Wat ik deed toen onze manager mijn kantoor binnenliep, terwijl collega P. haar ochtendgym uitbeeldde

Columnist Jacq. Veldman schrijft wekelijks over het kantoorleven, dat ze uit eigenervaring kent.

Jacq. Veldman
null Beeld
Beeld

Zul je altijd zien: onze manager verscheen voor ons raam, nét toen mijn collega P. aan het uitbeelden was hoe ze 's ochtends altijd meegymde met Olga Commandeur in Nederland in beweging. Ik had het iets eerder door dan collega P., die zich juist in de spreidstand had geposteerd. Ik had er mijn waardering voor uitgesproken, P. had gehijgd dat ze jarenlang had geturnd en dus een voorsprong had ten opzichte van de gewone mensen. 'Ik ben als jong meisje nog eens een keer uit de ringen gevallen, echt zo van bám!', had ik gezegd, omdat ik dat om de een of andere reden altijd even moet zeggen als het onderwerp van gesprek iets met sport is. Het is niet dat ik om medelijden vraag (hoewel mijn lichaam als een zak meel op de vloer was geploft) (er had ook verstikt gelach geklonken) - het is eerder een automatisme en dus sterker dan ikzelf. 'Uit de ringen gevallen. Dat verklaart een hoop', had P. gezegd.

Maar in de spreidstand geraken bleek nog weer een ander verhaal dan er weer uit komen.

En onze manager was inmiddels de kamer binnen gelopen. 'Mayday, mayday', fluisterde ik. Onze manager kuchte. Mijn collega P. keek om en zakte van schrik nog iets verder in haar split. Ik begreep dat het geen zin had om te doen alsof ik druk bezig was met datgene waarvoor ik werd betaald: dingen met een computer. Beetje van hetzelfde kaliber als bij een fietslichtpolitiefuik rap van de fiets springen en er dan vals fluitend naast gaan wandelen: totaal verachtelijk. Maar íets in mij was sterker dan ikzelf - geruisloos gleed ik met mijn bureaustoel naar mijn computer en begon lukraak mails te verwijderen, een an sich onschuldige bezigheid met als bijkomend voordeel dat je minder mails hebt die liggen te wachten op beantwoording.

Mijn collega P. greep zich met een hand aan onze kapstok vast. Ik keek met een schuin oog toe hoe haar knokkels wit werden. De kapstok helde nog gevaarlijker over dan hij van nature al deed. Ik beet op mijn lip. Ik kon haar zó even onder de oksels... Ik kwam al bijna in de benen. Onze manager snoof, ik zakte weer op mijn stoel. Een automatisme. Was ik maar sterker dan ikzelf. Maar het was nu ieder voor zich. Vlot verwijderde ik nog wat mails met hoge urgentie - díe zijn sowieso nooit erg belangrijk.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden