OpinieProtesten tegen racisme

Wat we nu voor onze ogen zien gebeuren is de emancipatiestrijd van mensen die een volwaardige plek opeisen

Geen wonder dat vooral jongeren zich aansluiten bij de recente protesten tegen racisme, vindt Jaco Dagevos.  

Aanhangers en sympathisanten van actiegroep Kick Out Zwarte Piet (KOZP) demonstreren voor de tweede keer deze maand op het Malieveld.Beeld ANP

Een paar jaar geleden moest ik een college ­geven voor een internationale master diversiteit over discriminatie op de arbeidsmarkt. Keurig voorbereid met achttien sheets stelde ik me in op een regulier hoorcollege. Het liep heel anders. De studenten, ­velen met een migratieachtergrond, kwamen voordat ik zelf goed en wel een woord had gezegd met vragen en eigen ervaringen. Dat ze geweigerd werden bij uitgaansgelegenheden. Dat ze werden aangesproken op hun achtergrond en geloof, ook als dat op dat moment niet ter zake was. Dat een student-assistentschap zonder duidelijke opgaaf van redenen aan hun neus voorbijging, maar dat er sterke vermoedens bleven dat in dit geval een Chinese achtergrond hierbij een rol speelde. Ik heb de powerpoint met achttien sheets maar gelaten voor wat die was en we spraken anderhalf uur over discriminatie, de achtergronden ­ervan en wat de politiek eraan zou kunnen doen.

De gebeurtenissen van de afgelopen weken tonen dat de ervaringen van deze groep studenten veel breder leven. Met name de Nederlanders met een Afro-Caribische achtergrond ageren sinds de gewelddadige dood van George Floyd op straat en in de media tegen racisme en discriminatie. Zij protesteren tegen het etnisch profileren door de politie, tegen discriminatie op de arbeidsmarkt en in het uitgaansleven. Dat de Zwarte Piet-discussie nog steeds wordt gevoerd, laat zien hoe weinig ruimte en begrip er is voor wat deze figuur bij deze Nederlanders oproept: die is kwetsend, kan dat graag anders, want wij wonen hier ook.

Meer dan voorheen brengen deze weken in de openbaarheid dat uitsluiting en discriminatie in Nederland een belangrijke plaats innemen in het leven van personen met een ­migratieachtergrond. Ook onder Turks- en Marokkaans-Nederlandse jongeren heerst een breed gedragen gevoel van uitsluiting, zo blijkt uit ­onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planburau (SCP). Hoe goed­bedoeld vragen en opmerkingen als: ‘wat spreek je goed Nederlands’ of ‘waar kom je vandaan?’ ook kunnen zijn, ze komen wel degelijk binnen bij mensen die geboren en getogen zijn in ­Nederland. Jongeren voelen zich vaak Turks of Marokkaans en vinden hun geloof heel belangrijk, maar ze willen daar niet voortdurend en vooral in negatieve zin op worden aangesproken.

Ze voelen zich namelijk ook ­Nederlander, zijn student en werk­nemer, inwoner van een stad. Ze hebben het gevoel dat ze zich niet als ­Nederlander mogen beschouwen, omdat ze door de omgeving overwegend als Marokkaan of Turk of als moslim worden bejegend. En die keuze wordt door anderen gemaakt, ook in contexten waarvan jongeren vinden dat deze achtergrond niet ­relevant is. Dat de politie aan etnisch profileren doet, staat voor deze jongeren vast: het is voor hen dagelijkse realiteit. Het past in het sombere beeld van migrantenjongeren over het maatschappelijk klimaat in Nederland.

Uit kwantitatief onderzoek blijkt dat vooral jongeren met een migratieachtergrond en de mensen van de tweede generatie somber zijn over het maatschappelijk klimaat ten aanzien van migranten en vaak discriminatie ervaren. Dit noemen we de integratieparadox: mensen die feitelijk beter geïntegreerd zijn dan de groepen vóór hen, voelen zich niet méér in de samenleving opgenomen, integendeel. Tegelijkertijd is ­Nederland ook hun land. Niet voor niets verzetten juist de jongeren en tweede generatie zich tegen de term integratie. We zijn hier al, waar zouden we in moeten integreren?

Het is precies die spanning tussen het gevoel uitgesloten te worden en de wens onderdeel te willen zijn van deze samenleving, die zijn uitweg vindt in bijvoorbeeld de oprichting van politieke partijen als DENK en Bij1 of in het protest en het tegen­geluid zoals we dat op dit moment zien. De bron is steeds dezelfde: ervaringen met uitsluiting die duidelijk maken dat je niet als individu wordt beschouwd, maar als lid van een etnische of religieuze groep. Ze laten het gevoel achter er niet bij te horen.

Wat we daarmee dus voor onze ogen zien gebeuren is de emancipatiestrijd van overwegend jongeren en mensen van de tweede generatie die opstaan tegen uitsluiting en racisme. Die zich verzetten tegen onderdelen van de traditionele geschiedschrijving. Die willen dat bepaalde praktijken stoppen en ook hún opvattingen daarover een plaats krijgen in de mainstream van onze samenleving. Dat gaat nu soms hard tegen hard, en de toonhoogte mag soms schril en antagonistisch zijn, maar het is in al dit tumult belangrijk te beseffen dat het om een emancipatiestrijd gaat van mensen die hun volwaardige plek opeisen. 

Jaco Dagevos is werkzaam bij het SCP en is als bijzonder hoogleraar Integratie en migratie verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden