ColumnEva Hoeke

Wat is liever dan een ziek kind? Twee zieke kinderen

Beeld Aisha Zeijpveld

Het klinkt niet aardig, dat weet ik ook wel, maar is er íéts liever dan een ziek kind?

Niet echt ziek natuurlijk, maar het soort huis-tuin-en-keukengriepjes waarbij alle antivirussoftware wordt gedownload waarop ze de rest van hun leven vooruit kunnen?

De vraag stellen is ’m beantwoorden.

Het begon op zondagmiddag, toen een gluiperig griepje de Dochter (4) gevangennam en ik haar per uur bleker zag worden, stiller, met vuurrode lippen en waterige oogjes die steeds drolliger de wereld in keken. Iets drinken wilde ze niet en toen ze even later ook nog haar koekje liet liggen, wist ik het zeker.

Yes!

Ik maakte meteen een nestje op de bank en wist: dit wordt een topdag.

Zelf bewaar ik uitstekende herinneringen aan ziek zijn. Hoe zieker, hoe beter! Goed, die pijn in je strot van de angina was akelig en jaren later proefde ik nog steeds de smaak van penicilline in appelsap, maar daar stond de onvoorwaardelijke aandacht van je ouders tegenover. Schitterend, die bezorgde blikken naar elkaar, wanneer een van de twee hun hand op je voorhoofd legde en jij daarbij extra vroom omhoogkeek. De bordjes fruit waarmee je moeder je kamer binnenkwam, zachtjes, om je maar niet te storen. En vooral die laatste fase, waarin je nog wel ziek was maar nét beter genoeg om met een dekentje voor de televisie te mogen liggen, terwijl je vader de ene na de andere Disney-band in de recorder schoof, reken ik tot de gelukkigste van mijn leven – helse penicillinetong of niet.

Wat ik toen nog niet wist, is dat die gevoelens wederzijds moeten zijn geweest.

Zieke kinderen zijn namelijk buitengewoon lieve kinderen.

De dánkbaarheid, wanneer je ze een geschild appeltje komt brengen.

De rust in huis, nu ze niet van banken springen of klei eisen of om de iPad zeuren, maar het liefst de hele dag tegen je aan hangen. Zo’n slappe frutsel, die met d’r hele hebben en houwen tegen je aan zit te gloeien, weer helemaal zoals in het begin, in die eerste wonderlijke dagen en weken. 

Ja, dát was het natuurlijk, daarom zijn zieke kinderen zo fijn: je bent weer heel even terug in die eerste babytijd, toen je niks anders deed dan hele dagen tegen elkaar aan zitten, borst tegen borst, even verward als verwonderd, terwijl je met één hand over een fluwelen broekie aaide, de fase waarnaar je jaren later zó terugverlangt dat het pijn doet.

Is er iets liever dan een ziek kind?

Jazeker, twee zieke kinderen. Ik werd op mijn wenken bediend, nog geen 24 uur later zat haar zuster met dezelfde rode konen op de bank. Och, wat een koddebeiertjes toch! Toen ik na dag drie zelf aan de beurt was, werd het iets andere koek, met een vreemd soort vertraging in mijn denken en overal pijn, tot in mijn knieschijven aan toe. Al snel verzoende ik me met de situatie en het lukte me zelfs om niet aan verloren geld en wachtende werkgevers te denken (o, het wrede lot van de freelancer).

Ik weet niet hoe lang we daar zo zaten, dagen, nachten, wie zal het zeggen. Ik depte met natte washandjes, kuste koortsige koppies, jaste in een paar dagen tijd heel Pluk van de Petteflet erdoor en ja hoor, daar was het weer, dat gevoel van geluk, luid en duidelijk berstte het door onze watten heen. Nog even, en we zouden allemaal weer gonzen van levenskracht, het was jammer, maar er viel niets aan te doen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden