Watertrappen

De laatste tijd slaap ik een gat in de morgen, kom moeilijk uit bed, blijf liever nog wat liggen, ogen stijf gesloten, geen zin om de dag te beginnen, me overgevend aan een intens miezemuizen. Ik probeer mijn oren af te grendelen voor het gegil en gekrijs dat klinkt op de kleine speelplaats van het schooltje een paar huizen verder, waar expats hun kleuters stallen voor de dag.

Degene die ik liefheb, altijd vol energie en levenslust, is al uren op. Terwijl ik als een waardeloos vod in bed lig, komt ze binnen, trekt de gordijnen open, het zonlicht valt schrijnend binnen. Uit het zwarte niets tover ik een schijn van opgewektheid op mijn gezicht en in mijn stem, maar ze ziet het al: het is mis.

Ik ben somber. Wat moet de lezer met een sombere columnist? Hij kan maar beter een weekje overslaan, maar zo zijn we niet getrouwd. Het schrijven van woorden is mijn enige redding, daardoor houd ik watertrappend mijn hoofd boven water. En voor een schrijver moeten woorden dan ook nog gedrukt en gelezen worden, anders bestaan ze niet.

Ik ben somber, want er is te veel dood om me heen. Goede vrienden, goede kennissen sterven. Op mijn leeftijd zijn er meer doden in je leven dan levenden. Over zijn eigen toekomstig sterven schreef Gerrit Kouwenaar in 2005: 'De ochtend dat het nooit meer avond wordt/ talend naar stilstand was het nooit zo licht/ de boomtop staat in brand in vlammen roerloos wit/ het maaiveld kraait geen haan, nooit meer ontledigt zich/ de dag vriest in zijn datum vast'.

Ik moet die datum weer ontdooien(ontdoden). Mijn tijd is nog niet gekomen en ik taal ook niet naar de stilstand. Ik denk aan mijn gestorven vrienden, de dichters van mijn generatie, de Vijftigers, even dood nu als de Tachtigers. Ze zitten allemaal in mijn hoofd, van Andreus via Lucebert tot Vinkenoog. In ons leven tallozen is de titel van een keuze uit de gedichten van Fernando Pessoa (Uitg. Rainbow, 2013). Ik ben de laatste van de Vijftigers. Mijn taak is het om al die vrienden levend te houden, ze te beademen. Als ook mij de adem benomen is, is het verder aan de historici en aan de lezer.

Ik grasduin in Pessoa: 'Op een dag in mijn toekomst waarop het ook zo regent / En ik aan 't raam, opeens zal denken aan de dag van nu, / Zal ik dan zeggen 'ach in die tijd was ik veel gelukkiger'/ Of zal ik denken 'ach wat een trieste tijd was dat!'/ O mijn God, wat zal ik van deze dag op die dag denken/ En wat zal ik zijn, en hoe; en wat zal van mijn verleden zijn dat nu alleen maar heden is? / De lucht is onbehaaglijker, nog kouder, triester/ En er heerst een grote twijfel in mijn hart.'

Nee zeg, kom op, sta op! Pessoa dronk zich dood. Leef dan liever met Herman Gorter: 'De dag gaat open als een gouden roos;/ ik sta aan het raam en zend mijn adem uit/ (...) Zo zeker als daarbuiten de zon de wereld befloerst,/ heb ik 't geluk gevonden.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden