Opinie

Wat nu? Opties voor de regering na het Oekraïne-referendum

De uitslag van het referendum over de Associatieovereenkomst tussen de EU en Oekraïne brengt de Nederlandse regering in een lastig parket. En dat ook nog eens tijdens het EU-Voorzitterschap van Nederland. Het probleem is dat de 'tegen'-stem nu vertaald moet worden in een uitkomst die wel aanvaardbaar is voor degenen die woensdag hun ongenoegen hebben laten blijken. Er is veel gesproken over de voor-en nadelen van de Associatieovereenkomst, maar nog niet over de situatie waarin we ons nu bevinden. Wat zijn de opties?

Minister-president Mark Rutte.Beeld anp

Ten eerste komt de complexiteit voort uit het feit dat een associatieovereenkomst altijd gesloten wordt tussen, aan de ene kant, de EU en haar lidstaten en, aan de andere kant, een niet-EU lidstaat. De EU en de lidstaten zijn dus partij, zij het dat de overeenkomst bepaalt dat hun rechten en verplichtingen samenhangen met hun bevoegdheden. De overeenkomst gaat voor het grootste gedeelte over handel en met handel samenhangende zaken. Op deze terreinen hebben de lidstaten al lang geleden hun bevoegdheden overgedragen aan Brussel.

Dat is ook de reden waarom deze gedeelten al 'voorlopig' in werking konden treden; ze waren immers niet afhankelijk van de ratificatie van de lidstaten. Voor het meer politieke eerste gedeelte van de overeenkomst, over mensenrechten, corruptiebestrijding, juridische samenwerking e.d., geldt dat de EU hier niet alleen over gaat. Hier zitten bij uitstek onderwerpen waar lidstaten nog meer over te zeggen hebben.

De minister-president heeft al aangegeven dat ratificatie van de overeenkomst (waarmee ook Nederland zich formeel aan het verdrag bindt) in politieke zin nu niet zomaar meer kan. Dat betekent dat Nederland de depositaris van het verdrag (in dit geval het secretariaat van de Raad van Ministers in Brussel) zal moeten laten weten dat het de overeenkomst op dit moment niet zal kunnen ratificeren. Wat dit betekent voor de 'voorlopige toepassing' van het verdrag is nog onzeker, want dit komt niet vaak voor. Duidelijk is wel dat op dit moment Nederland niet slechts in kan stemmen met gedeelten van het verdrag; het is één geheel en een discussie is nodig met alle partijen (inclusief natuurlijk Oekraïne) over een oplossing.

Drie scenario's

Wij zien drie scenario's. De meeste eenvoudig oplossing is wanneer Nederland komt met een voorstel voor een zogenoemde 'interpretatieve verklaring' die vervolgens aan het verdrag gehecht kan worden. In deze verklaring zou Nederland (samen met eventueel de andere partijen) duidelijkheid kunnen geven over een aantal bepalingen die gevoelig bleken te liggen bij de tegenstemmers. Te denken valt aan een expliciete bewering dat dit verdrag niet automatisch leidt tot lidmaatschap van Oekraïne, dat er geen sprake zal zijn van vrij verkeer van personen en werknemers en dat de militaire samenwerking niet leidt tot een automatische betrokkenheid van Nederland bij een conflict.

Een tweede oplossing is dat Nederland aan de andere partijen vraagt in te stemmen met een speciaal protocol, dat in tegenstelling tot een interpretatieve verklaring, onderdeel is van het verdrag. In dit protocol kan Nederland dan een uitzondering ('opt-out') vragen op sommige onderdelen van het verdrag. Dit is niet ongebruikelijk en zelfs de EU-verdragen kennen dergelijke protocollen. Nederland zou hiermee een uitzonderingspositie krijgen en niet verplicht zijn aan alles mee te doen. De vraag is echter of dit voor Nederland aantrekkelijk is. Immers, dit zou betekenen dat we met z'n allen een vergaande economische samenwerking met Oekraïne aangaan, maar dat Nederland bij, bijvoorbeeld, politieke dialogen over mensenrechten of veiligheid, de zaal moet verlaten.

Tot slot kan Nederland voorstellen de overeenkomst op te splitsen en van het politieke gedeelte aan ander verdrag te maken. Los van de juridische complexiteit (veel bepalingen in het huidige verdrag gaan over het geheel) is ook in dit scenario niet alleen de vraag of de andere partijen zover zouden willen gaan, maar ook of Nederland geen politieke invloed wil hebben op het land waar we economisch nauw mee gaan samenwerken.

Gelet op de juridische complexiteit en het gevaar dat bij heronderhandeling we eigenlijk weer terug bij af zijn, zien wij het meest in heldere interpretatieve verklaringen, die de onrust en het wantrouwen bij degenen die woensdag hebben tegengestemd zouden moeten kunnen wegnemen. In juridisch opzicht zijn deze het meest eenvoudig aan de overeenkomst toe te voegen en voorkomen ze dat in de toekomst verdragsbepalingen een eigen leven gaan leiden.

Ramses A. Wessel, hoogleraar internationaal en Europees recht en bestuur bij de Universiteit Twente

Adam Lazowski, hoogleraar Europees recht bij de Universiteit van Westminster in Londen

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden