die ‘van buiten’ kwamen. Die waren anders, puur en alleen om waar ze vandaan kwamen. Een meisje in mijn klas woonde in Edam. Vonden we ver. Omdat haar vader minister was en ze daarmee voldeed aan de norm van onze grachtengordelschrijvers, -schilders, -componisten, -acteurs en politicivaders en -moeders, werd ze geaccepteerd. Met het meisje uit Diemen daarentegen, wier ouders een behangzaak hadden, lag het lastiger. Een behangzaak en Diemen, dat was een brug te ver. Met zulke kinderen gingen we niet om, ik niet, niemand niet – zelfs de Edamse haalde haar neus voor de Diemense op.

Rabat, Marokko. Beeld Eddy Posthuma de Boer

En dan was er nog het meisje uit Landsmeer. Ze was vrij stil en onopvallend, en ondanks haar uitheemse woonplaats niet onaardig of raar. Toch liet ik haar, samen met mijn vriendinnen, volkomen links liggen. Ergens halverwege die jaren ging ze van school. Dat ze weg was, drong pas tot me door toen bekend werd dat ze de dochter was van Ferdi E., de man die Gerrit-Jan Heijn had ontvoerd en vermoord. Hij had die pink afgehakt, hij was de moordenaar, de vader van het meisje uit Landsmeer! Verbijsterd staarde ik naar de klassenfoto’s waar ze bescheiden glimlachend opstond.

Schrijver Tim Krabbé sloot met Ferdi E. ‘een soort vriendschap’, zoals hij het noemt. Daarover schreef hij een boek en gaf hij vorige week een anderhalf uur durend televisie-interview, dat ik even beschaamd als nieuwsgierig heb bekeken. Beelden van Ferdi E., háár vader, tijdens de reconstructie van de moord in 1988: kleding, kleuren, geluid uit een ander tijdperk, haast knullig, geënsceneerd, alsof het niet echt is. Maar voor haar, het meisje, inmiddels vrouw, voor wie het haar vader betreft, een niet te verstouwen waarheid. Ik heb haar gegoogeld. Ze is onvindbaar. Heeft ze een andere naam aangenomen, is ze geëmigreerd? Wordt er van haar gehouden, heeft ze een man, kinderen, een baan – is ze gelukkig? 

Het heeft haar getekend en haar levensloop bepaald, dat kan niet anders. Dat onzichtbare meisje. Niemand van ons, geen leraar, leerling of ouder van dat hoofdstedelijke gymnasium, kwam op het idee haar iets te laten horen. Dat zij er niks aan kon doen wat haar vader had gedaan. Dat ze niet alleen was. Nee, namens ons allemaal lieten we haar barsten, daar in het verre, vreemde Landsmeer, ook ik, met het leven nog zo gelukzalig en weids voor me.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden