Opinie Empathie voor migranten

We kunnen een hoop leren van de Zweedse tranen voor migranten

Waarom leven de Zweden zo mee met migranten? Ze herinneren zich hun eigen emigratieverleden, schrijft Tineke Bennema.

Vluchtelingen arriveren bij een hotel dat dienstdoet als opvanglocatie. Beeld REUTERS

Terwijl er in Europa wordt geruzied over opname van de handvol vluchtelingen die door ngo-reddingsboten zijn opgepikt, accepteert Zweden nog steeds tienduizenden vluchtelingen per jaar. Een van de redenen? Het land koestert zijn eigen emigratiegeschiedenis.

In het Zuid-Zweedse Vaxjö zat ik een paar jaar geleden op een terras te genieten van een kop koffie in de destijds nog schaarse zon toen er een oudere heer ongevraagd naast me kwam zitten. Ik was verbaasd, de Zweden zijn afstandelijk en dringen zich zelden op. Het bleek een man met een missie. Hij vroeg of ik op de hoogte was van de geschiedenis van deze streek. Toen ik ontkende, begon hij te vertellen.

Zweden nam de afgelopen jaren jaarlijks meer dan 100 duizend immigranten op, voornamelijk uit Syrië, op een bevolking van 10 miljoen. Een op de vijf inwoners van Zweden is inmiddels immigrant. De vicepremier riep in 2015 de Syriërs huilend op om niet meer te komen immigreren. Niet omdat ze niet welkom meer waren, integendeel, maar omdat het land de opvang niet meer aankon; er sliepen zelfs mensen op straat.

Honger

De bron van de tranen van de minister zijn mede te traceren tot het Zweedse verleden. Halverwege de 19e eeuw heerste er door mislukte oogsten en overbevolking honger en armoede. Kinderen werden uit bedelen gestuurd, moeders maakten brood of pap van zaden en boomschors dat soms in kinderbuikjes uitzette en tot de dood leidde. De eerste emigranten vertrokken te voet dan wel met paard en wagen en wat landbouwgereedschap naar Göteborg waar ze de boot namen naar het toenmalige land van melk en honing: de Verenigde Staten.

Met de kennis van nu zouden ze in de volksmond gelukzoekers heten.

Hele families trokken weg met uitzondering van die ene pech hebbende dochter of zoon die voor de ouders moest zorgen. De uitgeleide was net een begrafenisstoet van hun kinderen, schrijft de onvolprezen Vilhelm Moberg (1898-1973) in zijn romanserie De Emigranten. Anderhalf miljoen Zweden legden honderden kilometers af om nooit terug te keren. Deze gebaande paden zijn nog steeds gemarkeerd en worden goed onderhouden tot een net van ‘Utvandrarleden’.

De man raadde me aan de in Zweden zeer geliefde Moberg te lezen, zijn geboorteplaats te bezoeken evenals het emigratiemuseum in Vaxjö, en de gemarkeerde paden te bewandelen. Dan pas zou ik de Zweden doorgronden. Hij bedankte mij voor mijn aandacht en verdween in het niets.

En ik ging naar het museum met foto’s van Zweedse emigranten, ik bewandelde de betreden, bemoste en beweende paden door de donkere, eenzame bossen van naaldbomen en berken en ik las boeken uit het enorme oeuvre van deze grote schrijver.

Vorige week ging ik op zoek naar zijn roots in het gat Moshultamåla. Op een oude tekening ziet zijn geboortehuis eruit als een piepklein houten schuurtje met mos op het schuine dak. Het werd in 1924 afgebroken, voordat Moberg zijn boeken publiceerde, en zijn roem het huisje had kunnen redden. Er staat nu een eironde gedenksteen. Rondom is er net als een eeuw geleden alleen maar bos. Er is hooguit een enkel huis bijgebouwd. Geen museum heeft de grote schrijver van het klein menselijk leed, geen uitbaterij, alleen die steen.

Dan herinner ik me dat hij schreef over een beekje vlakbij. Ik hoor geen gekabbel, maar stap langs wilde frambozenstruiken, over muntplantjes, takken en stenen naar een muur, die bestaat uit zoveel gerooide opgestapelde stenen dat Sisyphus er jaloers op was geworden. Daarachter moet het beekje lopen waar Moberg kreeften ving en steentjes in gooide. Alleen staat het nu zo droog dat het een holle weg is geworden. Dan begrijp ik de Zweedse tranen en hun respect voor geschiedenis des te beter. Als de boer Moberg nu leefde, had hij wellicht door de aanhoudende droogte niets meer kunnen verbouwen. Vestiging is nooit vanzelfsprekend en emigratie van alle tijden.

Onze emigranten

Ik denk aan onze emigranten naar Indonesië, 350 jaar lang. Ik denk aan de Nederlanders die naar Australië, Nieuw Zeeland en de nieuwe wereld trokken. Ze waren niet eens op de vlucht. Ze hadden honger naar avontuur.

Het zou Europeanen goed doen om zich die geschiedenis weer eigen te maken als het naar de vluchtelingen van nu kijkt. Eens zullen de rollen weer worden omgedraaid. Wie weet als het water ons zo aan de lippen staat, of als landen als de VS steeds vaker worden getroffen door noodweer en misoogsten, of door zelf veroorzaakte massaschietparten, dan springen westerlingen ook in bootjes richting het Midden-Oosten, dat momenteel zoveel regen krijgt dat stukken woestijn bloeien. De Zweden zullen er welkom zijn.

Tineke Bennema is historicus en journalist.

De Zweden kozen het tot boek van de eeuw: De Emigranten van Vilhelm Moberg (1898-1973). Karl Oskar en Kristina Nilsson en hun drie kinderen ontvluchten de armoede en de godsdienstige en sociale onderdrukking van het Zweedse platteland, en emigreren naar de Verenigde Staten. Fictie, maar gebaseerd op de werkelijkheid. Moberg heeft zelf ook op het punt gestaan te emigreren, maar bleef uiteindelijk thuis, omdat hem uitzwaaien voor zijn moeder en grootmoeder hetzelfde zou zijn als naar zijn begrafenis gaan. Vilhelm Moberg: The Emigrants (1951).
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden