debat over Slavernijverleden

Wat gebeurde er in de ‘Gouden Eeuw’ eigenlijk in Afrika?

Het boek van Toby Green Beeld uitgever

Het slavernijverleden staat eindelijk in het brandpunt van de belangstelling. Dat is vooral te danken aan de acties tegen de figuur van Zwarte Piet. En eerder dit jaar verscheen een gedegen historisch onderzoek naar de effecten van de slavenhandel en slavenarbeid op de Nederlandse economie, eind 18de eeuw. In september gooide het Amsterdam Museum de knuppel in het hoederhok door het begrip ‘Gouden Eeuw’ niet langer te hanteren. In de Verenigde Staten wordt nu veel over de slavernijgeschiedenis geschreven omdat het eerste schip met gevangen Afrikanen daar 400 jaar geleden arriveerde. In de levendige discussies van de afgelopen tijd in de VS en Europa blijft vreemd genoeg een zeer belangrijke regio in deze gruwelijke geschiedenis onderbelicht: Afrika.

Dat komt ook omdat historici eenzijdige en onvolledige beschrijvingen hebben gegeven van de Afrikaanse gebeurtenissen en ontwikkelingen in de wereldgeschiedenis, betoogt de Britse historicus Toby Green in een baanbrekend boek: A Fistful of Shells. Hij brengt daarin bijna alles wat bekend is over de economische geschiedenis van de West-Afrikaanse rijken en volken tot het begin van de 19de eeuw bijeen in een samenhangende visie. Vanaf het begin deden machthebbers en handelaren in de regio volop mee aan de ontluikende en snel groeiende mondiale economie, maar uiteindelijk werd West-Afrika leeggezogen.

Dat kwam volgens Green door het verlies van 12 miljoen arbeidskrachten, maar meer nog door het mislopen van de meerwaarde van hun arbeid de rest van hun leven (en dat van hun nazaten) in slavernij in Brazilië, Suriname, de Cariben of de latere VS. Bovendien waren Europese handelaren en regeringen er doelbewust op uit de aanvankelijk sterke positie van hun handelspartners in Afrika te ondermijnen door inflatie aan te jagen. Een voorbeeld daarvan zijn de kauri-schelpen uit de titel van zijn boek, die als geld en valuta dienst deden: Europese (in het begin vooral Portugese en Nederlandse) zeevaarders overstelpten plaatselijk markten met schelpen uit de Maladiven waardoor de waarde kelderde. De Nederlanders deden hetzelfde in gebieden waar lappen stof als betaalmiddel dienden: aanvoer van goedkope katoentjes uit Azië en lappen uit Vlaanderen zorgden voor ontwaarding en ontwrichtte hele samenlevingen.

Machtige rijken als het Benin van de beroemde bronzen beelden (ontstaan toen Europese handelaren de toevoer van koperen beugels als betaalmiddel opkrikten) bloeiden op door internationale handel in allerlei producten, maar toen het rijk geen mensen als slaven meer wilde verkopen, werd het door de Europeanen van de markt gedrukt en raakte in verval.

Goud, ivoor en mensen

Green borduurt voort op inzichten van de Guyanese historicus Walter Rodney die in de jaren zeventig met How Europe Underdeveloped Africa de gangbare geschiedschrijving – Europa moet ontwikkeling brengen in het ‘continent zonder vooruitgang’ – op zijn kop zette. Hij werkt de grove lijnen van Rodney uit voor de eerste 300 jaar van ongelijke handel in goud, ivoor en mensen. Het is een doorwrochte studie waarin Nederlandse bronnen voorbij komen, onder wie Willem Bosman, Olfert Dapper, Pieter de Marees. Maar ook put Green uit de rijke mondelinge overlevering, veelal in dichtvorm, die door Afrikaanse historici en schrijvers zijn geboekstaafd de afgelopen decennia.

Hoe het leven was voor de inwoners van de vele rijken en gemeenschappen in West-Afrika blijft gissen. Hoe hebben zij de vernietigende effecten van de zuigkracht van de transatlantische slavenhandel op het binnenland ervaren? Eigenlijk krijg je alleen een indruk in romans, zoals De honderd waterputten van Salaga door de Ghanese schrijfster Ayesha Harruna Attah of De zwarte Napoleon, van de Liberiaans-Nederlandse schrijver Vamba Sherif over het leven van de legerleider Samory Touré. Green heeft een ander doel: de Afrikaanse geschiedenis op een gelijkwaardige manier bestuderen en weergeven als die van Europa of Amerika.

Dan vallen de overeenkomsten op. Door de het ontstaan van een mondiale economie bloeien sommige politieke rijken op, die profiteren van de handel overzee door Europese scheepvaart en de handelsstromen door de Sahara naar de Arabische wereld. Net als in Europa worden machthebbers sterker door het innen van belastingen waarmee een militaire macht wordt opgebouwd. Bezoekers verbazen zich over het vertoon van rijkdom door koningen, met goud, kauri’s, prachtige, dure stoffen en enorme ceremoniële stoeten, net als aan Europese hoven. Ook in Afrika gaat de natie-vorming gepaard met godsdienstoorlogen, de islam speelt daar een vergelijkbare vernieuwende rol als het protestantisme in de Nederlanden.

Weggevoerd

De vele nieuwe oorlogen hebben in grote delen van Afrika echter een desastreus effect: de gevangen tegenstanders worden als slaaf verkocht, niet alleen meer om te werken op Afrikaanse akkers of te dienen in Afrikaanse legers, maar aan de Europeanen die een vraag zonder eind lijken te hebben en die de slachtoffers wegvoeren van het continent. Aan het eind van de 18de eeuw breken overal opstanden uit tegen de nieuwe elites door de onderdrukte bevolking, uit vrees om in slavernij te worden gevoerd, volgens Green vergelijkbaar met de revoluties in Frankrijk of de VS.

Green verzet zich tegen allerlei uiteenlopende karakteriseringen van Afrika. Nog steeds kleeft de vloek van de 19de eeuwse antropologie aan de geschiedschrijving over Afrika, merkt hij op: het continent zou geen geschiedenis hebben, altijd statisch zijn geweest in zijn primitiviteit. Die kijk op ‘de Afrikanen’ kwam je tegen bij de slavenhandelaren (ze waren eigenlijk geen mensen in de christelijke zin en waren beter af door weggehaald te worden uit hun bestaan als wilden), maar die van de abolitionisten was niet zo veel anders: al hadden zij het over ‘nobele wilden’, Afrikanen waren willoze slachtoffers van de slavenhandel die door witte Europeanen moesten worden gered.

Die houding ziet Green nog altijd in de een of andere vermomming opduiken in westerse artikelen over Afrika en het slavernijverleden. Dat kan misschien verklaren waarom het ontstaan van de armoede in Afrika zo’n ondergeschikte rol speelt in de huidige discussies over het slavernijverleden.

Toby Green: A Fistful of Shells, West Africa from the Rise of the Slave Trade to the Age of Revolution, uitg. Allen Lane/Penguin, 28,50.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden