OPINIEThe Big Picture

Wat staat de 1,5 miljoen ontheemden in Syrië te wachten?

Zolang de sluipmoordenaar rondwaart, verschansen we ons. Deuren dicht, mondkapje op, niet naar buiten. Nederland heeft genoeg aan zichzelf en is voor het moment naar binnen gericht. Daar gebeurt genoeg en er is van alles te bespreken.

Een lid van de Syrian Civil Defence desinfecteert een tent in een vluchtelingenkamp in Idlib.Beeld AFP

Dat geldt ook voor de media, de Volkskrant niet uitgezonderd. Begrijpelijk en waarschijnlijk terecht, maar dat neemt niet weg dat het wel even mag, nee móét worden vastgesteld. Eigen virus eerst.

Wat de coronapandemie elders op de wereld aanricht, komt op de tweede plaats. Zilver, ook heel mooi, geen klagen, maar goud is het dus niet. Bovendien is het antwoord op sommige vragen zo gruwelijk dat we ze niet eens durven te stellen. Wat staat, bijvoorbeeld, de 1,5 miljoen ontheemden in het noordwesten van Syrië te wachten?

Ongetwijfeld zal het coronavirus binnenkort ook Idlib bereiken, als het dat al niet stiekem heeft gedaan. Het virus zal er vrij spel hebben. Gezondheidszorg? Helemaal niets. Honderdduizenden burgers zijn er het geweld ontvlucht, alleen een bundeltje kleren op de rug. Ze zijn neergestreken in de open lucht en op z’n best in overvolle kampen die die naam nauwelijks verdienen. Tenten pal op elkaar, twee of drie gezinnen in één tent. Geen stromend water, geen wc’s, geen hygiëne.

Hulporganisaties kunnen al niet eens aan de vraag naar basale levensbehoeften voldoen, laat staan dat ze een gezondheidscrisis te lijf kunnen van het kaliber dat ook het rijke Nederland heeft verlamd.

Eén voordeel hebben ze: een oproep geen toiletrollen te hamsteren kunnen ze zich besparen, en over het doorgaan van de centrale examens hoeft niemand zich zorgen te maken.

Nogmaals, wat staat Idlib te wachten? Ik bel Tineke Ceelen, directeur van Stichting Vluchteling en onvermoeibaar pleitbezorgster van de gevluchte medemens. Maandag zond ze een noodkreet rond. ‘Ik maak me grote zorgen’, schreef ze. ‘Om ons, om mijn oude moeder in Brabant, om u allemaal, maar nog veel meer om hen die weerloos en kwetsbaar moeten overleven. Zonder intensive care, zonder een eigen kraan of zeep of fatsoenlijk onderdak.’ Als corona in de kampen toeslaat ‘dreigt een inferno waarvan ik de omvang niet kan overzien’.

Aan de telefoon klinkt ze gejaagd. ‘Ik heb het nog nooit zo druk gehad, ik werk van ’s ochtends zes tot ’s avonds laat.’ Wat doen hulporganisaties om zich voor te bereiden op de komst van corona? Veel – en weinig. Het belangrijkst, zegt ze, is het installeren van ‘handwasstations’. Een imposante naam voor plastic tanks van 50 liter op een soort krukje, met een kraantje en een opvangteil eronder. ‘Daar zetten we iemand naast die iedereen oproept zoveel mogelijk de handen te wassen.’ Hoe dan ook zal ‘de rampspoed ongekend zijn’ wanneer het virus toeslaat. Alleen al de gedachte ‘beneemt je de adem’.

Zo is ook Tineke Ceelen een van degenen die zich dezer dagen keihard inspannen, in een functie die bij dezen door mij wordt toegevoegd aan het rijtje essentiële beroepen. Het is niet te hopen dat al die zichzelf opofferende mensen die de samenleving draaiend houden aan het eind van het jaar een bonus van 1 miljoen euro gaan eisen omdat ze zo hard hebben gewerkt, zoals andere zelfbenoemde pijlers van onze welvaart gewoon zijn te doen, want dan zijn we in de aap gelogeerd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden