Column De Kwestie

Wat Nederlandse aannemers niet leerden, was calculeren. Misschien is na de Brexit een Engelse rekenmeester in te huren

In 1872 bouwde de Londense aannemer Henry Lee & Son het eerste sluizencomplex bij IJmuiden. In de monding van het nieuwe Noordzeekanaal werden twee sluizen aangelegd: de kleine en de huidige 120 meter lange, 17meter brede en 7,75 meter diepe Zuidersluis.

In het bestek stond dat die op 1 augustus 1876 gereed zouden moeten zijn als koning Willem III de vaarroute zou openen. Maar de sluizen lagen er al in 1872. Henry Lee kreeg een premie van 100 duizend gulden, waardoor de totale bouwkosten voor twee sluizen uitkwamen op 1,5 miljoen gulden. Dat zou gecorrigeerd voor koopkracht nu 15miljoen euro zijn. Een koopje.

Daarna gingen de Nederlanders het zelf doen en kwam het niet meer goed. Tien jaar na de oplevering door Henry Lee moest er al een plan worden opgesteld voor een nieuwe grotere sluis, de huidige Middensluis, van 225 meter lang en 25 meter breed. In plaats van aan een enkele hoofdaannemer werd het in deeltjes bij Nederlandse bouwers aanbesteed. Er kwam een oeverloos debat of bij bouwer Kloos in Kinderdijk punt dan wel roldeuren moesten worden besteld.

Daarna bleken er natte plekken in het beton te zitten, waardoor gietijzeren pijpen moesten worden aangebracht. De sluis zelf was uiteindelijk in 1895 klaar, maar toen bleek dat het uitbaggeren van het toeleidingskanaal veel langer was gaan duren. Het project kostte 5,8 miljoen gulden - bijna vier keer zo veel als de twee sluizen van Henry Lee samen.

Maar een kniesoor die daarop lette. Nederland had wel de grootste sluis ter wereld, totdat in 1913 het Panamakanaal werd geopend.

Onder het motto groot, groter, grootst lag er toen al een plan voor de bouw van de Noordersluis (400 meter lang, 50 meter breed en 15 meter diep). Ook dit werd in delen uitbesteed (Werkspoor, Smit & Co en Burgerhout) en zou in 1929 worden opgeleverd. Grote uitdaging was het uit gewapend beton opgetrokken sluislichaam dat ervoor zorgde dat de kosten opliepen tot 20 miljoen gulden, terwijl 13 miljoen was begroot. Pas in 1960 was het kanaal breed genoeg om de sluis optimaal te kunnen gebruiken.

Dat Nederlanders kampioenen zijn in waterbouwkunde kan worden betwijfeld. Wat geleerd werd van de sluizenaanleg was dat er beter consortia konden worden gevormd van bouwbedrijven waarin alle kennis werd gebundeld, zoals bij de Afsluitdijk en de Deltawerken.

Wat Nederlandse aannemers niet leerden, was calculeren. Sinds de jaren zeventig is het de nagel aan de doodskist van veel grote bouwers - of het nu gaat om wegen, havens, steden in de woestijn of de Noord-Zuidlijn. Dat de aanbesteding van de nieuwe sluis tegen een veel te laag bedrag van 848 miljoen euro werd gedaan, werd op voorhand al gezegd. Een veeg teken was dat de bouw van de nieuwe, veel kleinere zeesluis bij Terneuzen bijna 100 miljoen duurder was.

Misschien is na de Brexit een Engelse rekenmeester in te huren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden