ColumnIbtihal Jadib

Wat déden jullie vroeger in dat jaar thuis, zullen de kinderen later vragen

null Beeld Aisha Zeijpveld
Beeld Aisha Zeijpveld

Ik kan tegenwoordig op mijn hoofd staan. Eerlijk waar. Jarenlang heb ik me in de yogastudio vergaapt aan een oudere vrouw die na afloop van de les nog even, alsof het niets was, op d’r hoofd ging staan. Ik lag dan gesloopt en uitgewrongen op m’n matje na te hijgen terwijl zij, trotse oma van haar eerste, langverwachte kleinkind, zichzelf soepel ondersteboven wierp in de head stand. Minutenlang kon ze roerloos in de houding blijven. Vol bewondering en afgunst keek ik dan toe, tot ik eindelijk genoeg energie had verzameld om mezelf van de mat af te schrapen en naar de kleedkamer te sjokken.

De yogastudio heb ik al een poos niet meer gezien, sinds het leven voorbij is waarin we achteloos een ruimte met elkaar konden delen. Aanvankelijk bleef ik gelaten wachten op het moment dat alles weer open zou gaan, maar toen dat moment ergens rond sint-juttemis bleek te liggen, ben ik zelf gaan aanrommelen. Het begon met gestolen momentjes, als de kinderen zoet aan het spelen waren. Dan ging ik snel even op de gang wat rekken en strekken. Het had een weinig opbeurende aanblik want de ellende met yoga is dat het lijf er helemaal geen zin in heeft waardoor het, zodra je ermee ophoudt, direct terugschiet in de modus stijve plank. Gelukkig maakt dat geen bal uit wanneer je toch maar even wat staat te prutsen. Geen hond die het ziet, en iedere teen die wel binnen handbereik komt, is mooi meegenomen.

Ik weet niet wanneer de omslag is gekomen, maar op een dag stond ik, geheel per ongeluk, ontzettend professioneel yoga te doen. De kinderen probeerden me niet eens meer omver te duwen, verveeld liepen ze me voorbij met de opmerking: ‘Oh, mama is weer in de gang met hoyga bezig’. Af en toe pakte ik YouTube erbij voor een tutorial waarna ik weer wekenlang verder ging met oefenen. En zo heeft de lockdownverveling me langzaam in steeds meer yogahoudingen geduwd, tot ik nu dus zelfs op m’n hoofd ben gaan staan. Als je maar lang genoeg mensen opsluit, gaan ze vanzelf eigenaardig gedrag vertonen.

Ik vraag me af hoe we over een jaar of twintig zullen terugkijken op deze periode. Misschien geloven kinderen het niet eens, wanneer hen wordt verteld dat we gedurende ruim een jaar (of langer) af en aan in lockdowns leefden. Dat zou een goed teken zijn trouwens. En ik kan me voorstellen dat ze dan allerlei vragen gaan stellen als: ‘Wat déden jullie de hele dag, met al die tijd, almaar binnen?’ Een jaar is erg lang. Je kunt binnen dat tijdsbestek Italiaans leren. Om maar wat te noemen. Of een adembenemend kunstwerk maken. Meerdere zelfs. Je kunt een boek schrijven. Een huis bouwen én inrichten. Met deze woningmarkt krijg je het binnen datzelfde jaar nog verkocht ook. Je kunt een muziekinstrument aardig leren spelen. Jazeker, er valt, in theorie, een hoop te bereiken in 12 maanden. ‘Nou, dat zal ik jullie vertellen’, zal mijn antwoord dan luiden terwijl ik trots de keel schraap, ‘ik heb in dat jaar op mijn hoofd leren staan.’ Daar zullen ze niet van terug hebben. Wat ik al zei: als je mensen maar lang genoeg opsluit.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden