De ombudsman Jean-Pierre Geelen

Wat er misging met de bekentenissen van een winkeldief

‘Dit verhaal betekent het einde van mijn loopbaan’, schreef romanschrijver Daan Heerma van Voss (33) vorige week in het Magazine over zijn andere carrière: die van winkeldief. De uitvoerige beschrijving van zijn leven als kleptomaan lokte nogal wat reacties uit, vooral nadat Sylvia Witteman enkele dagen later in haar column stevig had uitgehaald naar deze ‘decadente ijdeltuit’ én naar de krant die zijn stuk plaatste. Op Twitter en in mails (ook aan de krant) kreeg ze veel bijval.

Je zou kunnen zeggen dat het getuigt van zelfreinigend vermogen dat in de krant ook zelfkritiek de kolommen haalt. Je zou ook kunnen zeggen: Heerma van Voss heeft zijn straf gehad, afgelopen dagen. Na de publicatie is hij wat – excusez le mot – ontdaan over de (soms zeer felle) reacties. Het valt ook nog maar te bezien hoe onbekommerd de dader nog boodschappen kan doen, ook als hij ze wél afrekent.

Maar een paar vragen resteren. Wat was het idee achter dit stuk? Had de krant dit (zo) moeten plaatsen? Had die de auteur tegen zichzelf in bescherming moeten nemen?

Wat de redactie bewoog: Heerma van Voss had het artikel zelf aangeboden aan de krant. Hij dacht, zo laat hij weten, dat het goed was ‘om eerlijk te zijn over deze illegale, beschamende en destructieve ­gewoonte, die behoorlijk wat mensen in meer- of mindere mate bezitten’. Dat idee sprak de chef van het Magazine aan, een zelfonderzoek leek haar interessant. Geen onlogische reflex. Maar dan de weerbarstige praktijk.

De auteur dacht ‘dat de zelfminachting voor mijn achterlijke legitimaties uit de tekst sprak’, en zo las de chef van het Magazine het ook. Maar, zoals Heerma van Voss concludeert: ‘Dat was achteraf te subtiel, en dus niet goed. Ik had mezelf explicieter op de pijnbank moeten leggen.’

Erg nadrukkelijk werd het berouw inderdaad niet beleden. Over de morele kant van de zaak ging het slechts summier. De auteur vond berouw vanzelfsprekend, en daarmee ‘te saai’ voor het stuk. In zijn stuk vond hij zichzelf nu enkel ‘te oud’ voor wat in het intro (nét iets te jolig) werd omschreven als ‘zijn geliefde sport’. De maaltijd die hij ooit louter met ­gestolen ingrediënten (en bestek) voor zijn ouders bereidde, noemt hij nog altijd ‘de beste maaltijd ooit’ – van een wrang bijsmaakje was geen sprake. Hij moet van zichzelf nu stoppen, ‘voordat ik een parodie word van mezelf’. Dat lijken geen woorden van een spijtoptant in het beklaagdenbankje. Als het ironie was, is die niet begrepen.

Dat het stuk op de cover werd aangekondigd met de kwinkslag ‘Ik ben Daan en ik steel als de raven’ (voor oudere lezers een verwijzing naar een hit van Gerrit Dekzeil, een typetje uit de Barend Servet-show in de jaren zeventig), zal ook niet hebben bijgedragen aan de beoogde perceptie.

Wat lezers ook stak, was het podium dat weer eens gereserveerd bleek voor een telg uit een bekende ­familie uit Amsterdam-Zuid, lees: de verfoeide ‘grachtengordelbubbel’. In diverse reacties werd het stuk zo geplaatst in een soort klassenstrijd: de kansarme recidivist uit Diemen-Noord of – verder van huis – de Haagse Schilderswijk hoeft op zo’n liefdevolle behandeling niet te rekenen.

Wat ook niet meehielp, was het beeld. De foto­grafie, met de dief – in pak – prominent ‘aan het werk’ in verschillende winkels, leek eerder trots te verbeelden dan spijt. Waar subtiliteit in de tekst te groot was, leek die in beeld geheel afwezig, tenzij ook hier de eventuele ironie weer niet werd begrepen. Met een illustratie in plaats van foto’s had de krant haar auteur iets meer in bescherming genomen.

Maar dan moet er wel reden tot twijfel zijn, en die was er niet. De chef van het Magazine had de heftige reacties niet voorzien. Ze deelt die ook niet, ze vond dit een openhartige biecht van iemand die zijn nek uitsteekt. ‘Achteraf is de les wel om voorzichtig te zijn met het stijlmiddel ironie, dat heeft hier duidelijk niet voor iedereen goed gewerkt.’

Een lezer opperde dat de krant afstand had moeten nemen door bijvoorbeeld een kadertje te plaatsen met feiten over (winkel)diefstal en de strafbaarheid ervan. Mij lijkt dat potsierlijk. Het mag toch – hopelijk – duidelijk zijn dat de krant niet tot doel heeft gehad diefstal te propageren of een dief tot held te verklaren. Een kadertje zou ook volgens de chef Magazine ‘tuttig’ zijn.

Een andere lezer wierp de vraag op of hier misschien sprake was van fictie. Begrijpelijk: de auteur is immers romancier, waarom zou je een fictieschrijver op zijn woord moeten geloven zodra er ‘reportage’ boven een stuk tekst van hem of haar staat? De auteur benadrukt dat hier geen sprake is van fictie. Achteraf bezien is dat wel een beetje jammer. 

Post van een lezer: Standverschil tussen minister en columnist?

J. Broekman uit Utrecht schrijft: ‘In het interview met het Magazine van vorige week werd minister Carola Schouten steeds aangesproken met ‘je’. In ‘Boeken en Wetenschap’ werd columnist Bert Wagendorp steeds aangesproken met ‘u’. Staat een Volkskrantcolumnist voor de Volkskrant in hoger aanzien dan een ­minister?’

Het Stijlboek schrijft in beginsel ‘u’ voor. ‘Je’ zet de lezer op afstand. Maar zodra het potsierlijk wordt, kan daarvan worden afgeweken. In een persoonlijk gesprek tussen min of meer leeftijdgenoten, zoals met Schouten, schept ‘u’ meer afstand dan nodig. Bij het ­interview met Wagendorp, gemaakt door een medewerker, hechtte de eindredacteur aan ‘u’. Een tikje potsierlijk wel: als columnist is hij een veel vertrouwdere huisvriend van de lezer dan een minister.

De Ombudsman behandelt vragen, klachten en opmerkingen over de inhoud van redactionele pagina’s en journalistieke aanpak. ombudsman@volkskrant.nlvolkskrant.nl/ombudsman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden