Verslaggeverscolumn Toine Heijmans in Nijmegen

Wat de harde kop van kickboksscheids Joop Ubeda te maken heeft met de veranderende wereld

Zo’n klap vol op de kop, zo’n draaitrap op de lever moet je ‘wegsteken’, zegt Joop. Het is een schitterende term. Niks laten merken, de pijn begrijpen, net als vroeger. Blijven staan, anders lachen ze je uit: kickbokspubliek is niet clement, het leven evenmin, en ook een scheidsrechter krijgt klappen.

Maar Joop heeft een harde kop, gehard op de plek waar hij werd geboren, de plek die hij nooit meer verlaat en die hoe dan ook verandert in een bakfietswijk.

Joop Ubeda in zijn sportschool . Beeld Toine Heijmans

Zaterdag staan in de ring Badr Hari en Rico Verhoeven, het gevecht van het jaar, het is om de hoek en Joop Ubeda is er niet bij – hij is nu echt gestopt met scheidsrechteren. Zijn laatste klus was van de week in Abu Dhabi. Hij kreeg er langzaamaan genoeg van; het reizen staat hem tegen, hij loopt al tegen de 72, en verder zijn het de regels die zich meester maken van de sport. Discipline is het fundament, maar de charme van het kickboksen wortelt elders, in het vechten op straat – vègte zeggen ze, met de Nijmeegse klemtoon, in de stad die vaak voor soft wordt versleten maar net zo hard is als de kop van Joop.

De vechters zijn enorm, het zijn flatgebouwen, en Joop staat daar ‘als een sterrenkijker tussen’ – soms raken ze hem en dan steekt hij de pijn weg, ‘ze weten: bij mij zijn ze veilig’.

Hij komt uit de Rimboe, een plukje straten in de Wolfskuil, de kuul, het lage deel van de stad. In het hoge deel wonen andere mensen. Noodwoning, thuis noodgedwongen met vier zussen in één bed, iedereen toen was werkloos en wetteloos, zegt Joop, ‘als de politie kwam werden ze met bierflessen bekogeld’. Het was pikken en jatten ‘uit arremoei’. Het was altijd vechten.

‘Was ik op de Berg en Dalseweg geboren’, zegt Joop, ‘dan was mijn leven anders geweest. Zo werkt het toch. Was jij in de Wolfskuil geboren, dan zat je hier ook niet zo te schrijven in je opschrijfboekje.’

Met Badr Hari. Beeld Toine Heijmans

Badr was 17, hij vocht nog in de B-klasse en later scheidsrechterde Joop hem tot in Tsjetsjenië – Badr stuurde een selfie van hemzelf met een gouden kalasjnikov in een badkuip in het paleis van dictator Kadyrov. Joop was erbij. Nou ja, zegt hij, ‘ik stond ook weleens naast Desi Bouterse’.

Rico was jonger, de eerste keer dat Joop hem zag. Die is anders, ‘een trainbeest’.

Perry ‘dynamite’ Ubeda vocht op z’n 10de de eerste wedstrijd, vader Joop werd scheidsrechter, Perry negenvoudig kampioen in diverse disciplines. Joop heeft nu zijn eigen gym. Perry begeleidt met zijn weerbaarheidsschool jongeren met motorische- of gedragsstoornissen. ‘Ik wilde een ander leven voor Perry’, zegt Joop, ‘ik heb genoeg bajesen van binnen gezien’.

Kickboksen was voor de jongens die ‘bij de deur stonden’: een portiersbesogne. Joop stond bij L’Ambassadeur en kreeg daar ook de klusjes die hij maar even schaart onder het kopje ‘incassowerk’. Mee gestopt. Net op tijd. Dát was kickboksen toen ‘en moet je zien wat ik nu binnen heb lopen: bankiers, advocaten, politieagenten, zelfs artsen zitten d’r bij.’

Niemand weet exact hoeveel kickboksers dit land telt, maar de sport groeit en ontworstelt zich aan een verleden. Er is een Vechtsportautoriteit die de wirwar aan bonden en promotors fatsoeneert, opgericht na uit de hand gelopen vechtsportgala’s waar onder- en bovenwereld zich mengden tot explosieve cocktails. Nu hebben de vechters dus vechterspaspoorten, een auditteam, vertrouwenspersonen en een convenant betreffende grensoverschrijdend gedrag. Plus een familieman als kampioen: good boy Rico Verhoeven.

Dat gevecht met Badr Hari is dus ook een gevecht tussen het oude en het nieuwe.

Joop traint het liefst kinderen nu, ‘en ik leer ze: je vecht niet op straat, maar áls je vecht op straat geef dan een low kick en ga niet voor het hoofd’.

We slaan elkaar geen blauwe ogen. Beeld Toine Heijmans

Discipline en respect – ook in Joops wijk vechten ze nauwelijks meer. Evengoed lopen ze ook niet meer bij elkaar binnen, ‘je moet tegenwoordig aanbellen’. De Rimboe is gesloopt door de woningstichting en wederopgebouwd met duurdere huur en koop, een ‘herstructurering’ die tastbaar wordt door de toename van het aantal bakfietsen. ‘En die bakfietsmoeders zeggen dus geeneens meer gedag.’

Marokkanen en Turken, die zeggen nog wél gedag. Joop was ziek, hij woont alleen, komt de Marokkaanse overbuurvrouw kippensoep brengen. ‘Die zijn dus ook allemaal hier geboren, die horen er wel bij.’

Marciano Clare luistert mee, hij is trainer in de gym en zegt: ‘Die bakfietsmensen vinden kickboksen ordinair.’

Joop: ‘Terwijl we hier een professor van de universiteit hebben lopen. In de rechtsgeleerdheid.’

Bij mij om de hoek, zeg ik, is alweer een kickboksboetiek geopend en in het park trainen dagelijks personal trainers.

Kickboksen ‘verwerelt’ zegt Joop – een schitterende term. Alles verwerelt, en dat steek je nooit meer weg.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden