Column Koen Haegens

Wat wij arrogante Nederlanders kunnen leren van België

Een autorit door België is de best denkbare les economie voor elke Nederlander. Op vakantie passeer ik de kerncentrale in Doel die om de haverklap moet worden stilgelegd. Er is de immer roestig ogende haven van Antwerpen – hoe is het mogelijk dat die nog één dag langer de concurrentie met het gestroomlijnde Rotterdam aankan? En natuurlijk raken de bezoekers uit het noorden niet uitgepraat over hun lievelingsonderwerp: asfalt. Die gaten! De verlaten wegwerkzaamheden waar jaar in jaar uit niks lijkt te gebeuren!

In de ogen van de arrogante Hollander kan zo’n economie onmogelijk functioneren. Het boeiende aan België is dat het dat desondanks doet. Sterker nog, het land behoort tot de meest welvarende ter wereld. Het bbp per hoofd van de bevolking ligt in Nederland hoger en de werkloosheid is lager. Daar staat tegenover dat de Belgische economie volgens een vergelijking door het Centraal Bureau van de Statistiek stabieler is. De recessies zijn er minder diep.

Wat voor België geldt, gaat ook op voor die gekke Fransen in hun gele hesjes. Of Italië. Het zijn allemaal economieën waarover Nederlanders hoogstens smalend kunnen lachen. Want ondanks de schok in het denken die de crisis in 2008 heeft teweeggebracht, praten Nederlandse beleidsmakers nog altijd over economie als een overzichtelijk to-dolijstje. Staatsschuld terugdringen, begrotingstekort onder de 3 procent, arbeidsmarkt hervormen, overtollig staatsbezit privatiseren, vestigingsklimaat optimaal? Check.

Economieën die er niet in slagen deze recepten strikt op te volgen, zullen piepend en krakend tot stilstand komen. Maar dat doen ze niet. Al decennia horen we dat het nu écht niet langer gaat: met de Italiaanse staatsschuld, de Franse hervormingsfobie en de Belgische regeringschaos. Merkwaardig. Want stuk voor stuk behoren ze nog altijd tot de club rijke, westerse landen.

Dat vraagt om een ander economisch wereldbeeld. In een interessant, recentelijk verschenen discussiestuk stellen Dani Rodrik, Gabriel Zucman en andere prominente economen dat hun wetenschap veel complexer én rijker is dan de bekende lijstjes met neoliberale aanbevelingen suggereren. Een soortgelijk inzicht kennen we van de ‘Varieties of Capitalism’-school. Die vroeg rond de eeuwwisseling aandacht voor de enorme verschillen in de wijze waarop landen en regio’s economisch georganiseerd zijn. Sommige kennen sterke vakbonden, bij andere zijn die vrijwel afwezig. Het ene land beschikt over een uiterst efficiënte overheidsbureaucratie, het andere kenmerkt zich weer door extreem weinig maatschappelijk vertrouwen, enzovoorts. Economieën vouwen zich daar als het ware omheen.

Dat maakt dat het kapitalisme een huis is met vele kamers. Waaronder België. Het kan geen kwaad daar als Nederlander eens met een andere bril naar te kijken. Niet omdat het leven voorbij onze zuidgrens beter is dan hier. Laat staan dat de Belgen in een gidsland wonen – van regeringswege zijn de afgelopen jaren verwoede pogingen gedaan om te hervormen à la Nederland. Maar omdat het ons, verstokte ordoliberalen, leert dat er meerdere wegen leiden naar een redelijke portie welvaart. Dat is precies wat economie zo fascinerend maakt.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.