Wat heeft Jezus ons nog te vertellen? Dat iedereen uit z’n bubbeltje moet komen, zegt Bas Heijne

Eigenlijk, vindt Bas Heijne, zijn we allemaal een beetje als Jeroen van der Veer, de ING-commissaris die zó in zijn eigen wereld leeft dat hij niet zag dat een salaris van 3 miljoen euro slecht valt. Na het lezen van Jezus Christus’ Bergrede ziet Heijne: iedereen moet uit z’n bubbeltje.

The Sermon on the Mount door Carl Bloch, 1890

Wat heeft Jezus ons nog te vertellen? Veel, zegt de ongelovige NRC-columnist en essayist Bas Heijne (58), die zich heeft verdiept in Christus’ Bergrede. Het langste openbare optreden van Jezus, waarbij hij staand op een berg tot zijn toehoorders sprak, is volgens Heijne in meerdere opzichten een richtlijn waarnaar we nu nog zouden kunnen leven.

Heijne spreekt 4 april zijn eigen Bergrede uit, een initiatief van de Bergkerk in Amersfoort, die ieder jaar een denker vraagt zich te buigen over de vraag wat de waarde van de oude Bergrede nog is. Onder anderen Joris Luyendijk en Maarten van Rossem gingen hem voor. Expert op het gebied van Jezus hoef je dus niet te zijn, en zo beschouwt Heijne zichzelf ook niet. ‘Ik groeide op in Zwanenburg, een gereformeerd dorp in de Haarlemmermeer. Als ongelovig jongetje werd ik giechelig bekeken. Als ik thuiskwam bij schoolvriendjes waar de Bijbel werd gelezen, vond ik dat men daar verheven over deed. Die wat nuffige zelfgenoegzaamheid van sommige christenen, daar heb ik nog steeds een hekel aan.’

Ook de Bergrede raakte bij Heijne niet meteen de juiste snaar. ‘Ik vond het vroeger allemaal nogal zalvend. Jaja, je moet de vijand de andere wang toekeren, tuurlijk. Maar toen ik het in de aanloop naar mijn eigen Bergrede met een onbevangen blik herlas, zag ik dat het Jezus om iets wezenlijks gaat: hoe kunnen we betere mensen worden? Jezus zegt: ‘Heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.’ Daarmee roept hij ons op om recht tegen onze menselijke instincten in te gaan, en dat is een zinnige oproep. Zeker in onze tijd, waarin we gewend zijn terug te meppen als we een klap krijgen. Ga een dagje op Twitter kijken, zie je daar iemand ooit de andere wang toekeren? Jezus pleit ook voor bescheidenheid, weer geen kwaliteit die in deze wereld wordt aangemoedigd, met onze selfies en onze cultuur van zelfenscenering. Jezus’ betoog is een radicaal pleidooi voor nederigheid, voor het niet altijd maar kiezen voor je eigen comfortabele leventje. Het veelzeggendste citaat vond ik: ‘Is het een verdienste als je liefhebt wie jou liefheeft?’ Daar is ­inderdaad niks bijzonders aan.’

De Bergrede is ook belerend. We moeten erg veel, van Jezus.

‘Het is belerend, maar ja, wat moet je dan, als je op zo’n berg staat? ‘Jongens, zou het geen goed idee zijn als jullie…’ Nee, hij is een leraar. Misschien zijn wij het niet meer gewend op die manier te worden toegesproken. Maar Jezus was een activist, een social justice warrior, en die zijn niet vriendelijk in hun toon. Als moralisme voortkomt uit ware morele betrokkenheid, heb ik er geen moeite mee, en dat is hier het geval. Socrates zei dat het leven dat niet onderzocht is, het niet waard is geleefd te worden. Wat Jezus zegt, lijkt daar eigenlijk op. Als je het jezelf in alles gemakkelijk maakt, leef je dan eigenlijk wel?’

Het zijn de moeilijke ervaringen die je een beter mens maken?

‘Ik verloor in de laatste jaren mijn beide ouders, een ervaring die de boel zo door elkaar heeft gehusseld – ook al is het een natuurlijk proces en waren mijn ouders behoorlijk oud – dat het uiteindelijk iets waardevols heeft opgeleverd. Ik heb vaak de neiging gewoon een beetje door te hobbelen. De actualiteiten waar ik over schrijf in mijn columns, die drie zetels voor Forum voor Democratie in de Amsterdamse gemeenteraad, ik noem maar wat, het zijn futiliteiten. En zelfs van wat daaronder zit, kun je je afvragen: hoe belangrijk is dat? Scheer ik niet voortdurend langs de oppervlakte? Wat zijn nou de wezenlijke dingen? De dood van mijn ouders deed me daarover nadenken.

‘Ik realiseerde me ook dat dit soort ervaringen – de fragiliteit van mensen, onze angsten – nauwelijks in het openbaar worden besproken. Het komt óf in het zelfhulphoekje terecht, of eindigt als theatrale ontboezemings­lyriek. Een diepgaand publiek gesprek vindt er niet over plaats. Door dat verlies werd ik eraan herinnerd dat ik het mezelf niet te gerieflijk moet maken. En zo komen we weer bij de Bergrede van Jezus: blijf niet hangen in comfort, want dan verglijdt het leven te makkelijk. Ik zie de Bergrede als een oproep tot intensiteit van leven. En dat zegt natuurlijk evenveel over mij als over die rede.’

Hoe probeert u die intensiteit van leven te bereiken?

‘Bijvoorbeeld door af en aan in Parijs te gaan wonen. Ik heb in Amsterdam een prettig leven met een ideale partner, maar ik wil niet samenvallen met wat ik hier heb opgebouwd. Toen ik net in Parijs zat, voelde ik me af en toe heel eenzaam, want zo goed is mijn Frans niet. Maar dat was ook wel lekker. Omdat ik mezelf even kwijt was.’

De Bergrede gaat ook over het vastzitten in de eigen bubbel, zegt u.

‘Neem Jeroen van der Veer van ING, die het een goed idee vond om topman Ralph Hamers een salaris van 3 miljoen euro te geven. Hij was zich totaal niet bewust van het effect dat zoiets heeft in de samenleving. Zijn enige referentie­kader is de beloningen die topmannen in andere landen krijgen: hij zit vast in zijn eigen bubbel. Jezus zegt in de Bergrede dat we ons niet moeten koesteren in verwantschap met gelijkgestemden. We moeten ons afvragen: is het mogelijk om daadwerkelijke betrokkenheid te voelen bij mensen die niet tot jouw wereld behoren? We moeten bereid zijn naar de Jeroen van der Veer in onszelf te kijken.’

Maar schrijft u niet ook voor uw eigen bubbel, met uw column in NRC Handelsblad? Zou Jezus niet veel liever zien dat u een column in De Telegraaf zou schrijven?

‘Dan toch liever Metro, daar verwacht ik iets meer openheid dan bij De Telegraaf. Het is waar wat je zegt, en ik besef maar al te goed dat ik nooit achterover moet leunen met het idee dat ik voor gelijkgestemden schrijf. Maar je moet ook niet onderschatten door hoeveel tegenstanders ik word gelezen. Als ik een column schrijf over Poetin, zoals vorige week, krijg ik veel kritische en hatelijke reacties. Mijn column staat ook online. De NRC-bubbel is een bubbel, maar hij is wel opener geworden.’

U noemde Leon de Winter in een column ‘ons nationale dwaallicht’. Hebt u zich ingespannen u daadwerkelijk in hem te verplaatsen?

‘Ik zou ook best een essay over Leon de Winter kunnen schrijven, waarin ik uiteenzet hoe hij denkt. Het is tragisch. Juist door zich te verzetten tegen wat in zijn ogen een gevaar is, extremisme binnen de islam, haalt hij een ander gevaar met open armen binnen, extreem-rechts, een beweging die doortrokken is van antisemitisme. Dus kan ik hem begrijpen? Ja, ik denk het wel. Alleen: een column is ook een stand-upgenre.’

In uw column moet u af en toe een punt scoren?

Geamuseerd lachje: ‘Ja, en dat is ook leuk. Ik bedoelde met die opmerking over Leon de Winter overigens echt iets, het was niet gratuit. Het ging over zijn verdwaasde gestook in de zaak van de diabetespatiënt die mensen aanreed bij Amsterdam Centraal, dat moest en zou een aanslag zijn. Maar een column is beperkt en ik ben natuurlijk ook met het publiek bezig. Mede daarom neem ik me elk jaar weer voor om met die column te stoppen en me vol op mijn essayistiek te storten.’

In april is een tv-serie van u te zien, Onbehagen, over waarom de idealen van onze beschaving steeds verder onder druk komen te staan. Ook uw eigen wereldbeeld kantelde, beschrijft u in de eerste aflevering.

‘Ik ben opgegroeid met de progressieve overtuiging dat het in de wereld steeds beter zou gaan. Als gelijkheid een feit was, kon iedereen zijn wie hij wilde. Dat klonk goed, maar het idee van wat een samenleving moest zijn, raakte uit zicht. Ideologie speelde geen rol meer. Toen ik eind 2000 een column in NRC kreeg aangeboden, twijfelde ik. Ik was echt bang dat ik over mijn katten zou gaan schrijven. In 2001 ging het natuurlijk helemaal los. Toen ben ik wakker geworden, zullen we maar zeggen. De idealen waarmee ik opgroeide, zijn vastgelopen. De Verlichting heeft alles op het individu gezet, maar het individu zit vast in zijn bubbel en kan zich, gechargeerd gezegd, niet meer verhouden tot anderen.’

Uw analyse luidt: in de globaliserende wereld zijn mensen hun houvast verloren. Velen zagen bovendien een gapend gat tussen mooie woorden over globalisering en de harde realiteit.

‘Ja. Dat zie je bijvoorbeeld ook in ­Zwanenburg. Mijn moeder voerde in de jaren zeventig actie tegen uitbreiding van Schiphol, waar Zwanenburg dichtbij ligt. Mijn hele jeugd hoorde ik vliegtuigen overvliegen, gek werd je ervan. Het dorp ligt er nu wat verlaten bij, het openluchtzwembad, de trots van het dorp, is dicht en het aantal vliegtuigen is verdubbeld. Die economische krachten waren niet tegen te houden. Er waren ooit voorstellen om het hele dorp te slopen en de bewoners ergens anders neer te zetten. Ik had het niet erg gevonden.’

Want u hebt zich daar nooit thuis gevoeld?

‘Nee. Daar gebeurde het niet, dat was duidelijk. Niet dat ik zo wild wilde ­leven – nou, ook wel – maar ik kon er behalve fantaseren gewoon weinig. Vanaf het moment dat ik in Amsterdam woonde, heb ik er wel op los geleefd. Toen ik laatst de berichten las over Orlando Boldewijn (de 17-jarige Rotterdamse jongen die verdween na een Grindr-date en dagen later dood werd gevonden, red.), raakte dat me misschien nog wel meer omdat ik, toen ik 18 was, precies zo leefde. Zogenaamd logeerde ik bij mijn zus, maar in werkelijkheid had ik allerlei dates. Toen ik nog in Zwanenburg woonde, vluchtte ik in mijn hoofd. Tegen die neiging van mezelf ben ik me later in mijn leven altijd blijven verzetten.’

Voor uw tv-serie sprak u met allerlei denkers, onder wie de Russische rechts-extremist Aleksandr Doegin. Hij wordt gezien als iemand met grote invloed op Poetin en op de alt-rightbeweging in de VS en Europa. Hoe was uw ontmoeting met hem?

‘Zijn stelling is dat het westerse gelijkheidsdenken de culturele eigenheid ondermijnt. Cultuur is voor hem heilig, het individu is ondergeschikt aan het collectief. Individualisme is een westerse uitvinding die vernietigd moet worden. Homoseksuelen zijn daar voor hem het symbool van. Hij zegt: als ze erkennen dat ze abormaal zijn, mogen ze misschien blijven. Dat impliceert dat ­homo’s hun seksualiteit niet mogen uiten, want daarmee dragen ze uit dat ze normaal zijn. Ik ging er niet naartoe om hem een fascist te noemen, dan had ik beter niet kunnen gaan. Maar deze man wil wel alles vernietigen waar ik in geloof. Ik wil mijn eigen denkbeelden corrigeren, ik wil niet rigide zijn, maar in dit geval moest ik toch tegenwicht bieden door hem uiterst kritisch te bevragen. Je ziet me ook heel getergd kijken, zo had ik ­mezelf nog nooit op beeld gezien.’

U keerde hem niet de andere wang toe?

‘In dit geval kon ik dat niet opbrengen, eerlijk gezegd. Ik leef ook niet als Jezus, hè? Maar ik heb me niet persoonlijk laten raken door zijn woorden. Dat gebeurt sowieso weinig. Je moest eens weten wat voor berichten ik krijg. Nu maak ik er toch iets van, terwijl het me dus niet kan schelen, maar als mensen boos op me zijn vanwege een column, gaat het altijd binnen drie zinnen over homoseksualiteit. Bas Heijne moet naar Iran om daar te worden opgehangen aan een hijskraan, Bas Heijne moet verkracht worden door Marokkanen, schandknaap dit, schandknaap dat. Mijn probleem is het niet, maar het zegt wel wat.’

Afshin Ellian noemde u in een column ooit spottend ‘een rechtstreekse nazaat van Jezus van Nazareth’ en ‘de postmoderne Jezus van NRC’. Zag u dat als compliment?

‘Geen idee wat hij daarmee bedoelde. Zijn we niet ­allemaal postmodern? Over dwaallichten gesproken. Ik ga er maar niet op in.’

U schreef ooit over het verzet van een clubje ‘beroepsklagers’ dat naar de rechter stapte omdat hun gemeente op 4 mei ook Duitse soldaten wilde herdenken. De rechter verbood de burgemeester langs de Duitse graven te lopen. U schreef: ‘Wanneer je enkel nog de uniciteit van het eigen leed aan het bewaken bent, heb je geen oog meer voor leed van anderen.’ Dat leidde tot de opmerkingen van Ellian.

‘De kwestie an sich is nog steeds actueel. Redelijke mensen, zoals Jolande Withuis, zeggen: ‘Als je alles herdenkt, herdenk je helemaal niks meer.’ Maar je moet je realiseren dat er generaties opgroeien zonder persoonlijke betrokkenheid bij de Tweede Wereldoorlog. Hoe houd je die herinnering dan levend? Het gaat niet alleen om herdenken, maar ook om begrijpen, bijvoorbeeld hoe vernietigend ideologieën kunnen zijn. Geschiedenis kun je gebruiken om het heden te doorgronden. Ik vind het idee om ook langs Duitse graven te lopen, helemaal niet schokkend. Als Ellian me daarom Jezus wil noemen, prima. Dat soort mensen noemt mij dan ook vaak cultuurrelativist, heel vuil is dat. Alsof ik vind dat elke opvatting gelijkwaardig is, dat het allemaal niet uitmaakt, dat Hitler ook gewoon een maatschappijopvatting had. Een karikatuur. Je eigen opvatting relativeren, algemeen gesproken, betekent dat je beseft dat niet ­iedereen er zo over denkt. Dat heeft met relativisme niks te maken.’

Kunt u uitleggen waarom Charlie Hebdo zo’n keerpunt was in de manier waarop u naar de wereld keek?

‘Ik heb na 2001 nog lang gedacht dat de Verlichting wel zou winnen. Dat dat niet vanzelfsprekend is, daalde pas echt in na de aanslag op de redactie van Charlie Hebdo, die plaatsvond terwijl ik in Parijs woonde. Ik zie nu in dat de idealen van de Verlichting niet iedereens idealen zijn, dat de menselijke behoefte aan samenhang, aan een gevoel van thuis, lang miskend is. Brexit, Trump, Russisch nationalisme, Wilders, Baudet, de laatste verkiezingen in Italië: het zijn geen tijdelijke ontsporingen. De open samenleving, die vrijheid, gelijkheid en broederschap nastreeft voor iedereen, staat tegenover bewegingen die culturele eigenheid daarboven stellen. Zineb El Rhazoui (Frans publiciste, voormalig redactielid Charlie Hebdo, red.) heeft gewoon gelijk als ze zegt dat je je niet kunt verzetten tegen extreem-rechts zonder je ook tegen het extremisme binnen de islam verzetten, want het zijn twee loten aan dezelfde stam.’

Als Jezus zijn Bergrede nu voor het eerst zou uitspreken, zou hij dan een snaar raken?

‘Ik denk, ik voel, maar misschien ben ik te positief, dat mensen zijn boodschap nu wel weer zouden willen begrijpen. Vooral omdat ze genoeg hebben van de meuk die ze de laatste jaren over zich heen hebben gehad, van mensen als Wilders. Het besef daalt in dat de globalisering niet is tegen te houden, dat immigratie een feit is, dat we nu zo goed mogelijk moeten dealen met de kaarten die we hebben. Ik denk dat de bereidheid van mensen uit hun bubbel te stappen, groter is dan een paar jaar geleden. Maar dat zou wishful thinking kunnen zijn.’

Bergrede door Bas Heijne, 4/4 in de Bergkerk in Amersfoort. De tv-serie Onbehagen van Human en VPRO is vanaf 10/4 te zien op NPO2.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.