Column Nico Dijkshoorn

Waylon, lieverd, ben je daar? Luister: dansers weg, gitaar om, ogen dicht en zingen


Eerste moment. Ik zit achter een kaars en kijk naar een klein podium. Over zes minuten zal Waylon daar live Somebody to love van Queen gaan zingen. Hij is er nog niet. Ik fluister naar de opnameleider: ‘Waar is hij?’ Het antwoord: ‘Hij is nog even een ander jasje halen in Utrecht.’ Twintig seconden voor het optreden glipt Waylon de studio binnen. Leuk jasje. Zou mij niet staan, dus helemaal goed.

Matthijs van Nieuwkerk doet de aankondiging en daarna zingt Waylon dat ongelofelijk ingewikkelde liedje. Ik kijk. Alsof hij gedachteloos een eitje pelt. Hier staat niet iemand te zingen, nee hier staat iemand de afwas te doen en ondertussen zingt hij wat. Iedere noot pakt hij, af en toe gaat zijn linkeroog even open en dan pang, weer zo’n uithaal. André Hazes (ik bedoel de geile) zou er zijn vrouw voor inruilen.

Ik zie een zanger. Daar komt het op neer. Iemand die graag zingt. Vandaar dat lastminutejasje. Alle tijd jongens, niks aan de hand. Ik ga staan en dan lekker een stukje zingen. Dat is wat ik doe. Tijdens het optreden tikt hij met zijn voet op het podium. Als hij klaar is, kijken Matthijs en ik elkaar aan. We waren er bij. In al die jaren daar in de studio heb ik dat alleen tijdens een liedje van Tim Knol gevoeld. Mannetje op podium, mannetje begint te zingen en ik wil mannetje adopteren en kleine stukjes brood voeren in ruil voor een liedje.

Tweede moment. Zelfde studio, ander jasje. Ik sta een kwartier voor de uitzending in een volle studio met een driesnarig sigarenkistje in mijn hand een doorgefokte hillbilly te acteren. Meer iets voor Cameretten zesde prijs. Dan staat opeens Waylon naast me en hij begint Call me the breeze van J.J.Cale te zingen. Ik sta er 40 centimeter vanaf. Vette knipoog mijn kant op. Als iemand drie noten op een kindergitaartje speelt, wil hij meezingen. Het publiek in de studio klapt mee. Op de verkeerde tel. Doet hem geen reet. Drie dagen later maakt hij bekend met welk liedje hij naar het Songfestival gaat.

Derde moment. Waylon draagt een luipaardjasje. In de NRC heb ik zojuist gelezen dat een delegatie zijn hotel vooraf heeft geïnspecteerd. ‘Je wilt niet dat Waylon besluit in het hotel te dineren en de volgende dag bij het ontbijt zegt dat het eten niet lekker was.’ Nu ken ik Waylon een beetje, want hij zong me twee keer overhoop en ik zeg nu: dat wil je juist wel. Ik wil zelfs dat hij die hele ontbijttafel kapot trapt en dan wil ik later niet lezen dat hij dat deed met laarsjes van okapileer.

Ik hoop zo dat er vandaag nog iemand naast Waylon gaat lopen, opeens die rare hoed van zijn kop slaat en zegt: ‘Gaan we nou normaal doen? Gaan we zingen? Oprotten met je zombiedansers.’ Alleen dan gaat hij donderdagavond miljoenen mensen omver blazen. Dan gaan ze horen wat ik hoorde: een jongen die zingt zoals het in hem opkomt.

Als hij braaf luistert naar commissies en netjes zijn ontbijt opeet, dan staat hij donderdagavond een geflipte country-god te acteren. Waylon, lieverd, ben je daar? Luister: dansers weg, gitaar om, ogen dicht en zingen omdat je er gelukkig van wordt. Jasje uit. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.