COLUMNSylvia Witteman

Wat mij betreft ging Pac-Man om opgesloten zitten in een labyrint waaruit geen ontsnappen mogelijk was

Pac-Man bestaat 40 jaar, las ik. Daar zweefde ik al naar het gokhol aan de Haarlemse Botermarkt in 1980, waar ik als 14-jarige kilo’s kleingeld over de balk smeet; gejat van mijn ouders. Dat merkten ze toch niet, want ze waren bezig met het verwerken van hun scheiding, ieder op eigen wijze, waarbij het dagelijks natellen van kwartjes geen prioriteit had.

In dat gokhol was het donker, rokerig en vol met heerlijke nieuwe spelletjes. Voorheen hadden we flipperkasten. Daar speelde je op in cafés, waar kinderen toen gewoon mochten komen, ook zonder ouders. Al heb ik mijn hele jeugd in cafés doorgebracht, het flipperen kreeg ik maar niet onder de knie. De bal rolde altijd precies door het midden, waar ik er met de flippers geen vat op kreeg. Flipperen was meer iets voor grote jongens, die de kast met fysiek geweld hun wil oplegden; rammen en woeste rukken van schouders en heupen.

Bij die arcadespelletjes ging het alleen om behendigheid. Mijn lievelingsspel was Phoenix. Je moest gaten in de bodem van een ruimteschip schieten, terwijl je belaagd werd door boze, felgekleurde vogels. Die moesten dood, natuurlijk, en dat klusje nam ik van harte op me, dag in dag uit, op de klanken van een elektronisch gepingeld Für Elise. Die dode vogels stuurden nieuwe vogels om wraak te nemen, en uiteindelijk ging ik er zelf ook aan, waarna de jacht op kwartjes opnieuw werd geopend.

Pac-Man vond ik minder leuk, al las ik maandag dat het nota bene speciaal voor vrouwen was bedacht, door een Japanse nerd die zelf geen vrouwen kende en toen maar een oude schoolvriendin om raad had gevraagd. Het meisje in kwestie wilde een spel zonder geweld, bekende ze. Het moest niet te ingewikkeld zijn en liefst appelleren aan haar liefde voor opruimen en eten. En dat noemen ze dan de tweede feministische golf!

Hoe dan ook, daar hadden we Pac-Man. Wat mij betreft ging dat niet om knus opruimen en smikkelen, maar om opgesloten zitten in een labyrint waaruit geen ontsnappen mogelijk was; je vijand opeten of zelf opgegeten worden waren de enige keuzen die je had. Nee, dan vond ik schieten veel gezelliger.

Maar na een jaar van hevige gokholverslaving was opeens de lol eraf. Ik was daar altijd het enige meisje en ontdekte dat je met jongens ook andere dingen kon doen dan schieten op pixelige ruimteschepen. Het gokhol, inmiddels, staat nog steeds aan de Haarlemse Botermarkt. Geen idee wat ze daar tegenwoordig spelen. Ik durf er niet meer naar binnen. Ik durf eigenlijk niet eens meer naar Haarlem. Maar soms mis ik ze, die boze vogels, en de heerlijke geur van tabaksrook. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden