Column Harriët Duurvoort

Wat koloniale geschiedenis voor de minister

‘Wacht. Een Hóllandse minister komt zeggen dat Suriname een failed state is door onze multiculturele samenleving?’

De duvel en z’n ouwe moer zijn al over Stef Blok heen gevallen. Het vermakelijkst zijn de reacties van de gewone Surinamer, bijvoorbeeld wachtend op een moksi meti bij de toko, in goedgemutste multiculturele harmonie. Creolen, Hindoestanen, Javanen, en alles ertussenin.

Na die uitdrukking van ongeloof worden er verder geen woorden aan de minister vuilgemaakt, maar slechts een langgerekte tjoerie: het zuigende geluid dat je tussen je tuitende lippen maakt als iemand een dodelijke uitglijder heeft begaan. Gevolgd door een gulle, schuddebuikende schaterlach waarbij op tafel geslagen wordt en traantjes worden weggepinkt. Sang! Ai báia.

In hoeverre mogen we van een Nederlandse minister van Buitenlandse Zaken een soort basale algemene ontwikkeling verwachten als het gaat om het eigen koloniale verleden?

Kijk meneer Blok, het is niet zo dat Nederland en Suriname elkaar pas onlangs tegen het lijf liepen. Het is wat laat om nú djoegoe djoegoe te maken dat Surinames multiculturele smeltkroes zou zijn mislukt.

‘Waarschijnlijk zit ergens diep in onze genen dat we een overzichtelijke groep willen hebben om mee te jagen of om een dorpje te onderhouden. En dat we niet goed in staat zijn om een binding aan te gaan met ons onbekende mensen’, aldus Blok.

Kijk, het is niet dat niemand erin kan komen dat Bloks gelijkgezinde dorpje van een overzichtelijke idylle was. Thuis heb ik nog een ansichtkaart, waarop een kerk, een kar met paard, men zong Wim Sonneveld zelfs in Suriname.

Maar Piet Hein en consorten konden al eeuwen geleden geen genoegen nemen met dit kabbelende dorpjesleven. Sterker nog, hun meedogenloze eerzucht verstoorde de rust in talloze andere overzichtelijke dorpjes, in allerlei uithoeken van de wereld, vol mensen met andere kleuren, culturen en mores. Jeukend zakeninstinct, iets wat de VVD hoog in het vaandel heeft.

De Hollandse architecten van de in Bloks ogen mislukte multiculturele staat Suriname hadden het stichten van een harmonieus multicultureel ideaal uiteraard niet in de pen. Het oogmerk was een win­gewest. De arbeidskrachten die nodig waren om een lucratieve plantage-economie te draaien op de verre Caribische kust waar Neerlands trots wapperende driekleur was geplant, kwamen niet uit het eigen dorpje. Daarvoor werden honderdduizenden Afrikanen tot slaaf gemaakt en als goederen ‘geïmporteerd’.

Toen een kleine drie eeuwen later de slavernij onder zware internationale druk werd afgeschaft, werd de wereld afgespeurd naar anderen die met mooie praatjes en valse voorwendselen naar Suriname konden worden gelokt. In de hoop dat er nog wat winst uit de zieltogende plantages te persen was. De Hindoestaanse, Javaanse en Chinese contractarbeiders, dromend van ooit welvarend terugkeren, werden uiteraard uitgebuit. Want het bedenkelijke verdienmodel van de plantages stoelde eigenlijk op zo goed als gratis menskracht.

Nog wat. Blok stelde dat hij het verschil tussen een Hutu en een Tutsi niet kan zien. ‘Ze kunnen het helaas zelf wel.’ Ik haal graag oud-minister Jan Pronk aan uit een interview een aantal maanden geleden: ‘Heel veel conflicten in de wereld zijn het gevolg van een koloniaal verleden. Dat is ook het geval geweest in Rwanda. Daar zijn de onderlinge verschillen tussen de Hutu’s en de Tutsi’s, die in vroeger tijden vreedzaam samenleefden, uitvergroot door de Belgische kolonisatoren, die iedereen identiteitskaarten gaven waarop stond of je een Hutu of Tutsi was; de Tutsi’s kregen een voorkeursbehandeling. De Tutsi’s zijn gaan geloven in hun eigen superioriteit doordat zij door de westerse kolonisatoren op een voetstuk werden geplaatst. Dat zie je eigenlijk in alle landen met een koloniaal verleden. Bestaande verschillen werden uitvergroot. Verdeel en heers. Dat hebben wij ook in Suriname en Indonesië gedaan. Geen kolonisator die zich daar niet schuldig aan heeft gemaakt. Veel landen betalen daar nu nog de prijs voor.’

Tenslotte: het overgrote deel van de Nederlandse Surinamers heeft democratie, rechtsstaat en mensenrechten hoog in het vaandel, en kan niet anders dan met pijn in het hart beamen dat het geliefde moederland op die punten faalt.

Maar juist op het gebied van multicultureel samenleven is Suriname zoveel minder zuur dan Nederland. We scholden elkaar uit, stichtten politiek etnische zuilen, zeker. Maar werden ook verliefd, maakten mengkinderen en raakten verslingerd aan elkaars eten. In Suriname heb je ruimte voor je eigen identiteit en respect voor die van de ander. En ontdek je dat mensen uit verre dorpjes best gezellig zijn.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.