ColumnKeulemans in quarantaine

Wat is de kans dat ik besmet raak door mijn huisgenoten?

null Beeld

Het virus bereikte ook het gezin van wetenschapsredacteur en ‘coronaverslaggever’ Maarten Keulemans. Over de vragen waarop hij stuitte in quarantaine hield hij een dagboek bij.

Maarten Keulemans

Een vervelend bijeffect, van zo’n coronapatiënt in huis, is de hypochondrie die je bekruipt. Want wacht eens, dat kriebeltje in de keel, is dat de eerste voorbode, het eerste teken dat het virus daar krioelt? Voel ik daar nu een opkomende vermoeidheid? En is het hier echt zo koud, of begin ik koorts te krijgen?

Al direct hebben we – mijn dochter, zoon en ikzelf – een coronatest aangevraagd. Een prettest, zou je kunnen zeggen, maar dat is niet helemaal waar: al een paar keer moest ik niezen, en mijn dochter weet zeker dat ze beginnende keelpijn heeft. En nu is de uitslag binnen. Met lichte verbazing lees ik het woord op de uitslagensite. Negatief, staat daar in vetgedrukte letters. Net als mijn dochter.

‘Negatief!’, appt inmiddels ook mijn zoon, vanuit zijn studentenkamer, een paar wijken verderop.

Verrassend. Gezinsleden staan er immers om bekend dat ze het virus aan elkaar doorgeven, omdat ze per definitie nauw contact hebben. In China bleek uit contactonderzoek dat de kans om van een willekeurig persoon met wie je nauw contact hebt gehad het virus te krijgen, zo’n 12 procent is. Bij huisgenoten ligt die kans een belangrijke slag hoger: 17 procent.

En op welk continent je ook kijkt, dat beeld is overal ongeveer hetzelfde. Een net verschenen analyse van 54 eerdere onderzoeken komt uit op een gemiddelde kans van 16,6 procent om het virus te krijgen als een van je huisgenoten het ook heeft. Volgens een andere studie, die veertig onderzoeken samenneemt, ligt de besmettingskans in tussen de 15,4 en de 22,2 procent, met als beste schatting 18,8 procent.

Eén op vijf! En dat voor drie gezinsleden, dat is zestig procent kans dat in elk geval één van ons besmet zou zijn geraakt. Dan hebben de Keulemansjes ook nog eens zo ongeveer alles gedaan wat de kans op corona verhoogt. ‘Specifiek gaat het daarbij om vijf contactmomenten of meer’, volgens de Amerikaanse analyse. Ook ‘fysiek contact, een voertuig delen, een woonkamer delen en een maaltijd delen’ vergroten de kans op besmetting. Ik vink ze een voor een af: allemaal gedaan, toen we een weekeindje weg waren.

Vooral ik blijk in de gevarenzone te zitten. Tussen stellen is de kans op overdracht liefst 37,8 procent, lees ik in de meest recente overzichtsstudie. Vandaar dat de kans op overdracht tussen huishoudens zonder kinderen zoveel groter is (41,5 procent!) dan bij gezinnen met drie personen of meer (22,8 procent). Wie geen kinderen heeft, kan elkaar nog eens aanraken, zonder meteen allerlei commentaar van de jeugd te krijgen.

Gelukkig is er één factor die in ons voordeel werkt: mijn vriendin had nog geen symptomen. Dat maakt de kans om in het huishouden besmet te raken prompt 26 keer zo klein, blijkt uit de nieuwe meta-analyse. De kans dat u door een ‘asymptomatisch’ gezinslid wordt aangestoken, is tot mijn verbazing slechts 0,7 procent, met een maximumkans van 4,9 procent. Dat is haast een op honderdvijftig!

Even denk ik terug aan de gezinsselfies die we maakten, dichtbij elkaar, onze zoon sloeg zelfs even een arm om zijn moeder. Niet aan een, maar aan álle risicoverhogende factoren hebben we ons bezondigd.

We hadden wel geluk. Maar uiteindelijk was ons grootste geluk dat mijn vriendin pas na afloop verkoudheidsklachten kreeg.

Woensdag: Kun je corona krijgen door even naar de winkel te gaan?

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden