Opinie De droom van Johan Ferrier

Wat we anno 2018 van de Surinaamse oud-president Johan Ferrier kunnen leren

President Johan Ferrier onderhield zorgvuldig de betrekkingen tussen Suriname en Nederland. Die relatie is nu slechter dan ooit. Het Surinaamse volk heeft juist vandaag behoefte aan steun en solidariteit vanuit Nederland, schrijven Kathleen Ferrier, Dave Ensberg-Kleijkers enJörgen Raymann.

President Ferrier van Suriname met Koningin Juliana, 1977. Foto ANP

Meer dan 300 jaar maakte het Zuid-Amerikaanse land Suriname onderdeel uit van het Koninkrijk der Nederlanden. In 1975 werd het land een onafhankelijke republiek en sindsdien, maar vooral sinds de militaire dictatuur van Bouterse in de jaren ’80, is de relatie tussen Suriname en Nederland bekoeld.

Het is echter naïef en historisch incorrect om te denken dat die relatie voordien wél optimaal was. Suriname was een kolonie van Nederland en van een gelijkwaardige relatie was alleen al daarom nooit sprake. Ondanks dat, staat de gezamenlijke geschiedenis van beide landen bol van mensen die continu op positieve wijze de gelijkwaardige verbinding zochten tussen Suriname en Nederland.

Protesten

Eén van die verbindende personen was dr. Johan Ferrier. De laatste gouverneur en eerste president van Suriname. De man die afgelopen zaterdag, 12 mei 2018, de leeftijd van 108 jaar zou hebben bereikt. Ook anno 2018 kunnen we nog veel van Johan Ferrier leren.

Johan Ferrier werd in het bewogen jaar 1968 beëdigd als gouverneur van Suriname. In dat jaar waren er overal in de wereld veel protesten. Studentenprotesten, verzet tegen de Vietnamoorlog, guerrillaoorlog in Namibië, bloedige strijd in Nigeria, de moord op Martin Luther King in Memphis, hard optreden van de ­Sovjet-Unie in Tsjecho-Slowakije en ga zo maar door. 1968 wordt niet voor niets het ‘revolutiejaar’ genoemd.

En in datzelfde onrustige jaar werd de kalme en intellectuele Johan Ferrier in het gemoedelijke Suriname gouverneur. Maar Ferrier deed dat niet zonder richting ‘Den Haag’ voorwaarden te stellen aan het gouverneurschap. De belangrijkste daarvan? De Nederlandse regering moest ­accepteren dat voor hem het belang van land en het volk van Suriname boven alles ging.

De belangen van nazaten van de oorspronkelijke inwoners, van contractarbeiders, van tot slaaf gemaakten en van slavenhouders en anderen gingen voor de nieuwe gouverneur ook boven de band met Nederland. Een voorwaarde die geheel in lijn was met de politieke beweging Unie Suriname, die Ferrier samen met geestverwanten in 1943 had opgericht en waarvan de slogan luidde ‘Baas in eigen huis’.

Voor Ferrier, een genuanceerde, verbindende en diplomatieke bestuurder, was Suriname een gelijkwaardig deel van het Koninkrijksverband. Tegelijkertijd hechtte hij waarde aan het onderhouden van de bijzondere banden tussen Suriname en Nederland.

Autonome vermogens

Voor de emancipatie van Suriname als geheel en individuele Surinamers in het bijzonder was het echter van wezenlijk belang om hen te wijzen op hun eigen kracht en autonome vermogens om zelfstandig hun land te besturen. De zelfstandigheid van Suriname in 1975 paste dan ook goed bij Ferriers wensbeeld van een volk dat de regie in eigen hand neemt. Het proces om te komen tot onafhankelijkheid was echter zowel maatschappelijk als politiek (nationaal en internationaal) onrustig en onzeker.

Toch bleef het In Suriname relatief rustig. Tot Bouterse en andere militairen in 1980 een coup pleegden. Ferrier was tot dat moment president van de republiek Suriname, maar trad vrijwillig af toen de militairen de grondwet buiten werking stelden. Desondanks bleef Ferrier zijn droom van een vrij, onafhankelijk en rechtvaardig Suriname fier overeind houden, tot aan zijn overlijden in 2010 op 99-jarige leeftijd.

We kunnen vandaag de dag nog altijd veel leren van verbindende leiders als Johan Ferrier. Hoe groot de spanningen tussen Suriname en Nederland altijd ook zijn geweest, nimmer gaf hij toe aan onmiskenbare sentimenten van polarisatie of haatzaaierij.

Hoe anders is het hedendaagse maatschappelijke en politieke klimaat in zowel Suriname als Nederland. Suriname is een land dat zowel economisch, maar ook politiek en moreel, feitelijk failliet is. Nederland is een land waarin de verharding en verruwing van verhoudingen in zowel samenleving als politiek dieptepunt na dieptepunt bereiken.

Net als in revolutiejaar 1968 is de wereld op drift en is het wantrouwen van burgers richting de overheid en politiek groot. En dat merkt ook het Johan Ferrier Fonds. Een fonds dat geheel in de geest van de naamdrager kleinschalige projecten in Suriname mogelijk maakt op het gebied van onderwijs en cultuur. Surinamers lijken meer vertrouwen te hebben in zulke particuliere fondsen dan in hun overheid.

En ondanks dat de relatie tussen de Surinaamse en Nederlandse overheid nog nooit zo slecht is geweest, is er nog altijd sprake van solidariteit vanuit Surinaamse Nederlanders met Surinamers in het land van hun (voor)ouders. Solidariteit in de vorm van het overbrengen van voedsel, kleding, medicijnen, maar ook geld.

Tegelijk lijkt de Surinaamse ­diaspora in Nederland nog niet het maximale te willen doen om écht solidair te zijn met Suriname. Hun wantrouwen ten opzichte van de Surinaamse politiek slaat over naar het Surinaamse volk als geheel. En dat is betreurenswaardig. Want juist de bijdrage van de Surinaamse diaspora aan kleinschalige projecten van en voor Surinamers, gestoeld op eigen kracht en optimisme, kunnen de tijdloze droom van Johan Ferrier waarmaken. 

Kathleen Ferrier, Dave Ensberg-Kleijkers enJörgen Raymann zijn respectievelijk voorzitter, vicevoorzitter en ambassadeur van het Johan Ferrier Fonds.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.