ColumnArthur van Amerongen

Wat zie ik als ik uitstap op het station van Lagos? Drie tot op het bot vervuilde crusties

Op het station van Faro gooi ik een muntje op. Het toeval moet beslissen of ik noordwaarts of westwaarts ga met de trein. Kop, dus de boemel naar Lagos.

In mijn knapzak zit Viagem a Portugal van José Saramago. De Nobelprijswinnaar sluit dit merkwaardig genoeg nooit naar het Nederlands vertaalde reisboek af met Kaap Sint-Vincent, 40 kilometer van Lagos.  

Ik hoef niet naar dat Einde van de Wereld, want ik schrijf alleen maar over oorden die aan het spoor liggen.

Bovendien bezocht ik de Kaap al toen ik de Algarviana-pelgrimstocht liep als boetedoening voor het schofferen van een Volkskrant-lezer. 

Ik schreef over Die Letzte Bratwurst vor Amerika, een kraampje daar dat cultstatus geniet hoewel de worsten niet te vreten zijn, en eindigde aldus:

Alles hat ein Ende nur die Wurst hat zwei

Jawoll mein Schatz es ist vorbei.

Dat was een subtiele verwijzing naar mijn Spaanse ex, met wie ik achtenhalf jaar geleden in een boshut in de Barlavento woonde, de winderige loefzijde van de Algarve. 

We waren straatarm, het regende onafgebroken en voor boodschappen moesten we met de streekbus naar Lagos. De halte bevond zich in Barão de São João, op bijna drie kwartier lopen van onze hut.

In de wouden krioelde het van stinkhippies, grufties, crusties en andere antifa-achtige holbewoners.

En wat zie ik als ik uitstap op het station van Lagos? Drie tot op het bot vervuilde crusties, met schurftige honden en panfluiten. Het liefst wil ik meteen weer terug naar Faro maar ik heb nog niet genoeg materiaal voor dit cursiefje.

Op het terras van Adega de Marina nuttig ik een drankje en ga daarna, net als vroeger, lunchen bij de Chinees. De juffrouw van Dynasty herkent mij. Ik begreep nooit iets van haar horeca-Portugees, maar nu is ze nog onverstaanbaarder, omdat ze een mondkapje én zo’n doorzichtige helm draagt. 

Ik eet een ijsje bij Taquelim Gonçalves en slenter terug naar de trein. Het vervallen oude station – zonder spoorlijn maar met een schitterende veranda – lijkt zo uit een spaghettiwestern te zijn geplukt. 

Het is verkocht en ik hou mijn hart vast voor de toekomst van dit pareltje. 

De crusties staan te jongleren voor het nieuwe station. Ik ben de enige passant. Bescheten als ik ben, gooi ik een euro in een mottige, lege hoed. 

Nog vier maanden treinen met een mondkapje in bloedhete wagons.

Het is wat Samuel Beckett schreef: ‘You must go on. I can’t go on. I’ll go on.’

Beeld Gabriël Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden