ColumnStephan Sanders

Wat doet God eigenlijk in deze coronatijd?

Beeld .

God is alweer een tijdje dood verklaard en toch wordt het weer gewoon Pasen. Al is ‘gewoon’ niet het woord. Vanmorgen een advertentie in mijn mailbox: ‘Tijdens Pasen willen we allemaal lekker eten. Of je nu glutenvrij, suikervrij of veganistisch eet, met onze tips zet je een uitgebreid paasontbijt op tafel.’

Er schuilt vaker iets ridicuuls in ­reclames, maar in deze tijd valt de discrepantie tussen ideaalbeeld en geleefde werkelijkheid heel ongunstig op. Onze enige zorg, dezer dagen: is het paasbrood wel glutenvrij?

Naar de kerk gaan lukt al een paar weken niet, net zomin als naar het café of de sportschool. Maar Pasen vier ik sinds een paar jaar in de kerk, met de mensen daar, en Pasen in de sportschool roept bij mij geen ­enkele associatie op.

Ook andere liefhebbers missen hun Matthaüs- en Johannespassie, en de Nederlandse pop-Passion-versie gaat ook niet door. Ik draai de laatste dagen veel Bach en Händel, maar voor je het weet zet je weer een kop thee of wordt de wijnfles aangebroken.

Aandacht in groepsverband is kennelijk gemakkelijker op te brengen. In het Concertgebouw luister je, thuis begin je te vaatwassen.

Morgen is het Goede Vrijdag, en die dag is juist voor christenen de dag bij uitstek van de Godverlatenheid. Jezus Christus sterft aan het kruis. Hij gaat ook daadwerkelijk dood, als ieder mens.

Ik heb als niet-gelovige lang gedacht dat het een soort goocheltruc was: je weet dat Pasen komt, de ­Wederopstanding, dus die Christus wordt even weggetoverd in een zwarte kist om op eerste Paasdag, simsalabim, weer tevoorschijn te ­komen. Ik beleefde Pasen vanuit het Happy End-gezichtspunt, dat bij nader inzien meer met Hollywood dan met iets anders te maken heeft.

Want op Goede Vrijdag weten wij nog niet van Pasen: in ieder geval wisten ze het niet in de tijd van Jezus. Laten we niet op de zaken vooruit lopen; even stilstaan bij die dag.

Wat de minieme Jezusaanhang zag, was een doodgemartelde man, in wie ze hun hoop hadden gesteld.

Christus wordt op het derde uur door God verlaten en in hem sterft ook God.

Die dood van God, die de ­filosoof Nietzsche zo smartelijk verkondigde rond 1886, wordt al zo’n 1.800 jaar eerder beschreven in de Evangeliën.

Ik werd door de KRO-NCRV gevraagd een ‘kruiswegmeditatie’ te schrijven, die morgen wordt uitgezonden, geleid door bisschop Smeets van Roermond. Zo’n opdracht drukt je nog eens met de neus op de dodelijke feiten.

Voor christelijk gelovigen sterft morgen iemand die ze liefhebben. Die dood is zeer nabij, en niet van een kennis van een kennis van een kennis. Het wordt mij steeds duidelijker dat geen enkele discipline het woord van Nietzsche zo serieus heeft genomen als de theologie. Na Nietzsche is de verborgenheid van God zo’n beetje hoofdthema geworden.

Zo stelde ik me dat geloof vroeger voor: als een lichtschakelaar. De gelovige had op het knopje gedrukt, en God was aan. De atheïst liet de niet-god in het niet-donker zitten. Want wat je niet ziet, bestaat niet.

Maar in de praktijk kent de gelovige de ervaring van het flakkerende licht, aan-uit, aan-uit, en half. Soms is het licht helder, dan vervaagt het weer, en treedt er zelfs een complete verduistering op. Voor gelovigen is het geloof dan ook een bron van zorg. Je kan het weer verliezen.

En wat doet God eigenlijk in deze coronatijd? Werkloos op zijn handen zitten? Of zelfs actief straf uit­delen, zoals de meer fundamentalistische gelovigen zeker weten?

De allesbeslissende producent in de skybox die geeft en neemt: het lijkt me een godslastelijker beeld, omdat het al te menselijk is. Daar heb je geen god voor nodig, je kan volstaan met Harvey Weinstein.

De crisis die ons nu al bijna een maand in gijzeling houdt, kent geen intrinsieke betekenis. Maar wij zijn mensen, en daarom zijn we meteen ook betekenisdieren. We kunnen niet anders dan betekenis toekennen aan de dingen die ons overkomen. Verklaringen. Duidingen. Theorieën.

Maar dít hebben religies voor op wereldlijke ideologieën als het liberalisme, socialisme of het marxisme: ze hebben een omgang bedacht met de dood. Die nemen ze serieus.

En dat is gek genoeg een levens­teken.

Stephan Sanders is journalist en columnist.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden