Wat was er nu weer gebeurd in het toch al zo turbulente leven van Leni?

Foto Robin de Puy

Het bericht kwam binnen via WhatsApp. 'Kijk nou', schreef een vriendin. 'Ze heeft nóg een kindje.' Op de foto keek een moeder vanaf een bed trots de camera in. Tegen haar zij lag een peuter in een Supermanshirt, op haar borst een kersverse baby. De haartjes waren diepzwart, om het hoofdje was een lichtgevende roze bloemenkrans gefotoshopt. De tatoeages en de diamanten piercing in het gezicht van de moeder waren echt, wist ik. Een buitenstaander zou er misschien een monument van liefde in hebben gezien, maar wij, mijn vriendin en ik, dachten onuitgesproken hetzelfde: wat was er nu weer gebeurd in het toch al zo turbulente leven van Leni?

'Jeetje', stuurde ik terug.

Daarna bleef het stil.

Die Leni, nóg een kind.

We kenden haar van vroeger, ze was ons buurmeisje geweest, het enige donkere meisje in een buurt van blauwe ogen en sterke schouders. Zij, klein en schichtig, was geboren in Sri Lanka, gedumpt in een weeshuis en daarna door een echtpaar met goede bedoelingen naar Nederland gehaald, waar ze een eigen kamer, een hond en een Nederlandse naam kreeg.

Het hielp niet, Leni was anders en bleef anders.

Als kind viel het niet zo op, we waren vrij en vrolijk, zij ook, al kon ze erg hard huilen, harder dan een val van een klimrek feitelijk rechtvaardigde.

Maar toen we ouder werden en ik Pearl Jam-T-shirts ging dragen, nam zij nep-nagels. Toen ik mijn eerste mobieltjes kreeg, was haar chatnaam al jaren SweetySma85 en toen ik het huis uit ging, werd zij het huis uitgezet. De eerste keer dat ik haar weer tegenkwam, werkte ze in de St. Annenstraat en had ze een hardheid in haar ogen die ik niet eerder had gezien. Een reddingspoging waarbij ik haar in huis nam, zorgde voor onbedoeld komische momenten waarvan ik me vooral het vruchteloos opvoeden van haar kat Doekoe herinner, de enorme rijstkoker op het aanrecht en het wasrek waaraan mijn Hema-ondergoed gebroederlijk naast haar neonkleurige werkkleding hing. Minder leuk was de keer dat we samen onze verjaardag vierden in een café en er voor haar maar één gast kwam. Een klant.

Nadat ze op een dag met de noorderzon was vertrokken, sprak ik haar nooit meer.

Maar nu was er dus weer een teken van leven.

En hoe!

Op haar Facebookpagina scrolde ik langs een leven dat zo mijlenver van het mijne lag. Ik zag foto's van haar kinderen, gedeelde berichten waarmee ze kans maakte op bontjassen en boxsprings en heel veel selfies met Snapchatfilters: Leni met een poezenneus, Leni met vlinders in het haar, Leni met ogen als Japanse stripfiguurtjes. Bij het vakje beroep had ze schoonheidsspecialiste ingevuld, het leek me een upgrade. Tenminste, als het waar was.

Ik twijfelde, maar stuurde toch een bericht. Niet veel later bleken onze levens wel degelijk overeenkomsten te hebben. Haar jongste, een ventje met een naam als een popster, was even oud als die van mij. Ze woonde in de Bijlmer, op een steenworp afstand van Betondorp, en verder wist ze zich de onderbroeken nog te herinneren. Daarna stelde ze me een vraag die mij nooit eerder werd gesteld: of ik nog samen was met de vader?

'Gelukkig wel', tikte ik. 'Ik zou niet weten hoe ik het anders allemaal zou moeten doen. Hoe doe jij dat, in godsnaam?'

'Gewoon', zei ze, me onbewust op mijn nummer zettend. 'Het zijn me kids toch.'

Het gesprek stopte abrupt toen ik vroeg of ze inderdaad werk had gevonden als schoonheidsspecialiste: ze had het druk, ze moest gaan, we spraken elkaar nog wel eens.

Ik hoop het.

eva.hoeke@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.