Verslaggeverscolumn Margriet Oostveen in Utrecht

Wat een plofkraak en Klaas Dijkhoff zichtbaar maken in mijn buurt

In mijn buurt verdween de laatste bankautomaat in april. Met een plofkraak die wel een vergissing leek, zo erg paste die niet in ons wijkje.

Of toch wel? Je gaat het pas zien als je het door hebt, om met Cruijff te spreken. En dat is nu. Nu ABN Amro zoveel geldautomaten sluit, Klaas Dijkhoff grenzeloos laconiek doet over het cashen van wachtgeld en die reiskostenvergoeding. En ik voor het eerst bij Joke en Ad Vermeulen thuis ben.

Na de plofkraak in april.

Je vindt ze schuin boven het hippe conceptrestaurant dat hier in Utrecht-Oost nog maar een paar dagen naast de geldautomaat was geopend, toen de nieuwe manager al scherven kon ruimen. Hun bescheiden koopappartement waar ze al 25 jaar wonen, ligt op de eerste verdieping, recht boven het gat dat nog steeds met spaanplaat is afgetimmerd.

De doffe klap kwam om vier uur ’s nachts. Ad zag een jongen op een scooter wegrijden. De elektriciteit was ook opgeblazen. In een donker huis pakte Ad de hoofdlamp die hij ’s ochtends vroeg voor hardlopen gebruikt, zocht zijn telefoon en belde 112. Ad is 70 jaar, Joke 73, zij is hartpatiënt. Ze kan zich de klap niet herinneren en vraagt zich af of haar brein dit misschien doet om haar hart te beschermen.

Een explosie zoekt de weg van de minste weerstand. Hun geluk was een dunne wand tussen automaat en restaurant. De woning van Joke en Ad bleef wonderbaarlijk ongeschonden.

In ochtendjas de straat op gevlucht, toen nog verplicht uren bij een buurman. De politie deed onderzoek. Ook deze automaat was van ABN Amro, waar ze prompt hun mensen stuurden. Twee mannen in een wit busje voor de restanten aan geld. Eentje die de metalen constructie van de automaat kwam verwijderen en vrolijk riep dat dit tegenwoordig ‘lopendebandwerk’ was. Iemand om de schade op te nemen.

De gevel nu, achter het middelste raam Joke.

Joke is een arbeidersdochter uit Zuilen, die lerares werd. Ad reisde als ‘business information analist’ de wereld over voor IBM, maar blijft zichzelf gewoon boekhouder noemen. Ingetogen mensen, klagen lukt ze niet. Zij hebben vooral ‘geluk’ gehad.

Joke wijst op hun riante uitzicht over een ooit lelijke drukke kruising, waar de verkeerslichten drie jaar geleden zijn weggehaald. Het heet nu ‘shared space’, naar de laatste planologische inzichten. Het delen van ruimte door alle weggebruikers gaat met horten en stoten. Je ziet maar weinig galant gaat-u-voor, wel veel mensen die elkaar net niet overhoop rijden.

Maar het nieuwe pleintje is heel mooi, zegt Joke, wekenlang hebben stratenmakers hier op hun knieën het plaveisel voor ons allemaal aangelegd, zie je alle rondingen en bloembakken?

Er kwam een stratenmaker gruwelijk bij om het leven, hij werd overreden door een graafmachine. Wim van Zijtveld. De weg is dagen afgezet. Ik heb in die suizende stilte ook bloemen gebracht, zoals de halve buurt, nadat we een eerste bosje hartverscheurend naast een bouwhelm zagen liggen. Joke heeft die neergelegd, vertelt ze nu. Er ligt daar inmiddels een gedenksteentje met zijn naam. Ook dankzij Joke.

Wij intussen, kregen bloembakken in de lantaarnpalen, overal kerstverlichting, rustieke broodjuweliers, het kan niet op. Waar ooit een Hubo zat is nu een yogastudio, waar Engels wordt gesproken. Er lopen al au pairs door de wijk.

Veel Utrechters zoals Joke en Wim verdwijnen intussen uit zicht, stil als oude adel. Juist de mensen die qua karakter het verst verwijderd zijn van plofkrakers, of het groeiend leger van geaccepteerde graaiers, zie Dijkhoff. De plofkraak is ook een aanslag op hún manier van leven. ‘Op het mooie’, zegt Joke. ‘Veel mensen hebben dat niet door, omdat ze steeds op hun telefoon moeten kijken.’

Ze zegt dit zonder enig verwijt, haar eigen kinderen zijn ict’ers. Joke legt alleen maar uit waarom zij buiten iedere ochtend blikjes, rommel en sigarettenpeuken van de anderen opraapt. Ze heeft daar een speciaal knijpertje voor. En ze vindt het fijn. Voor het mooie, ‘en ook voor Wim van Zijtveld’. Daarna gaat ze naar het park. Dat ruimt ze ook op.

Sinds de plofkraak staat er een vluchtkoffertje met hun belangrijkste papieren naast het bed. En bij de huizen rond de dichtstbijzijnde bankautomaat een buurt verderop, stak Joke ansichtkaarten in brievenbussen. Bereidt u voor, schreef ze, het komt steeds dichterbij.

Vluchtkoffertje naast haar bed.
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden