Opinie Europa

Wat is toch die ‘superstaat’?

Voor een serieus debat over Europa is meer nodig dan een vaag betoog voor ‘minder Europa’, stelt Otto Holman als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

SP Superstaat Beeld .

Na lezing van het opiniestuk van Renske Leijten en Arnout Hoekstra (O&D, 30 november) speelde het volgende zinnetje door mijn hoofd: met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig. Het is al opmerkelijk – zo niet alarmerend – dat de lijsttrekker van de SP voor de Europese verkiezingen van volgend jaar beweert dat het besluit om tot voltooiing van de interne markt te komen geregeld werd in het Verdrag van Maastricht (dat overigens niet in 1993 maar in 1992 werd ondertekend). Het vrije verkeer van goederen, personen, diensten en kapitaal werd in de periode 1985-87 geaccordeerd en kreeg bekendheid als het Europe ’92 project, verwijzende naar de beoogde einddatum van de voltooiing en niet naar het begin. In Maastricht werd het besluit genomen om naast die ene markt ook één munt in het leven te roepen. Het is dus de geboorteplaats van de Economische en Monetaire Unie (EMU). Voorts moeten de beide auteurs mij nog eens vertellen welke Nederlandse politieke partijen ter linker- en rechterzijde ‘steeds maar meer Europa willen’. Deze suggestie is ronduit misleidend en zegt meer over de visie van de SP op Europa dan over de ‘traditionele partijen’.

Los van de onzorgvuldigheden is het ronduit storend dat Leijten en Hoekstra een oude term uit de SP-campagne in de aanloop naar het 2005-referendum over het grondwettelijk verdrag uit de kast halen: de Europese ‘superstaat’, daar is-ie weer! Nooit hebben hun voorgangers in de partij invulling kunnen geven aan dit spookbeeld. Wat houdt zo’n superstaat in? Is die nog sterker, meer gecentraliseerd, dominanter dan bijvoorbeeld de Nederlandse staat? We gebruiken toch immers ook niet voor deze laatste de toevoeging ‘super’? Maar belangrijker nog is de vraag naar het Europa dat de auteurs dan wel beogen. Dit wordt nergens echt duidelijk, of het moet de vage en impliciete notie van minder Europa zijn. De vluchtelingencrisis moet bij implicatie met minder Europa worden opgelost. Een huzarenstuk!

Vaag 

De auteurs concentreren hun ongenoegen op eenheidsmarkt en munt maar onduidelijk blijft of dit dan betekent dat Nederland naar de mening van de SP uit beide samenwerkingsverbanden moet treden. Als deze vraag in ieder geval door de auteurs ontkennend wordt beantwoord, dan hebben zij een probleem. Het principe van vrije mededinging en de architectuur van de EMU gaan samen met overheveling van bevoegdheden naar de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank. Dit betekent dat de nationale speelruimte met name op het terrein van sociaal beleid drastisch is ingeperkt. Er bestaat geen ‘één arbeidsmarkt’ in Europa, maar meerdere arbeidsmarkten die bovendien met elkaar concurreren om de prijs voor het meest aantrekkelijke investeringsklimaat. De oplossing is tweeledig: ofwel we kiezen voor een patriottisch socialisme (mijn term) met alle gevolgen voor een open economie als Nederland van dien, of we proberen invulling te geven aan een langgekoesterde maar nimmer gerealiseerde Europese sociale dimensie. Ik realiseer me terdege dat dit laatste makkelijker geschreven dan gedaan is, maar diagnose, oplossing en gevolg vrijblijvend vaag in het midden laten hangen is nog veel makkelijker.

De auteurs schrijven tot slot voorstander te zijn van vreedzame samenwerking tussen Europese staten maar dan, zo lijkt het, zonder bovenstatelijke institutionele kaders. Vrijwillige, bottom-up samenwerking is natuurlijk prachtig, maar het is historisch onjuist om dan te verwijzen naar het naoorlogse integratieproces, zoals de auteurs doen. Als er nu iets was dat elite-gestuurd was, dan was het dit naoorlogse proces en de onderliggende permissive consensus wel. Pas onder invloed van eenheidsmarkt en munt – en de gevolgen daarvan – kropen de populisten en eurosceptici uit hun ideologische spelonken. Het zou de SP sieren (en de schrijver deze plezieren) als belangrijke leden als Leijten en Hoekstra niet mee zouden huilen met de spreekwoordelijke wolven in het bos, maar na een zorgvuldige check van de feiten een grondig en serieus debat over Europa zouden entameren. Dat wil zeggen, voorbij het eigen vrijblijvende gelijk.

Otto Holman is als politicoloog verbonden aan de Universiteit van Amsterdam.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.