Opinie Susan Neiman

Wat naties met besmet verleden kunnen leren van de Duitsers

Hoe komen we in het reine met nationale misdaden als de Holocaust of het slavernijverleden? Filosoof Susan Neiman schreef er een rijk boek over.

Een man loopt door de poorten van het Sachsenhausen vernietigingskamp. Beeld AP

Het waren vooral Duitsers die meewarig het hoofd schudden als de Amerikaanse filosoof Susan ­Neiman vertelde dat ze aan een boek werkte onder de titel Learning from the Germans. De systematische massamoord op 6 miljoen Joden door het naziregime kan nergens mee worden vergeleken, kreeg ze steeds als commentaar. Maar de Joodse Neiman gaat het om iets anders: als zelfs de Duitsers hun wandaden onder ogen kunnen zien, dan moet elk volk of elke groep het kunnen. Ook de Amerikanen met hun verleden van slavernij, segregatie en gewelddadig racisme.

Ze stelt in haar boek, dat onlangs verscheen, vragen over het leven na de misdaden. Hoe kunnen een volk en een natie het best omgaan met een besmet verleden? De Duitsers hebben er heel lang over gedaan, ze hebben onderweg veel verkeerde afslagen genomen, maar uiteindelijk zijn ze er de afgelopen decennia in geslaagd vormen te vinden voor het verwerken van en kwaadaardig verleden als daders, stelt Neiman vast. Amerika is nog lang niet zover.

Voor Nederlanders is dit ook een leerzaam boek: de misdadige kanten van ons koloniale verleden en aandeel in de transatlantische slavenhandel spelen keer op keer op. De discussies lopen uiteen van straatnamen, terminologie in ­musea, de houdbaarheid van (helden)standbeelden, de wenselijkheid of niet van monumenten voor slachtoffers en de moeizame discussie over financiële genoegdoening. Al zulke kwesties onderzoekt Neiman voor Duitsland en de VS. Een suggestie die in de Nederlandse ­debatten kan helpen: als je spreekt over collectieve schuld roep je veel weerstand op, terwijl collectieve verantwoordelijkheid veel gemakkelijker te aanvaarden blijkt.

Joodse vrouw

Neiman laat veel open in haar boek: definitieve oplossingen bestaan niet, evenmin als ultieme musea of universele methoden voor verwerking en verzoening. Ze bezoekt in Duitsland en Amerika betrokkenen bij het herdenken en verwerken en vertelt over hun meestal persoonlijk gekleurde verhalen. Haar eigen levenservaringen, twijfels en voortschrijdende inzichten maken het geheel nog boeiender. De eerste zin : ‘Ik begon mijn leven als een wit meisje in het gesegregeerde Zuiden en waarschijnlijk zal ik het eindigen als een Joodse vrouw in Berlijn.’

Haar lange verblijf in Duitsland laat zijn sporen na in de hoofdstukken over Duitsland. Ze heeft bewondering gekregen voor de Vergangenheitsaufarbeitung, die ze ziet als een werk in uitvoering zonder eind. Die houding is pas goed begonnen na de val van de Muur, vorige maand dertig jaar geleden. De Oost-Duitsers brachten een cultuur van herdenken mee; het anti-fascisme was in de DDR staatsideologie. De ineenstorting van het Derde Rijk werd er als een bevrijding gevierd, niet als een Duitse nederlaag. De Oost-Duitsers hadden helden in de communistische partij die tegen de nazi’s had gestreden. De concentratiekampen werden niet weggemoffeld, maar voor educatieve doeleinden gebruikt. Voormalige Oost-Duitsers vertellen Neiman erover in een opmerkelijk hoofdstuk.

Stilte

In de Bondsrepubliek gebeurde het tegenovergestelde. Na de veroordeling van de nazikopstukken en de betaling van Wiedergutmachung aan Israël en individuele Joden (80 miljard mark), trad stilte in. Er werd gezwegen over het verleden van vele ex-nazi’s die weer hoge functies kregen. Onderling fluisterden Duitsers tegen elkaar dat zij zelf slachtoffer waren, van de geallieerde bombardementen, van de verdrijving uit Oost-Europa, door de opdeling van hun land. Over herdenkingsmonumenten voor de Joden sprak ­liever niemand. Na 1990 werd dat pas anders, stelt Neiman vast. Ze beschrijft voorbeelden als het Holocaust-monument in Berlijn, de stolpersteine en de nieuwe inrichting van het voormalige concentratiekamp Buchenwald bij Weimar.

Hoe anders was dat in de VS, schrijft ze. Vele jaren na de burgeroorlog, die in 1865 een eind maakte aan de slavernij, werden overal in het Zuiden monumenten opgericht, niet voor slachtoffers van de slavernij, maar voor de ‘helden’ van de verloren oorlog. In de jaren zestig was er opnieuw zo’n ‘herwaardering’ voor de zuidelijke cultuur en identiteit, niet toevallig op het moment dat de burgerrechtenbeweging onder leiding van Martin Luther King sterk werd. In de VS is de discussie of die monumenten voor een racistisch verleden vol geweld en lynchpartijen weg mogen of niet. Na de verkiezing van Trump als president steeg het aantal racistische incidenten ook nog eens, schrijft ze.

In het Zuiden vond Neiman toch ook inspirerende manieren van herdenken en het bespreekbaar maken van misdaden uit het verleden, vooral bij plaatselijke (zwarte) initiatieven en het William Winter ­Institute for Racial Reconciliation, waar ze een tijd verbleef.

Toch blijven lessen uit Duitsland ongemakkelijk. Beelden van Hitler zijn er onvoorstelbaar, schrijft Neiman, maar in het zuiden van de VS verdedigen neonazi’s beelden van Robert E. Lee, militair leider van de slavernijstaten. De repliek dat je twee kwaden niet zo op een lijn kan stellen, ligt voor de hand. Maar ook die polemiek draagt, in Neimans ­optiek, bij aan het verwerken van kwaadaardige verledens.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden