VerslaggeverscolumnToine Heijmans in Nijmegen

Wat er gebeurde met de slokdarmkanker van mijn moeder

Mijn moeder wandelt naar het ziekenhuis en komt terug met slokdarmkanker. Het is voor een eenvoudig onderzoek, ze is alleen, haar kinderen weten van niets en de specialist die de endoscopie uitvoert is duidelijk: het is de ziekte op z’n slechtst.

Het is zomervakantie – mijn moeder belt de kinderen die inderhaast hun plannen wijzigen en een appgroep aanmaken en zich voorbereiden. Slokdarmkanker is een misdadige ziekte, lezen ze op het internet: de behandelingen zwaar, de kans op overleven klein. Zo kondigt zich opnieuw een tijd van grote zorgen aan.

Ze is pas 76.

Klapper vol kankerinformatie.Beeld Toine Heijmans

Ook het ziekenhuis zet zich schrap. De dag erop al kan mijn moeder terecht voor een tweede gesprek. Ze neemt een van haar kinderen mee, de rest legt een videoverbinding. Het is een andere arts, maar ook deze is direct en duidelijk. De tumor toont zich in volle wapenrusting, zegt hij, net boven de maag, gevaarlijk gebied. Uit mijn moeders slokdarm is een biopt genomen, dat ligt nog onder de microscoop van de patholoog, maar zelfs als dat geen slechte cellen draagt is het mis. Dan is er een verkeerd biopt genomen.

Een schoondochter notuleert, ze is zelf dokter, het verslag verschijnt in de appgroep. ‘Op zicht duidelijk kwaadaardig.’ ‘Vrijwel zeker kanker.’ ‘Mogelijk al maanden aanwezig.’

De zomer is voorbij. De appgroep is het hoofdkwartier. Die zindert van berichten over plaveiselcel- en adenocarcinoom, en wie wanneer waar bij welk consult kan zijn. Er moet nu veel vooruitgedacht. Mijn moeder belt met buren en bekenden; om haar heen groeit een wolk van angst en ongeloof en aangekondigd verdriet.

Het ziekenhuis brengt een regieverpleegkundige in stelling die kordaat een klapper met informatie op tafel legt: ‘kanker in het spijsverteringskanaal’. De vraag is wat voor kanker, en of het uitzaaien al is begonnen – het verschil tussen kort en misschien wat langer overleven. Mijn moeder kan altijd bellen. De nummers staan voorin. Het moet snel, de kanker kijkt niet om, er is alvast een scan geregeld en een afspraak met de diëtist. Die schrijft mijn moeder bijvoeding voor, dat moet haar lichaam voorbereiden op de slag.

Doos met voedingssupplementen.Beeld Toine Heijmans

Bloed prikken. Medicijnen ophalen. Afspraken maken. Kan allemaal in één haal door. In de acht jaar dat mijn moeder voor mijn zieke vader zorgde, verdwaalde ze in een schimmig zorglandschap. Nu zet het ziekenhuis felverlichte wegwijzers neer en kan ze overal direct terecht.

Dinsdag in de scanner. Vrijdag specialistenoverleg. Dinsdag bespreking van het behandelplan. Mijn moeder vertelt haar buren en bekenden over nakende operaties, chemokuren, bestraling – vreemd, haar lijf toont geen tekenen van verval. Haar kinderen bereiden zich voor op mantelzorg, ze weten wat dat is.

Mijn moeder krijgt familie op bezoek die ze dertig jaar niet zag.

Haar kinderen vragen thuiszorg aan.

Het behandelplan komt van een nieuwe arts, de derde. Twee kinderen mogen mee, het Facetime-verzoek van de derde wordt afgewezen. Het is een raar gesprek. Uitzaaiingen zijn niet gevonden, zegt de specialist, een tumor is niet gezien. Het lijkt erop dat ze niet weet wat haar twee collega’s over mijn moeders slokdarm hebben gezegd. Waarom zij wel een kwaadaardige ziekte zagen, is een vraag die niet op prijs wordt gesteld.

Opnieuw een endoscopie door opnieuw een nieuwe specialist, de vierde. Opnieuw biopten. De nieuwe specialist zegt dat hij ‘een flinke ontsteking’ ziet. Mijn moeder vertelt buren en bekenden dat ze toch geen kanker heeft, haar kinderen trekken dat bericht weer in.

Nu gaat een ander ziekenhuis mijn moeders slokdarm onderzoeken. Een nieuwe arts verricht opnieuw een endoscopie, de uitkomst wordt besproken door weer een ander.

Geen kanker te bekennen.

Zes weken, zes specialisten, twee ziekenhuizen en een wonderbaarlijke genezing van mijn moeder, ‘een mirakel’, schrijft een van de kinderen dan maar in de appgroep. Alleen was ze dus nooit ziek. Het is niet prettig de buren en bekenden te bellen met de bekentenis dat je hebt overdreven.

Duidelijk.Beeld Toine Heijmans

Nog steeds is mijn moeder duizelig van die weken, van het idee dood te gaan, van gedachten aan operaties, bestralingen en chemotherapie. Van steeds weer nieuwe artsen die vervolgens weer verdwijnen.

Voor de specialisten is het afgedaan: technisch gezien boekten ze resultaat. Voor mijn moeder niet. De artsen die haar aan het schrikken maakten zag ze nooit meer terug. Een telefoontje om het uit te leggen was beleefd geweest.

Specialisten zijn nog steeds automonteurs, zei een specialist, maar patiënten zijn nog steeds geen auto’s.

Mijn moeder blijft haar voedingssupplementen drinken, je weet maar nooit. En ze haalt de grote doos tevoorschijn die ze kreeg bezorgd.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden